Uit de selectie gezet

Zo, dat zag u niet aankomen. ‘Vriendin uit selectie gezet’.
Het persbericht repte van een ‘gebrek aan motivatie’ en een ‘stukje teleurstelling’ bij de inhouse-Ivanka, en het persbericht zat dicht bij de waarheid, want dat had ik dus zelf in elkaar gedraaid. Kijk, ik heb een vriendin nodig die alles geeft, en hier thuis kan niemand een plekje in het team opeisen – behalve ik, want ik ben als het ware de basis. Dit is de top, en in de top zijn geen garanties. Het is zuur en spijtig dat het zo gaat, maar we moeten door met de mensen die door willen (i.c. ik) en we richten ons op de volgende column. HP/De Tijd-thuis, die moet je pakken.

Tot zover het gebabbel voor de bühne. Zal ik u nu eens vermoeien met wat bonusmateriaal-shizzle, wat achter-de-schermen-vibes? Wat te gek audio commentary van de director van deze column?
Let’s go.

De Vriendin – voor hem en haar
Voice-over: Het begon twee weken geleden. Een vergetelijke zondag. Alles in de selectie van Heinen leek all cook and egg: goede resultaten, prima columns, publiek tevreden. Tot die ene mededeling: ‘Ik ga vandaag geen gebruik van je maken.’
‘Bedoel je dat ik niet in je nieuwste column sta?’
‘Ik zeg wat ik zeg, en ik denk wat ik bedoel.’
‘Dus?’
‘Je zit op de bank.’
‘Ja, dat klopt, maar sta ik in je column?’
‘Nee, je zit op de bank. Ik bedoel: je blijft op de bank.’
‘Als ik van de bank wil opstaan, sta ik van de bank op.’
‘Dat kun je doen. Maar ik schrijf het niet op.’

En nu vermoed ik dus dat de vriendin na dit gesprek bij zichzelf te rade is gegaan, de kop bij elkaar heeft gestoken en heeft gedacht: wat wil ik? Wat kan ik? Wat moet ik? En dat ze daarna Mino Raiola heeft gebeld om een fijn miljoenencontractje in een ver buitenland te pizzabakken.
Achteraf had ik haar misschien niet iedere afwasbeurt moeten uitfluiten. Maar achteraf is de koe in z’n kont kijken en daar zit de vriendin helemaal niet op te wachten. Je ziet het vaker: op een gegeven moment krijgen personages praatjes. In het begin blijft het bij liefdesverklaringen van willekeurige engerds (Erik, Arwin, Ramona B.; jullie zijn genoteerd), in de Facebookchat: ‘Je bent veel te leuk voor zo’n wekelijks flutstukje, internet is een hype, ga naar Wagendorp, of ga in een Voetnoot staan. Ik ken iemand die de Volkskrant bezorgt, die kan je helpen, geef me je nummer.’ Enzofuckingvoort, etceteshittingra. Lachten we samen om. Ha, de vriendin in een Voetnoot, hahaha!
Maar de Facebookkleffigheden gingen over in herkennen op straat en herkennen op straat ging over in een eigen kledinglijn (‘De Vriendin – voor hem en haar’) en van de mode glibberde ze, hupsakee, de spekgladde wereld van filmpremières en societyrubriekjes luchtig als Paturain in. Het eerste personality-driven format (De Vriend-in… ‘Waarin De Vriendin op zoek gaat naar vriendschap en liefde in journalistieke subculturen’) ligt as we speak ter goedkeuring op het bureau van Erland Galjaard, de Sjostakovitsj onder de televisiebazen.
Personages, je moet ze onder de duim houden. Hermans heeft het met Osewoudt ook aan de hand gehad, en hem vervolgens voorgoed uit de oeuvreselectie geknikkerd. Jongen heeft zich overal gemeld – bij Harry, bij Maarten, bij Connie, ja tot zelfs Kluun aan toe – maar kwam nergens meer aan de bak.

Dat de vriendin eens wat vaker op het discussieknopje zou gaan drukken, had ik kortom wel zien aankomen. Succesvolle mensen worden mondiger, in het slechtste geval zelfbewust; ook meteen de reden waarom de meeste Grote Roergangers niet enorm staan te cheerleaden bij het succes van anderen dan zijzelf.
(Ik heb nog geprobeerd die discussies in de kiem te smoren. ‘Waarom draag je een Pietenpak?’ ‘Kijk naar mijn gezicht!’ ‘Ja, allemaal zwarte vegen, nou en?’ Bleek ik bezig de verkeerde discussie in de kiem te smoren. Gedoe.)
Dat het tot een verwijdering zou leiden, verbaasde me. Ik had haar slimmer geschat. Dus ik tegen haar: ‘Luister Poppedop, als je het niet kunt opbrengen om op de bank te gaan zitten, dan is daar het gat van de deur. Ik heb een vriendin nodig die alles wil geven, een knokker, een teamplayer. Ik kan je allen maar gebruiken als je bereid bent alles te geven. We zijn met iets moois bezig, en dat doen we samen. Niemand staat boven de wet.’
‘Behalve jij.’
‘Ja. Behalve ik. Ik ben de wet, zogezegd. Call me Lex.’
‘Jij staat nota beide benen in de basis terwijl je languit op de bank als een maniak vijfhonderd pagina’s aan kinderepistels van Grunberg zit te knallen. Maar als ik op de bank zit…’
‘…besta je niet. Wat niet wil zeggen dat je in die vorm dan niet van belang kunt zijn, trouwens. Een brede bank is key om in de top mee te spelen.’

Columnpersonagediensten
En weg was ze. Dat ‘brede bank’ was vrees ik de druppel. Waar ze gebleven is, weet niemand. Het zou kunnen dat ze op ditzelfde moment het portret van haar vader op haar dij laat schilderen door een heikneuter met een naald en een bakje pepernoten naast de kassa. Ze is dol op pepernoten, dus ja. Misschien doolt ze door de regen, op zoek naar herkenning. En wie weet zit ze er warmpjes bij, met een mok thee met wat lekkers aan de keukentafel van ‘ome’ Bas Heijne, om haar columnpersonagediensten aan te bieden in een maatschappijkritische context – klitskletsklander, van het ene dwarsverband op het ander. Kan allemaal. Het enige wat ik zeg: het is zonde. En zuur. En onnodig. En je dupeert je lezers.
(Betekent ‘uit de selectie’ ook dat het uit is, hoor ik de slechte verstaander zorgelijk mompelen. Haihai, slechte verstaander. En: nee hoor, dat betekent het niet. De vriendin heeft gewoon een contract. Als ik een beroep op haar doe, dan zal ze er weer moeten staan. En niet alleen omdat ze alleen dan bestaat).

Naschrift redactie: De Vriendin was bereikbaar voor commentaar.