Lachen om geïroniseerd racisme en jodengrappen in Rundfunk

Als ironie het wapen van de zwakkeling is, lijden de makers van Rundfunk aan vreselijke artistieke armoede. Desondanks slaan de smakelijke voorproefjes van het tweede seizoen – dat vanavond start – haast Pavloviaans op de speekselklieren van de liefhebber.

Gymdocent Victor heeft zijn zwarte leerling Lars apart genomen op de gang en maakt zijn oprechte excuses. Hij resumeert wat sketches uit het eerste seizoen: ‘Ik heb je voor aap uitgemaakt, ik heb je homo-ouders beledigd, ik heb geprobeerd je te reinigen met bleek.’ Na zijn mea culpa overhandigt hij Lars een kipkluifje. Lars is beduusd. Een blikje Fernandes, dan? Schaafijs? Hardloopschoenen? Watermeloen? Een kokosnoot met een rietje? Een meter verderop staat een – ingehuurde – zwarte vrouw in panterprint te twerken naast een Afrikaanse handtrommel.

Deze sketch is niet exemplarisch voor de grotendeels platte humor van Rundfunk, maar demonstreert wel het talent voor bijtende satire van schrijvers en hoofdrolspelers Yannick van de Velde en Tom Kalmthout en regisseur Rob Lücker. De heren experimenteerden met vijf aflevering in 3LAB, het oefenterrein van de NPO, en dat experiment sloeg. Vandaag begint op NPO3 een volwaardige, tweede reeks.

rundfunk-2_hp
Kalmthout (l) en Van de Velde als Tim en Erik.

Het decor van Rundfunk is een kaal middelbareschoolgebouw vol kleurrijke verknipte karikaturen. Een ongeremd hitsige tekenlerares die haar leerlingen vraagt hun piemels, of anders die van hun vaders te schetsen, een joviale conrector die het met zijn personeel en (minderjarige) leerlingen doet, de naïeve, ongeneeslijke racist Victor, en het boegbeeld van de serie: meneer Heydrich, een sadistische leraar Duits en stilzwijgende Hitler-bewonderaar die – door vertolker Pierre Bokma’s komische talent – op YouTube sneller een cultstatus verwierf dan Enzo Knol het tot tieneridool schopte.

Zoals gezegd, de makers kramen veel schooljongensgrappen uit, waarvan poep, pies, sperma of kots de clou vormen, en dat valt te betreuren, want juist die beladen thema’s zoals de virulente discriminatie van een zwarte leerling en de ongewenste intimiteiten in de conrectorskamer vormen zo’n vruchtbare voedingsbodem voor snerende grappen. Of zoals Michel Houellebecq, de Franse enfant terrible van de literatuur, schreef: ‘Leg de vinger op de wonde, en goed drukken. Spit de onderwerpen uit waarover niemand wil horen.’

De schrijvers en regisseur banaliseren en ironiseren de meest incorrecte taferelen. Alles kan, alles mag. Zo houdt meneer Heydrich achter twee deurtjes in zijn lokaal twee orthodoxe joden – geen leerling kijkt er echt van op. De personages van Yannick van de Velde en Tom Kalmthout maken zich vooral druk om hun cijferlijsten en ontluikende sekslevens.

Onder het gammele plafond van een sensitieve samenleving, tussen de eenheidsworst in de schappen van ’s lands televisieboeren, drukken deze enfants terribles van de publieke omroep plagerig in de wonden, en verheffen ze ironie tot cult. Zoals goeiesmorgens’ in de jaren negentig op hele kantoorpanden echode, zal Pierre Bokma’s ‘jullie heb’n allemaal ’n onvollldoende’ nu luid klinken in de lerarenkamer op maandagmorgen.