De familie Cruijff verdient een groot compliment

De kogel is bijna door de kerk. Volgens het Algemeen Dagblad staan de nabestaanden van Johan Cruijff welwillend tegenover het idee om de Amsterdam ArenA om te toveren tot Johan Cruijff Stadion. De familie stelt wel één mooie eis.

Kort na het overlijden van Cruijff in maart dit jaar riepen verschillende partijen op het stadion om te dopen. De gemeente Amsterdam en Ajax waren voor een directe naamsverandering, maar de familie van de oud-voetballegende hield de boot af. De nabestaanden wilden eerst het verlies verwerken. Nu gaan ze in gesprek met de verschillende partijen die de Amsterdam ArenA beheren.

Bouw
Die verschillende partijen zijn Ajax, de gemeente Amsterdam en privé-investeerders. Bij de bouw van de ArenA in 1996 hebben die investeerders – waaronder Philips, Grolsch, KPN en Coca-Cola – een financiële impuls gegeven om het stadion te realiseren. Ajax stak omgerekend 9,1 miljoen euro in het nieuwe stadion en is voor 13 procent eigenaar. De gemeente had 31,8 miljoen euro over voor een aandeel van 48 procent. De resterende 39 procent komt op het conto van de investeerders, die omgerekend 29,5 miljoen euro in de bouw van het stadion staken.

Etihad Arena 
Voor die laatste partij is de naamswijziging een belangrijk onderwerp. De belangrijkste eis van de familie van het overleden voetbalicoon is dat het stadion in de toekomst geen naam van een sponsor zal dragen. Terwijl op veel nationale (Philipsstadion, Mac3Park stadion) en internationale (Allianz Arena, Emirates Stadium) voetbaltempels een sponsornaam prijkt.

Een sponsornaam op het stadion zou een lucratieve stap zijn voor de corporatie die het stadion in handen heeft. Die maakt voorlopig winst van zes ton. Een deal met vliegmaatschappij Etihad, zoals bijvoorbeeld Manchester City heeft, voor een Etihad ArenA zou die winst kunnen vergroten. De investeerders willen niet bij voorbaat een gesponsord stadion tegenhouden. Ze lopen dan mogelijk een aanzienlijke inkomstenstroom mis.

De Cruijff-familie wil niet dat de naam en nagedachtenis van de voetballer in de toekomst in verband gebracht wordt met een inwisselbaar merk, die het meeste geld biedt. Het zullen daardoor forse onderhandelingen worden. In tijden van oververcommercialisering van het voetbal staan de nabestaanden van Cruijff – al was hij zelf niet vies van commercie – op tegen modern football. Ze verdienen daarvoor een groot compliment uit de harten van de supporters en misschien wel meer.