De dichter Aad de Mos

Zelf ben ik geen mayonaiseman. Ik vind mayonaisemensen altijd een beetje verdacht. Kiezen voor mayonaise in een wereld waarin pindasaus bestaat, dat heeft iets onnodig recalcitrants, vind ik. Vergelijkbaar met mensen die beweren dat ze liever naar Frankrijk op vakantie gaan dan naar Italië. Aandachttrekkers, krankzinnigen of krankzinnige aandachttrekkers. Mayonaise en pindasaus, de Den Helder en New York onder de patatbuddy’s, als je het mij vraagt.
Smaken verschillen, vooruit, maar zo veel toch niet?

Toch zat ik de hele zondag met mayo in mijn hoofd. Figuurlijk. Figuurlijk in mijn kop, bedoel ik, want die mayo was even letterlijk als goudgeel. Dat kwam door Aad ‘de Mos’ Afkoopsom, voor al uw snackbeeldspraken.
Aad las in de literaire zondagochtendmanifestatie van Kees ‘Boeken’ Jansma voor uit eigen werk en begon net op z’n gemakje Feyenoord – Ajax te glazenbollen toen hij, al improvisatiedichtend, bij een kakelverse alinea in zijn nog uit te tikken Verzameld Analysewerk (Uitgeverij Van Oorschot, voorjaar 2018, dundruk, 1.200 pagina’s) belandde/
Werktitel: ‘Hakim Ziyech’:

‘Hij onttrekt Ajax eigenlijk aan het starre systeem wat ze onder Frank de Boer speelden. Hij zorgt altijd voor een meerderheid op de linkerkant, op de rechterkant, zodat andere spelers ook het voetbal gaan spelen wat hij wil spelen. Daarnaast heeft hij ook nog een keer het vermogen om een pass te openen op de andere kant waar Ajax eigenlijk door moet komen. Ik heb ‘m van de week die pass zien geven met z’n buitenkant, op die Younes… Dat was ongelofelijk. Hij zorgt voor een bepaalde creativiteit die Ajax heel lang niet gehad heeft. En dat maakt de andere spelers ook beter. Hij zoekt altijd de goede voetballers op en ze hebben allemaal een klik met hem – hoe dat komt, weet ik niet. Maar dat… dat is… In België zeggen ze: de mayonaise die pakt. Nou ja, dat is, bij hem… hij bindt alles aan elkaar. En dat is voor een trainer en het systeem, wat nou eigenlijk heel los is bij Ajax, en dat is ook heel moeilijk voor de tegenstander uit te rekenen. Hij is echt het schakeltje wat Ajax nodig had.’

Er zijn dichters die met stukken minder materiaal de VSB-prijs hebben binnengeharkt, wil ik maar zeggen.

