De revival van rechts in Europa (met verrassend linkse thema’s)

Vier Europese landen gaan in korte tijd naar de stembus voor belangrijke politieke verkiezingen. Afgelopen zaterdag Oostenrijk, en in de maanden die voor ons liggen Frankrijk, Duitsland en Nederland. Radicaal-rechtse partijen lijken hoge ogen te zullen gooien. En het radicale rechts in Europa bevat ook vooral linkse elementen, zo vernamen we al van onder meer de Volkskrant en the Guardian. Ze lijven traditioneel linkse thema’s in en combineren deze met nationalistische retoriek en xenofobe tendensen. De revival van rechts Europa.

Frankrijk
‘In naam van het volk,’ was de slogan waarmee het uiterst nationalistische en anti-Europese Front National (FN) in april komend jaar het electoraat hoopt aan te spreken. Dan kiest Frankrijk een nieuwe president, en Front National-leider Marine Le Pen hoopt dan goede zaken te doen.

Ze is op de goede weg, want sinds ze het partijleiderschap van haar vader in 2011 overnam wist ze het FN weg te trekken uit de extreemrechtse hoek en een maatschappelijk meer geaccepteerd gezicht te geven. Natuurlijk, FN blijft de partij van een strenger migratiebeleid en conservatisme, maar onder Marine Le Pen ontwikkelde de partij ook een links sociaal-economisch programma.

Het FN ziet bijvoorbeeld niets in een verhoging van de pensioenleeftijd. FN is ook voor een verhoging van de minimumlonen. Dat soort programmapunten valt goed in Frankrijk en naar verwachting zal Marine Le Pen weten door te dringen tot de tweede ronde van de verkiezingen waar mogelijk ook François Fillon, van de rechtse republikeinen, zijn opwachting zal maken. Fillon staat als conservatief te boek en is tegen migratie, echter ziet de sociaal-economische agenda van Fillon er geheel anders uit. Bij hem gaat de pensioenleeftijd omhoog, terwijl de 35-urige werkweek in de ban gaat. Daarnaast komen de banen van een half miljoen Franse ambtenaren op de tocht te staan. Anders is dat bij Le Pen. Zij wil juist deze werkgelegenheid behouden. Ook streeft ze de nationalisering van een aantal banken na, een standpunt dat verder enkel bij extreemlinkse partijen wordt ingenomen.

Duitsland
FN wil in aanloop naar de verkiezingen dus scoren door zich niet alleen maar af te zetten tegen migranten, maar ook het eigen volk te pamperen. De Duitse Frauke Petry volgt deze formule stemmen te winnen. De voorzitter van de Alternative für Deutschland (AfD) zet zich in de aanloop naar de Duitse parlementsverkiezingen in oktober 2017 af tegen het in haar ogen veel te slappe Duitse migratiebeleid. Net als Marine Le Pen wist Petry een partij die in de marge opereerde om te toveren naar een succesnummer.

De AfD is van oorsprong opgericht om een geluid tegen Europese noodleningen te laten horen en maakte zich hard voor een Europese Unie zonder Griekenland. Petry wist, door in te zetten op anti-migratiesentimenten, een groot electoraat aan zich te binden, zich daarbij afzettend tegen de euro en Angela Merkels vluchtelingenbeleid. Daartoe maakt ze gebruik van een zekere mate van nationalisme, echter niet te veel, want binnen Duitsland is rechtspopulisme nog steeds een beladen onderwerp vanwege de oorlogsgeschiedenis.

Daarmee laat de AfD wellicht ook stemmen liggen, want in verhouding tot soortgelijke partijen in de rest van Europa is ze slechts beperkt populair. Dat probeert de partij goed te maken door zich druk te maken om de zorgen van de gewone man. Ze annexeren traditionele thema’s van links en combineren die met nationalistische en dikwijls xenofobe tendensen. Nationaal-Marxisme, zo omschreef Arnon Grunberg het in de Volkskrant van afgelopen zaterdag.

Maar hoewel ook de AfD graag pronkt met linkse thema’s, heeft de partij geen sociaal-economische agenda, behalve dat men wantrouwig is wat vrijhandel aangaat en een zekere mate aan protectionisme wel ziet zitten. Wel blinkt de AfD uit in het stelen van de taal en topics van traditioneel linkse partijen. Daarmee heeft de AfD – net als andere rechts-radicale partijen – zichzelf een make-over gegeven waarmee ze succesvol de kiezers van links afsnoept.

