Gudelj, de zelfoverschatting in een voetbalshirt

Denkend aan Nemanja Gudelj zie ik een voetballer met gladde benen zichzelf ontzettend goed vinden.

Ik zie hem eerst zijn benen in het scheerschuim zetten om de ballen vervolgens hoog over het doel te schieten. Want ik ben Gudelj, zie je hem denken. Een man uit Servië en daarom een echte vent, wel ijdel maar geen mietje. Nadat vijf ballenjongens een door hem afgevuurde kanonskogel zijn wezen opvissen uit een sloot drie velden verderop, zie ik Gudelj de mannelijke strijd aangaan rond de vraag wie een kansrijke vrije trap zal nemen. Omdat je als beetje Serviër na de zoveelste blijk van zelfoverschatting gewoon weer met de borst vooruit gaat staan van opzij jongens, dit is mannenwerk.

Gudelj die denkt een vrije trap bij benadering zo goed te kunnen nemen als Hakim Ziyech: zijn probleem in een notendop. Met onversneden Balkan-machismo nam hij bergen verantwoordelijkheid op zich na zijn komst naar Ajax, waar, gezien zijn techniek en spelinzicht, een molshoopje beter was geweest. De rol die voor hem geschikt leek: verdedigen en buffelen op het middenveld, dan balletje afgeven aan een creatieve medespeler, vond Gudelj niet mannelijke genoeg. Gudelj zou het soms wankelmoedige jongensteam wel even op sleeptouw nemen, overal zijn, alles doen, alles voordoen.

Nu denk ik: al die mislukte passjes in de maanden voordat hij werd gepasseerd door zijn trainer; al die keren dat hij iets moeilijks probeerde waar eenvoud voor de hand lag: was dat opzet? Een middel om een breuk te forceren die sinds vrijdag niet meer te lijmen lijkt? Ik houd het voor mogelijk sinds zijn mannelijke reactie op het besluit van trainer Peter Bosz hem op de bank zette. Als echte man met de borst vooruit kon hij het niet opbrengen op de bank te gaan zitten, stelde hij. Hoon werd zijn deel in columns en praatprogramma’s, de gestaalde supporters op de F-side spuugden hem uit als namaakmacho.

Gudelj volhardde en werkweigert zich nu met een juichend banksaldo naar de uitgang.

Zijn zaakwaarnemer Vlado Lemic, ook een Serviër, schijnt niet te deugen, maar ook als het waar is dat Lemic zijn überstoere cliënt aanzet tot werkweigering, wat hij ook bij andere spelers gedaan zou hebben, dan nog ligt de verantwoordelijkheid bij Gudelj (25) zelf. Uit alles wat hij doet in en buiten het veld blijkt de neiging zichzelf steeds iets beter te vinden dan hij in werkelijkheid is, zo niet veel beter.

De mensen zijn niet gek, die zien dat. Die willen zich niet tegen betaling hoeven te ergeren aan zelfoverschatting in een voetbalshirt. Bescheidenheid is wat Gudelj mist. Ook spelers die over veel meer talent beschikken dan hij kunnen niet zonder. Hopelijk komt hij daar nog eens achter.