Niet alleen de politie heeft binnenkort inzage in Britse internetgegevens

In Groot-Brittannië is onlangs de Investigatory Powers Bill goedgekeurd. Deze nieuwe wet verplicht internetaanbieders een jaar lang de domeinnamen van bezochte sites en metadata over online communicatie te bewaren. De gegevens mogen vervolgens zonder gerechtelijk bevel worden opgevraagd door een grote hoeveelheid overheidsinstanties.

Niet alleen de te verwachten organisaties als de politie, het leger en de geheime diensten hebben recht op inzage van de gegevens. Liefst 48 organisaties, waaronder de Food Standards Agency, de kansspelcommissie en het ministerie van Gezondheid staan op een speciale lijst en hebben toegang tot de informatie.

Kritiek
Er is veel kritiek op de wet. Het zou een te grote inbreuk op de privacy van burgers zijn en voor de internetproviders bovendien een grote opgave om alle gegevens te bewaren. De Britse vakbond van journalisten maakt zich zorgen over de bescherming van bronnen. Bedrijven als Apple en Google hebben bezwaar tegen de wet omdat deze het mogelijk maakt de bedrijven te verplichten hun encryptie-technologie openbaar te maken.

Volgens privacy-expert Eric King is de wet zeer kwalijk voor een samenleving die progressief wil zijn. Er is geen een democratie in de wereld die dit doet, stelt hij. De wet zal, voorspelt de Brit, de manier waarop mensen communiceren op een negatieve manier beïnvloeden. Jim Killock, directeur van de Open Rights Group stelt dat de impact van de Investigatory Powers Bill wet veel verder gaat dan het Verenigd Koninkrijk. “Het is aannemelijk dat andere landen, waaronder autoritaire regimes met een slechte mensenrechtenreputatie, deze wet gebruiken om hun eigen privacyschending te rechtvaardigen.”

Nederland
Tussen september 2009 en maart 2015 hadden we in Nederland een eigen Wet bewaarplicht telecommunicatie gegevens. Die wet verplichtte internet- en telecomproviders gegevens 6 tot 12 maanden te bewaren en beschikbaar te stellen voor de politie en inlichtingendiensten ter bestrijding van terrorisme. De voorzieningenrechter bepaalde dat deze wet in strijd was met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.