Europese militaire samenwerking in stroomversnelling door verkiezing Trump

De landen binnen de Europese Unie willen hun beschikbare militaire middelen meer op elkaar afstemmen en beter gaan inzetten. Dat moet leiden tot een sterkere EU met een daadkrachtige uitstraling die op het mondiale toneel beter kan acteren. De verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten heeft dit proces weten te versnellen.

Om de EU op het wereldtoneel sterker voor de dag te laten komen, stemden de Europese ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie afgelopen maandag in met een nieuwe defensie- en veiligheidsstrategie. Deze strategie moet het mogelijk maken om kordaat te handelen in het geval van een grote internationale crisis. De EU zal Europa en haar burgers beschermen, zo is de strekking van het besluit en teven partnerlanden ondersteunen door middel van opleiding, training en advies. Dat betekent overigens niet dat de lidstaten de taken van de NAVO over gaan nemen. Volgens de hoge vertegenwoordiger voor het Europees buitenlands en veiligheidsbeleid Federica Mogherini streeft de EU niet naar een Europees leger. Het streven is te komen tot een sterkere EU daar waar het gaat om veiligheid, maar territoriale verdediging blijft een taak voor de NAVO.

Daartoe gaat de EU nu dus een militair hoofdkwartier in het leven roepen, een ‘permanente operationele planning en uitvoeringsmogelijkheid’, die ‘niet-uitvoerende militaire missies’, zoals het trainen van het Libische of Iraakse leger, aan zal gaan sturen zonder daadwerkelijk zelf strijd te leveren. De ministers kwamen verder ook overeen dat de EU – indien nodig – haar eigen gevechtseenheden moet kunnen sturen naar regio’s rondom de EU als van daaruit een dreiging of een anderszins hoog veiligheidsrisico uitgaat, zoals bijvoorbeeld in de Noord-Afrikaanse regio. Die missies worden echter aangestuurd vanuit nationale hoofdkwartieren. Deze gevechtseenheden moeten de omvang van een bataljon hebben en bestaan uit kleine coalities van lidstaten met multifunctionele civiele en militaire capaciteiten. In de praktijk bestaan deze eenheden al tien jaar. Tot inzet kwamen ze tot dusverre nog nooit, onder meer omdat geen van de deelnemende landen op wilde draaien voor de kosten van de inzet. Volgens maandag afgesproken strategie moeten de gevechtsgroepen voortaan worden gefinancierd vanuit de EU-begroting.

De nieuwe EU-strategie werd al langer beraamd, maar is na de verkiezing van Donald Trump als Amerikaans president in een stroomversnelling geraakt. Van Trump is bekend dat hij verwacht dat iedereen een financiële bijdrage levert, daar waar het gaat om internationale veiligheid. Zo gaf hij nog gedurende de verkiezingscampagne aan dat wat hem betreft Amerikaanse militaire steun in wisselwerking staat met het nakomen van bestaande financiële verplichtingen. Dit betekent concreet dat de meeste EU landen in de toekomst meer geld voor defensiedoeleinden zullen gaan reserveren, bijvoorbeeld door hun defensie-uitgaven te verruimen naar twee procent van het bruto binnenlands product. Dit was overigens al eerder binnen NAVO-kringen zo afgesproken, maar tot nu toe hielden slechts weinig landen zich aan deze afspraak. Voor Nederland bedragen de defensie-uitgaven thans circa 1,15% van het bbp. Naar verwachting zal Trump er op hameren dat de in NAVO-verband gemaakte afspraken worden nagekomen. Dat betekent dus dat de Nederlandse defensie-uitgaven in de komende jaren gefaseerd zullen stijgen.
Volgens de EU komt er wel een beloning te staan tegenover de verhoogde defensie uitgaven: zo mag het begrotingsoverschot van die landen hoger uitvallen dan eerder overeengekomen en zal er ook sprake zijn van verschillende andere financiële prikkels.