Dat magnifieke BinnensteBuiten, beter dan Prozac, tig keer beter dan DWDD

Morgenavond is het weer zover: de verkiezing en uitreiking van de Gouden Televizier-Ring, de jaarlijkse zelfbevlekking van televisiemakend Nederland. Voor tout Hilversum hét event van het jaar waarbij de ene helft van de aanwezigen de andere helft luid applaudisserend een plumeau zo ver mogelijk in de cloaca duwt. In de hoop dat die andere helft dat ook doet wanneer het haar beurt is. Voor het beste televisieprogramma zijn er dit keer drie genomineerden: Floortje naar het eind van de wereld, Penoza en – how low can you go -: Geer & Goor: zoeken een hobby! Maar veruit het leukste programma ontbreekt: BinnensteBuiten.

BinnensteBuiten, een programma van de KRO-NCRV, dagelijks rond 18.50 uur te zien op NPO2, is in een woord magnifiek. Eén brok positiviteit. Prozac, maar dan beter. De ideale begeleider van de avondmaaltijd. Of nog beter: daarvoor – wie kijkt met een lege maag, krijgt het zwaar, weet ik uit ervaring. Tig keer beter dan DWDD, de tegenhanger op NPO1 waarin tegenwoordig iedere hiphoprijmelaar de hemel in wordt geprezen als ware Gods gift to man.

BinnensteBuiten gaat over gewone mensen. Mensen met normale ego’s die op een gepassioneerde, inspirerende manier laten zien hoe zij er in het dagelijkse bestaan iets van weten te maken. Met aandacht voor duurzaamheid, maar zonder het daarbij maar al te vaak aanwezige, belerende vingertje.

Wat maakt BinnensteBuiten nu zo aanstekelijk? Allereerst dat wat het programma niet biedt: behalve cynisme en sarcasme de hijgerige, op goedkoop effectbejag gerichte toonzetting die veel televisieprogramma’s anno 2016 kenmerkt.

En toch…BinnensteBuiten swingt. Al direct vanaf de vrolijke begintune en de trailer waarin de drie onderwerpen worden aangekondigd die in de aflevering centraal staan. Items die zich grofweg laten verdelen in drie categorieën: huis en interieur, tuin en natuur en eten en drinken. Verrassende items: van de geboorte van een ezelsveulen en de creatie van een stadswijngaard midden in Den Haag tot wonen in een hippe, duurzame woonark aan de IJssel in Rheden en de vervaardiging van rode mul met knoflookprut (gestampte knoflookstelen met olijfolie).

Apetrots en vol overgave vertellen de bewoners/bedenkers over hun huis/project en wat hen heeft bewogen. Daarbij niet in de rede geval door een narrige presentator, kirrende tafeldame of bozige tafelheer die iedere gast met een goed plan met een vileine opmerking terug het hok in stuurt.

Een pluim ook voor de casting van de experts. Met op nummer een onbetwist Alain Caron, de Franse chef-kok die met zijn aanstekelijke enthousiasme (“Iek ga voor jou iets geel lekkers kokèn!) op zoek gaat naar bijzondere producten waarmee hij ter plekke een maaltijd fabriceert. En wat te denken van Marieke Schatteleijn, de blozende boswachter met haar gulle lach en fruitige verschijning die zelfs een vuilstort weet te promoveren tot een van de mooiste natuurgebieden van Nederland. Mocht er nog een shampooproducent op zoek zijn naar een nieuw gezicht: bel Staatsbosbeheer. Vogelaar annex bambi Camilla Dreef met haar reebruine kijkers mag er overigens ook zijn. Wat ze bij Staatsbosbeheer kunnen, kunnen wij ook, moeten ze bij de Vogelbescherming hebben gedacht.

Kijken naar BinnensteBuiten is balsem voor de ziel. Het programma laat in nog geen half uur zien wat het leven zoal vermag. Zeker, dat leven is meer dan louter streekproducten, piramidewoningen en vrolijke bosnimfen. Maar op het gebied van nieuws, achtergronden, hypes (DWDD), comatelevisie (We zijn er bijna; eigenlijk alles van Omroep MAX) en ander hersenloos vermaak (RTL4 en 5, SBS6, NET5) biedt de televisie al genoeg.

Met BinnensteBuiten heeft de KRO-NCRV een waardige opvolger voor Man Bijt Hond. Dit laatste programma, na dertien jaar in 2015 helaas ter ziele, won in 2011 de TV Canon, de prijs voor het meest bepalende programma van zestig jaar televisie. Een Gouden Televizier-Ring was de makers niet gegund. Met BinnensteBuiten heeft de omroep een nieuwe troef in handen.

Had de dichter en schrijver Gerrit Komrij, tv-criticus voor NRC/Handelsblad in de jaren zeventig en bedenker van het woord treurbuis, het toch niet helemaal bij het rechte eind.