Nederland
In Nederland is het in maart 2017 weer tijd voor parlementsverkiezingen. De PVV van Geert Wilders doet het al maanden goed in de peilingen doordat Wilders thema’s als migratiestop, sluiting van alle moskeeën en een hoofddoekenverbod op de nationale agenda heeft gezet.

Andere belangrijke topics van de PVV zijn de Nexit – Nederland uit de EU – en meer geld voor leger en blauw op straat. Daarmee volgt de partij de anti-Europese, anti-islamitische en nationalistische koers die door radicaalrechtse partijen elders in Europa wordt gevolgd. De coalitievorming belooft na de verkiezingen in elk geval interessant te worden. Met een sterke PVV lijkt het voor de hand deze in de coalitie op te nemen, echter in 2010 gaf de PVV al gedoogsteun aan de coalitie en dit experiment was voor alle betrokkenen een teleurstelling. Een coalitie zonder de PVV zou wellicht ook mogelijk zijn. Daarmee blijft Wilders aan de zijlijn staan, maar dat is tegelijkertijd ook de plek waar hij zich het prettigst voelt.

Opvallend is dat het conservatieve partijprogramma van de PVV ook van oudsher linkse standpunten opvoert, zoals goedkopere zorg en behoud van de huidige pensioenleeftijd. Aan de andere kant blijft er voldoende ruimte voor traditioneel rechtse thema’s zoals een kleinere overheid, afschaffing van ontwikkelingshulp en overige subsidies.

Oostenrijk
In Oostenrijk zijn de presidentsverkiezingen net achter de rug. Afgelopen zaterdag kozen de Oostenrijkers voor de onafhankelijke kandidaat Alexander Van der Bellen, voormalig Die Grünen. Hij had het opgenomen tegen de kandidaat van de Vrijheidspartij van Oostenrijk (Freiheitliche Partei Österreichs, afgekort FPÖ).

De FPÖ wordt over het algemeen beschouwd als een populistische, extreem-rechtse, nationalistische en liberaal-conservatieve partij, die EU-kritisch is en een strenger migratiebeleid bepleit. De ‘soziale Heimatpartei‘, zoals de FPÖ zich noemt, probeert net als rechtsradicale partijen elders in Europa haar rechtse agenda toegankelijker te maken door er linkse elementen aan toe te voegen, maar schiet daarbij van links naar rechts zonder duidelijke keuzes te maken.

Eerder al – in april van dit jaar – had Van der Bellen de verkiezing gewonnen van FPÖ-presidentskandidaat Norbert Hofer. Procedurefouten leidden er evenwel toe dat de verkiezing overgedaan moest worden, maar Hofer heeft hier geen munt uit kunnen slaan. Veel Oostenrijkers vreesden dat Hofer het land uit de EU zou leiden. Bovendien is de discussie rondom het migratievraagstuk in Oostenrijk inmiddels ook al geluwd, waardoor Van der Bellen de verkiezing wederom won.

Italië
Op dezelfde dag als de Oostenrijkse presidentsverkiezingen ging overigens ook de Italiaanse bevolking naar de stembus. Inzet was een referendum over een nieuwe grondwet die onder andere een verkleining van de senaat beoogt om Italië beter bestuurbaar te maken. De centrum-linkse premier Matteo Renzi had zijn lot aan de nieuwe grondwet verbonden, en verloor. De extreemrechtse Lega Nord en de populistische Movimento 5 Stelle ageerden fel tegen het referendum. Met het aftreden van Renzi kunnen in Italië mogelijk nieuwe verkiezingen volgen, waarbij rechts-radicale en rechts-populistische partijen – net als bij het referendum – veel kiezers kunnen mobiliseren.

Daarmee lijkt het nieuwe rechts bezig aan een stevige opmars in Europa. De mix van linkse topics, zoals aandacht voor zorg en behoud van verworvenheden zoals de huidige pensioenleeftijd, gekoppeld aan schreeuwende nationalistische retoriek tegen Europa en de islam blijkt een succesformule. Volgens Grunberg, in de Volkskrant, betreft het maar een tijdelijk fenomeen, al stelt hij ook dat het nieuwe rechts zo snel niet verslagen zal zijn. Oostenrijk heeft echter ook al laten zien dat er nog hoop is voor links, door de nipte winst van Van der Bellen. Net als in Oostenrijk zijn de beide kampen echter ook elders in Europa aan elkaar gewaagd. Het blijft moeilijk te voorspellen in wiens voordeel de verkiezingen zullen uitpakken.