De dag waarop Bob Dylan niet langer ‘aardige liedjes’ maakte

Slechts een ijzersterke liedschrijver en cultureel fenomeen, of ook nog eens een literair wonder? Die vraag hangt al jaren rondom zanger en songwriter Bob Dylan. Vandaag won hij de 109de Nobelprijs voor de Literatuur en lijkt het vraagstuk officieel opgelost.

Niet de Amerikaan Philip Roth, niet de Japanner Haruki Murakami, niet de Spanjaard Javier Marias, en ook niet onze eigen Cees Nooteboom, maar Bob Dylan. Volgens de jury heeft Dylan met zijn songteksten ‘nieuwe poëtische uitingen geschapen in de rijke Amerikaanse muziekgeschiedenis’.

Fans vragen al jaren om literaire erkenning van Dylans teksten. Passages als ‘Yes, I wish that for just one time/You could stand inside my shoes/You’d know what a drag it is to see you’ (uit Positively 4th Street, 1965), ‘Inside the museums, Infinity goes up on trial/Voices echo this is what salvation must be like after a while/But Mona Lisa must’ve had the highway blues/You can tell by the way she smiles‘ (uit het nummer Visions Of Johanna, 1966) en ‘Idiot wind blowing every time you move your teeth/You’re an idiot, babe/It’s a wonder that you still know how to breathe’ (uit het nummer Idiot Wind, 1975) komen al vrij opzetten, wie zoekt naar parels uit Dylans werk.

De erkenning van Dylan als literator stuit ook al jaren op verzet. Zo zei schrijver Harry Mulisch ooit in de Volkskrant: ‘Als je de Nobelprijs wilt devalueren moet je ‘m aan Dylan geven. Dan is het gebeurd met die prijs. Zo is het toch? Hij maakt aardige liedjes, maar het is de inhoud die telt en Dylan is wat dat betreft niet goed genoeg.’

Dankzij het Nobelprijscomité kan niemand Dylan meer betichten van het schrijven van louter aardige liedjes.