Hoe Wiebes een nieuwe politieke lynchpartij bespaard bleef

Dinsdagochtend 20 december, ministerie van Financiën, Korte Voorhout Den Haag. Gesprek tussen twee beleidsmedewerkers van de Directie Directe Belastingen.

‘Môgge Jan.’
‘Goedemorgen Lennard. Alles goed?’
‘Ja, prima. Met jou?’
‘ ’t Is wat daar in Berlijn hè.’
‘Ja, dan mogen wij hier nog van geluk spreken. Alhoewel, die Eric (Wiebes), da’s soms ook net een ongeleid projectiel haha.’
Speaking about. Vandaag de stemming in de Eerste Kamer, hè. Ga je er nog heen?’
‘Ja, ik ga wel even kijken. Maar ik verwacht geen vuurwerk. Appeltje-eitje, dat Belastingplan. Ik ben zeker op tijd voor het kerstdiner vanavond.’
‘Het FD (Financieele Dablad – red.) vanmorgen nog gelezen?’
‘Niet echt goed. Druk, druk, druk. Moest de kids ook nog naar school brengen.’
‘Er staat een stuk op de opiniepagina van die Jongstra van de NBA (Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants). Een pleidooi om nieuwe wetten minder snel in te voeren. Omdat het zo vaak mis gaat. De nieuwe Belastingwet wordt ook nog genoemd.’
‘Wat hebben de accountants daar nu mee te schaften?’
‘Ze trekken aan de bel met het oog op de verkiezingen, vanuit hun “maatschappelijke rol.”’
‘Accountants en maatschappelijke betrokkenheid? Dat lijkt me een contradictio in terminis van de bovenste plank.’
‘Kwestie van een wit voetje halen, lijkt mij.’
Geklop op de deur. Iemand van Voorlichting. Hebben de heren De Telegraaf al gelezen?
De Telegraaf? Nee, hoezo?’
Daar staat iets in wat hen mogelijk kan interesseren. En Wiebes vast en zeker. Als de nieuwe pensioenwet voor directeuren-grootaandeelhouders van kracht worden, leidt dit volgens de krant tot een miljardenstrop.
‘Laat eens zien?’
De voorlichter overhandigt zijn collega’s twee kopieën. Ze slaan aan het lezen.
Een paar minuten later: ‘Tjezus, Jan, 5 miljard euri! Als dit waar is hebben we een probleem. Een groot probleem.’
‘Ja, die senatoren lezen dit natuurlijk ook. En vanmiddag moeten ze erover stemmen!’
‘Dat wordt een drama, een slachtpartij. Eerst die blunder met die vertrekregeling bij de Belastingdienst, daarna dat gedonder met die zzp’ers…’
‘Als die stemming doorgaat, hangt Eric, dan vrees ik dat-ie de kerst niet haalt.’
‘Dan wordt ie gelyncht. Als hyena’s zullen ze zich op hem storten.’
‘We moeten iets doen. Zo snel mogelijk Pieter (directeur-generaal fiscale zaken) en Manon (secretaris-generaal ministerie van Financiën) informeren. Die moeten het dan maar aan Eric voorleggen.’
‘Hoe kan het dat wij dat niet hebben gezien? We hebben het toch helemaal doorgelicht? 2,1 miljard euro zou dit opleveren, zei jij!’
‘Daar hebben we nu even geen tijd voor Lennard. Ga jij naar Pieter, ga ik naar Manon. Zien we elkaar straks weer hier. Succes!’

Drie kwartier later.
‘En?’
‘Manon heeft onmiddellijk met Eric gebeld. Die zat in de auto op weg hierheen. Laaiend was-ie. Wij moeten de rommel zelf opruimen, een oplossing verzinnen. Die stemming moet van de agenda. Anders zijn de rapen gaar.’
‘Maar hoe dan, wat dan?’
‘Ik weet het: een ijlbrief, we sturen de leden van de Eerste Kamer een ijlbrief.’
‘Een ijlbrief? Kom op Lennard, nu geen flauwekul, we zitten hier niet bij het Groot Dictee der Nederlandse taal.’
‘Een ijlbrief is een archaïsch woord voor een brandbrief. Alleen ijlbrief klinkt iets beter.’
‘Oké, maar dan wel rap, want die brief moet ook nog door iedereen worden geaccordeerd.’
‘Tik jij? Daar ben jij beter in.’
‘Prima.’
‘En wat voor reden moet erin? We kunnen toch moeilijk opschrijven dat de staatsecretaris uitstel wil omdat hij zich de tyfus is geschrokken toen hij vanmorgen bij het ontbijt De Telegraaf opensloeg.’
‘Ik weet het: we schrijven dat er op het laatste moment toch nog een paar vragen zijn binnengekomen die we eerst moeten beantwoorden.’
‘Nee, dat is kul, dat slaat nergens op. We moeten gewoon zeggen waar het op staat.’
‘Schrijf dan op dat Wiebes “signalen uit de praktijk hebben bereikt, die nopen tot nader onderzoek” of iets dergelijks. En dat er “een novelle aankomt met eventueel flankerende maatregelen.” ’
‘Haha, dat doen we. Lennard jongen, jij bent een genie. Als we jou toch niet hadden.’
‘Ook dat zal wel weer leiden tot sarcastische en cynische commentaren. Maar dat duurt hooguit een dag. Bovendien stort iedereen zich nu op Berlijn. Is dat toch nog ergens goed voor.’
‘Gelijk heb je. Zorgen we er in ieder geval voor dat Eric de kerst overleeft. En wij ook, hoop ik, haha.’
‘Zeg ehh, ga jij nog naar dat kerstdiner?’
‘Ik denk het niet. Ik moet de kinderen weer ophalen en vanavond gaan we naar cabaret, Lebbis Good News Show in Diligentia. Daar ben ik wel aan toe.’
‘Ik denk dat ik dit keer ook maar even oversla.’
‘Lijkt me een strak plan.’
‘Fijne dag nog.’
‘Jij ook!’