Hans van Manen: ‘Godzijdank is de wereld over honderd jaar lichtbruin’

Dit najaar zit Hans van Manen (84), een van ’s werelds succesvolste choreografen, zestig jaar in het vak. In een vrijmoedig gesprek blikt hij terug op zijn jeugd en zijn carrière. Gek genoeg krijgt zijn werk in eigen land lang niet zo veel aandacht als internationaal. ‘De danskunst wordt gediscrimineerd in Nederland.’

‘Je moet veel boter op je boterham doen,” moedigt Hans van Manen me aan. “Echt veel. Nee, dat vind ik belachelijk weinig. Meer. Veel boter smaakt namelijk zo heerlijk. Vooral als er zalm op ligt.”

We zitten in zijn met moderne kunst behangen eetkamer in Amsterdam-Zuid. De tafel is keurig gedekt, de servetten zijn gestreken, een fles chardonnay is ontkurkt. “Je moet er echt meer boter op doen. En dan twee plakken zalm. Niet een. Twee. En dan wat peper en citroen. Bij mij moet er overdreven worden.” Als ik met het olijfhouten botermes een flinke laag boter op de bruine boterham heb gesmeerd en er twee plakken zalm op heb gelegd: “Ja, zo is leuk.” Zelf legt hij slechts één plakje zalm op zijn bord.

Waarom eet u zelf niets?
“Ik houd af en toe even op met eten. Dan eet ik tussen de middag een ons zalm en een plak gerookte paling en meer niet. En dat gaat geweldig. Ik sta altijd voor dansers en die zijn zo geweldig gedisciplineerd en zien er zo geweldig uit, dus als ik voor ze sta wil ik er ook een beetje uitzien als een danser met mijn kleren aan. Omdat ik ze respecteer. Ik zeg altijd: voor je vijftigste moet je er goed uitzien zonder kleren, na je vijftigste mét.”