Waarom moedertaalsprekers van het Engels moeten bijscholen

De grote meerderheid van de Engels sprekende wereldbevolking, beheerst het Engels niet als moedertaal maar als tweede taal. Wereldwijd spreken er zo’n 1,75 miljard mensen Engels op een bruikbaar niveau en dat aantal groeit snel. Verwacht wordt dat het aantal in 2020 is gegroeid tot 2 biljoen. Met de verschuiving van het Engels als moedertaal naar Engels als lingua franca wordt er voor gepleit dat native speakers hun taalgebruik aanpassen om te blijven functioneren op de werkvloer.

Neil Shaw, onderwijsadviseur bij de Britse internationale onderwijs en cultuur instelling, meent dat het aan de minderheid – de moedertaalsprekers – is om zich aan te passen en bij te scholen. Middels cursussen worden native speakers van Singapore tot Zuid-Afrika aangemoedigd om hun manier van communiceren te heroverwegen. “Het is voor veel mensen een openbaring dat hun Engels niet zo duidelijk en effectief is als ze dachten dat het was,” zegt Shaw.

Radicale veranderingen
Met de vlucht die het Engels van niet-moedertaalsprekers heeft genomen is het volgens Robert Gibson, intercultureel consultant in Munich, geen uitzondering meer om in een wereldwijd, virtueel team te werken. “De Engelse taal is radicaal aan het veranderen, er is geen sprake meer van alleen een verschil tussen Amerikaans- en Brits Engels. Ook binnen organisaties ontstaan eigen stijlen en deze worden niet automatisch begrepen door mensen die het Engels als moedertaal hebben.”

Volgens Dominic Watt, expert op het gebied van sociolinguïstiek aan de Universiteit van York, werkt het niet altijd in iemands voordeel om Engels als eerste taal te hebben. In situaties waarbij de tweedetaalsprekers in de meerderheid zijn, zijn de moedertaalsprekers degenen die er niet bij horen. Als voorbeeld noemt hij het Europese Parlement, waar non-native speakers vaak zouden klagen over het taalgebruik van native speakers.

Langzamer spreken
Het meest effectieve in dit soort situaties zou zijn om langzamer te spreken. Bob Dignen, die de digitale cursus ‘English for the Native Speaker’ ontwikkelde, legt uit dat het een gedragsaanpassing is die aan te leren is door jezelf op te nemen en terug te luisteren. Mensen met Engels als moedertaal spreken gemiddeld 250 woorden per minuut, als ze de pauzes tussen hun woorden langer maken kunnen ze het terugdringen naar 150 woorden per minuut, wat aangenamer is voor de tweedetaalspreker. Ook duidelijkere articulatie zorgt voor betere communicatie. Dignen: “In plaats van ‘I will’ zeggen we vaak ‘I’ll’ en wanneer we snel praten wordt dat ‘ull’, door ‘I will’ te zeggen wordt je een stuk beter verstaanbaar.”

Ook Cathy Wellings, directeur van de London School for International Communication meent dat het aan de moedertaalsprekers is om het taalgebruik aan te passen. Volgens haar omdat het communiceren in een tweede taal veel energie vergt en de native speakers het makkelijker kunnen maken. Wat grammatica betreft stelt Wellings dat de Britten nog wat kunnen leren van de tweedetaalsprekers. Bij cursussen in schriftelijke zakelijke communicatie met gemengde groepen beheersen de cursisten met Engels als tweede taal de grammatica vaak beter dan de Britse deelnemers.

Beeld: Flickr | Steve Johnson