Geef drie boze burgers een podium en microfoon en dit is wat ervan komt

‘Het is echt zwaar bingo’ had Rob van Daal opgetogen uitgeroepen over alle aandacht die hem ten deel was gevallen. De volkszanger uit Etten-Leur, niet erg bekend van zijn zonnebankbruine mannendecolleté en de zeer lokale klapper Hé trut, bracht deze week zijn nieuwste hoempapahitje Oh Sylvana uit. (‘Oh Sylvana, oh Sylvana, waarom pak jij je koffers niet? Oh Sylvana, oh Sylvana, wat ben jij toch een zielenpiet. Kun jij niet gaan emigreren? T’is met jou echt kut met peren’ etc. etc.) Dat wordt straks met carnaval heerlijk stekelig die polonaise lopen.

Of nee, wacht, te vroeg gejuicht. De tekst gaat natuurlijk helemaal niet over Sylvana Simons, zo benadrukte Van Daal desgevraagd terwijl hij glunderend het podium betrad. Al vond hij het wel ‘buitengewoon prettig’ dat die link werd gelegd. ‘Iedereen wil me hebben!’ Volgens de Brabander gaat het liedje over het fictieve Russische meisje Sylvana. En dat intermezzo op de melodie van Zie ginds komt de stoomboot dan? (‘Ja-lala, ja-lala, ja-lala, ja-la…’) Puur toeval. Hij dacht er in eerste instantie het Wilhelmus in te herkennen, en de tekst had ‘ie ook al niet zelf geschreven. Dat deden de Gebroeders Ko, tevens geestelijk vaders van Broodje frikandel (‘Ik wil een broodje frikandel, ik wil een broodje frikandel. Oh ik hou van frikandellen, dus ik ga er een bestellen. Ik wil een broodje frikandel’).

Maar niet getreurd lieve mensen. In het genre ‘zwarte vrouw met een mening die een beurt dan wel een deportatie wordt toegewenst’ valt er nog veel meer te hossen over drie maanden. Zo stond Dean Saunders, bekend van brandstichting, mishandeling en zijn broer Ben, al klaar in de coulissen. Met een rood aangelopen gezicht en een priemend vingertje naar het publiek improviseerde hij een protestnummer, zichtbaar vergenoegd over de passage waarin de politie de anti-Zwarte Piet-demonstranten ‘dat busje in sloeg’. Strekking van het lied: Sylvana en haar vriendjes moeten de stoomboot pakken ‘want jullie horen hier niet’. Dat is nou die Hollandse gezelligheid waar we hier zo prat op gaan. Rondje voor de hele zaak.

En dan verscheen ook St. Nicogold nog ten tonele. Mocht er nou niet direct een belletje gaan rinkelen, St. Nicogold is de gelegenheidsartiestennaam van Johnny Gold, van de succesnummers Lalluh en Vrouwuh. En Johnny Gold is natuurlijk weer het muzikale alias van Kees Verlee uit het Brabantse Almkerk. En dat is dan weer die zanger die eruitziet als de liefdesbabyboomer van Keith Flint en de Stampertjes. Enfin, Verlee verkondigde trots als een aapje dat zijn carnavalslied De zeurpiet wél over Sylvana Simons gaat. Ondertitel van het maatschappijkritische deuntje: ‘Wie zeurt krijgt een…’ (Hint: beurt. Wie zeurt krijgt een beurt.) St. Nicogold spreekt zogenaamd namens alle kinderen van Nederland als hij stelt dat het Sinterklaasfeest de laatste jaren ‘in hoge mate’ wordt vergald door ‘zeurpiet Sylvana’. (‘Je zeurt maar door. Het zit je schijnbaar wel een beetje hoog. Maar volgens Piet is jouw probleem: je staat al jaren droog. Daaaar mooeet eeeen… piemel in’ etc. etc.) Nu ja, u begrijpt het wel.

Drie mic drops. De zangers maken een diepe buiging en nemen het hongerige applaus in ontvangst. Stoomboten vol piemels, ja-lala, ja-lala. Lachen. Dan gaat het licht aan. Ineens staan de kloppende aders en gebalde vuisten vol in de schijnwerpers. Niet meer lachen. Een strijdvaardig begonnen polonaise kruipt nog een laatste keer als een lange passieve vleesslang over de plakkerige vloer voorbij, gevolgd door een staart van vertrapte serpentine en de geur van verschaald bier. Men kijkt elkaar beduusd aan en denkt: was ik nou toch maar een paar jaar eerder naar huis gegaan.