Fimo-klei
In sommige analyses zit alles. In deze zat meer dan alles. Da’s veel. Dit was een als analyse vermomd prozagedicht. Het begon al met dat achteloze ‘op de linkerkant, op de rechterkant’. Die tegenstelling. Probeer hem maar te deconstrueren. Lukt je niet. Zo hermetisch als de achterhoede van Chelsea.
(Poging: Ziyech is zo goed dat hij een meerderheid op twee flanken creëert. Tegelijk dus! Dit betekent dus een meerderheid van minstens twee man (1 per flank), wat logischerwijs leidt tot een tekort van twee man op het midden van het veld, maar logica is in Aads dichterlijke odyssee een hompje Fimo-klei dat je in iedere gewenste vorm kunt kneden. Er is dus wel een logica, maar dat wil niet zeggen dat iedere joker die zomaar kan ontdekken – laat staan reproduceren).
Verder zou ik graag eens nader ingaan op het poëtische ‘een pass openen’ (zie hier de subtiele tegenstelling met dat wat de dichter zelf doet, het ‘dichten’), het wanhopige ‘hoe dat komt, weet ik niet’ (hier alludeert de dichter op de perfecte maar onbereikbare geliefde, en tegelijk op de logica buiten zijn wereld, dat hele netwerk aan huis, tuin- en keukenverbindingen die zo basaal zijn dat de lyricus ze gewoonweg over het hoofd ziet) en op de tegenstelling tussen ‘starre systeem’ en ‘bepaalde creativiteit’, waarmee niet alleen de hoofdrolspeler in het gedicht wordt bezongen, maar ook de kunst als geheel. Helaas: ruimtegebrek.
En ook, niet flauw wezen, ‘zingebrek’.
Het draait namelijk allemaal om dat ene woord. (‘Fey-je-nooojt!’ Nee, Lee Towers).
Mayonaise.
Wat bedoelde Aad Kouwenaar daar in Kloos’ naam mee? Dan kun je vier jaar Nederlands hebben gestudeerd (o nee, vijf), dan kun je iedere avond in slaap sukkelen boven een bloem-en-bij-bundel lichamelijkheidsstrofen van Pablootje Neruda of de krink’lend winklende kneiters van Guido Gezelle citeren op kinderpartijtjes, dan kun je de recensies van Piet Gerbrandy wekelijks tot achter de komma narekenen, maar bij zo’n snackbeeldspraak van de grote De Mos ga je dan toch nat. Je gaat jezelf vragen stellen.
Bindt mayonaise? Is mayonaise een verbindend element? In welk gerecht, in welke samenleving? Of was dit weer zo’n intertekstueel dolletje dat refereerde naar een mij onbekend Bijbelboek, waarin Delilah en Samson (ha, Belg!) een overtalsituatie creëren, terwijl- nee, ik geloof toch dat dit de juiste afslag was.

Je probeert, als poëzielezer, je zo weinig mogelijk aan de autobiografie van de dichter gelegen te laten liggen. Of iemand nu scheepsarts is, of z’n hospita omlegt of Sparta laat degraderen; voor de kunst doet dat niet ter zake. Maar je soms zoek je je in een donkere steeg verloren autosleutels nu eenmaal liever onder een lantaarnpaal (‘want daar is het tenminste licht’). Zo belandde ik op Aad de Mos’ Twitteraccount. Hang-out voor poëzievreters overal te lande.
Een van de eerste dingen die ik daar aantrof was een foto van de dichter zelf in het Frietatelier in Den Haag. ‘Heerlijke friet gegeten,’ schreef Aad. Wat is het toch een topmicrokosmos, het bestaan van de man die ons bijvoorbeeld ook de zin ‘We hebben ze niet onderschat, ze waren gewoon beter dan we dachten’ schonk. Een heelalletje, bestaande uit televisiestudio, sportschool en kleinkind, waar de taal van het verkleinwoord wordt gesproken: fietsje, bakkie, krantje, tankbaantje. Of ‘kippetje’, want ook de dichter heeft wel eens trek en dan haalt hij een stukkie scharrelvlees (op het marktje, daar kent ie een poeliertje) en neemt dat mee naar het studiootje.
En toen, al scrollend door Aads digitale autobiografie, begreep ik het. Mijn eigen Kees Fens-momentje, zou Aad twitteren.
It’s the snacks, stupid!

Le Fernandes Vert
Aad de Mos zit zo vaak met zijn hoofd in het frietatelier – waarschijnlijk stond er achter de camera’s bij Kees Jansma ook alweer iets heerlijks te dampen – dat zijn poëzie er volkomen door wordt gefrituurd. Collega’s als Baudelaire en Heinrich Heine (ome Hein) hadden daar ook op een zeker moment in hun leven last van – niet veel mensen weten dat een van de zes delen in Baudelaires Les fleurs du mal in een oerfase niet ‘Le vin’ heette, maar ‘Le Fernandes vert’. (Nee, hoor).
Het was helemaal niet mayonaise! Aad had zichzelf verkeerd zitten citeren! Ik voelde me Columbus die met enige vertraging alsnog in India belandt.
Maïzena. Hakim Ziyech, maïzena. Bindmiddeltje.
Het is graag gedaan, Aad.