Waarom Nederland best van Luxemburg kan verliezen

Als je al een tijdje meedraait, zoals ik, dan vraag je je af of je ooit zo’n zwak en onzeker Nederlands elftal hebt gezien als nu. In mindere perioden liepen er altijd wel Ruud van Nistelrooijs in rond, Marco van Bastens en Ruud Gullits, Simon Tahamata’s, Willy van der Kuijlens, Jan van Beverens, Coen Moulijns, Sjaak Swarts. Toch zeker drie klassevoetballers per lichting zag je om je aan vast te klampen.

Die zijn er nu niet. Eigenlijk is alleen Arjen Robben nog pure top en die is de helft van de tijd geblesseerd. Daarom zal het zelfs nu Robben gelukkig weer eens meedoet tegen Luxemburg niet eenvoudig worden. Met het amechtig gespartel tegen Frankrijk en België in het achterhoofd geldt hooguit San Marino nog als appeltje-eitje. Niet Luxemburg, met spelers van Schalke 04, AA Gent, Olympique Lyon en FC Metz.

Het is vóór mijn tijd, maar in 1963 werd dus nog gewoon van Luxemburg verloren. En in dat sneue Oranje traden Eddy Pieters Graafland, Ton Pronk, Sjaak Swart, Henk Groot en Piet Keizer acte op. Namen die toen ontzag inboezemden. Net als nu had Nederland een eindronde gemist en zou het wel even over Luxemburg heen naar de volgende ronde lopen.

Woorden als ‘verpletteren’ vielen toen niet, want Jeffrey Bruma moest nog geboren worden, maar zo dachten velen er wel over. Nederland had al (semi)profs en bijna alle dravers uit het Groothertogdom waren amateurs. Makkie dus.

Niet. Eerst niet in Amsterdam (1-1 gelijkspel) en al helemaal niet in de uitwedstrijd, die nota bene in de Kuip werd gespeeld omdat de Luxemburgers op die manier meer recettes konden opstrijken dan in eigen land.

In beide wedstrijden, die erom gingen wie naar de EK-kwartfinales mocht, werd Oranje uitgelachen vanwege het ongeïnspireerde spel. De Luxemburgers leken het juist goed naar de zin te hebben tegen de oranjekleurige zelfoverschatters. ‘Uit’ in Rotterdam scoorde Camille Dimmer twee keer: een liefhebber die jaren later zijn ware passie zou vinden in de Europese politiek. En aangezien alleen Piet Kruiver het net vond namens Nederland ging 30 oktober 1963 de KNVB-boeken in als de meest gênante voetbalavond ever.

Met 2-1 verliezen van Luxemburg was zelfs in de jaren zestig, toen Nederland nooit een eindronde haalde, ongekend.

Gezien de magere lichting van nu en de vele blessures kan het straks opnieuw lastig worden. De (nog altijd laaggeplaatste) Luxemburgers weten wat profvoetbal is, wat verdedigen en counteren is en ze spelen deze thuiswedstrijd gewoon in het Stade Josy Barthel. Bulgarije en Zweden wonnen maar ternauwernood van ze. Ik bedoel maar.