Sorry voor Martin Bosma

Paul Wilders verontschuldigde zich deze week op Twitter voor het gedrag en de tweets van zijn jongere broer Geert. Over de directe aanleiding kunnen we lang speculeren — de PVV-leider had dezelfde dag immers ook een vrolijke selfie geüpload waarop hij zijn rood gelakte nagels toont — maar het zou weleens die foto van Angela Merkel met bebloede handen geweest kunnen zijn. Geert trakteerde zijn broer, net als alle anderen die hem ooit digitaal voor de voeten liepen, op een block. Als dat niet gezellig wordt aan de k*rstdis dit weekend.

Bestaat er eigenlijk iets als een familiaal overdraagbare zonde? In dat geval wil ik graag van de gelegenheid gebruikmaken om ook mijn excuses aan te bieden. Sorry voor Martin Bosma. Sorry dat hij ooit een politieke carrière is gaan ambiëren. Sorry dat het inmiddels zo ver is gekomen dat hij ophitslijstjes op Twitter zet zodat zijn hijgerige gevolg precies weet bij wie het aan moet kloppen: ‘Deze BN’ers zetten zich in voor open grenzen en meer asielzoekers.’ Met andere woorden: Go get ‘em, tigers! Maar goed, het spijt me dus oprecht, oké?

Is Martin Bosma dan mijn broer, hoor ik u denken. Voor zover ik weet niet. Maar Laura Selmhorst wist ook niet dat Dennis Tuinman haar biologische zoon was toen ze een relatie met hem aanknoopte, dus ik durf niet al te stellig zijn. Nee, het zit zo. Een van de scheppers van een van mijn scheppers, te weten mijn opa, schreef het politieke pamflet ‘Een-partijstaat Nederland’ dat in 1990 in NRC Handelsblad werd gepubliceerd. Het veroorzaakte toentertijd enige reuring, er werden kamervragen over gesteld, maar het zakte langzaam weer weg in de vergetelheid. Eind goed al goed.

Tot kort na mijn opa’s dood in 2011 dan. We hadden hem net onder begeleiding van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band overgedragen aan een man in een slecht zittend pak, toen Martin Bosma, of all people, een ode besloot te schrijven. ‘Het artikel van Oerlemans was voor mij een van de aanleidingen om de politiek in te gaan,’ onthulde hij in zijn column in NRC Handelsblad. Als mijn opa begraven was, had hij zich ongetwijfeld een paar keer gretig omgedraaid in zijn graf. En had ik trouwens al gezegd dat het me spijt?

Misschien kan ik het goedmaken door Bosma te wijzen op het allerlaatste artikel dat mijn opa schreef, dat hij afsloot met een citaat uit Johan Huizinga’s cultuurkritische boek In de schaduwen van morgen uit 1935: ‘De hedendaagse politieke publiciteit handelt in het groot in stokken om honden te slaan en kweekt zijn afnemers op tot deliriumlijders, die overal honden zien.’ De PVV(-stemmer) in een notendop eigenlijk. Wat zou het toch prachtig zijn als Bosma naar aanleiding hiervan eens goed in de spiegel keek om vervolgens opnieuw de pen ter hand te nemen. En dat hij dan zou schrijven: ‘Het artikel van Oerlemans was voor mij een van de aanleidingen om de politiek uit te gaan.’ Die erfzonde van Adam en Eva drukt namelijk al zwaar genoeg op mijn schouders.