Wij willen Nouri zien

Ajax houdt van Nouri, heel Amsterdam kust Nouri op zijn lichtbruine wangetjes, maar komende maandag zal Abdelhak, ‘Appie’ dus, zijn kunsten weer moeten vertonen voor een paar honderd man van op De Toekomst. Hoewel inmiddels negentieneneenhalf, zal Appie zijn trukendoos daar weer openen en zijn aanbidders, want daar mogen we inmiddels wel van spreken, zullen klappen en juichen en na afloop hem tot eindeloze fotosessies dwingen.

Appie is cult — ik kan me niet herinneren dat een talent zo op handen werd gedragen als de Koning van Geuzenveld nu. Het duurt al jaren en het wordt steeds gekker, intenser, broeieriger. Zijn broer Mo vlogt hem nog wat verder de hoogte in met ontwapenende filmpjes over Appie die wakker wordt, Appie die opstaat en in een lang gewaad op zijn moslimkleedje knielt.

Appie tussen zijn matties op het geasfalteerde sportveldje bij het Michel de Klerkhof: van Nieuw-West naar de ArenA, het is te weinig vertoond. Amsterdam snapt dat. Het moet nu gebeuren.

In tijden van vervreemding en polarisatie is er onze Appie de Marokkaan. Vlak voor zijn debuut riepen de supporters ‘wij willen Nouri zien’. Nouri scoorde en legde de ArenA, vaak zo kil en cynisch, onder de grill.

Het contrast wordt steeds gekker. De avonden na maandag zullen talenten jonger dan Nouri in de Champions League spelen, gewoon in de basis van grotere en rijkere clubs dan Ajax. Dat zijn heus niet allemaal grote beren met benen als hijskranen. Vaak technici juist.

Woensdag was het weer Nouri-night tegen Kozakken Boys. Tegen amateurs in Werkendam, die ook nog eens ver naar voren speelden waardoor Ajax zeeën van ruimte kreeg. Op zulke avonden geniet iedereen van de dribbelaar en zachtmoedige passjestovenaar. Maar hoe nu verder?

Coach Peter Bosz predikt kalmte en voorzichtigheid. In zware uitwedstrijden dwarrelen de passjes van Nouri minder succesvol door vijandelijke linies dan in de (voor hem) warme omgeving van De Toekomst. Op zulke dingen wijst Bosz en misschien is dat waar. Maar de zes maanden jongere technicus Steven Bergwijn speelde al heel wat vaker in PSV 1 dan Appie in Ajax I. De druk op Bosz om Nouri vaker te laten meedoen neemt met de week toe. De wendingen en vondsten van de ‘Beste speler van de Jupiler League’ zijn voor echte stadions bedoeld, voor Studio Sport.

Intussen gedraagt Appie Nouri zich als de ideale schoonzoon, als een Amsterdamse straatjongen die zijn moeder prijst, haar hoofddoek kust, in harmonie met iedereen door het leven wil, de wereld wil laten dromen van mooi voetbal.

Nouri droomt en is al een ster voordat hij een held kan zijn. In april wordt hij twintig en je denkt: als dat maar goed gaat.