Staat er thuis bij Hakim Ziyech een kerstboom?

Eerst dacht ik van wel. In de Drontense woning van de meest besproken speler van de eredivisie zouden vast — in ieder geval denkbeeldige — lichtjes fonkelen, er zou hulst aan de muur hangen en Hollandse gezelligheid heersen. Ziyech leek Hollandser dan de meeste andere Nederlands-Marokkaanse voetballers.

Maar die boom staat er niet — niet eens denkbeeldig, zo blijkt uit zijn openhartige interview in Voetbal International. ‘Iedere voetballer wil voor zijn land spelen en vechten,’ zegt de 23-jarige Ajaxmiddenvelder in het kerstnummer. ‘Op het veld voor je land strijden, dat maakt het leuk.’

Je land: dat is dus Marokko. ‘Ik vertegenwoordig Nederland niet, dus is dit ook niet mijn land. Ik woon hier, ben hier opgegroeid en voel me hier prettig, maar ik heb meer gevoel bij Marokko. Mijn familie komt ervandaan, ik ben Marokkaans opgevoed.’

Vorig jaar zomer, weet ik uit betrouwbare bron, huilde Ziyech nog toen hij vanwege een blessure moest afhaken nadat bondscoach Guus Hiddink hem had (voor)geselecteerd. Jammerend verklaarde hij maar wat graag voor Oranje te zijn uitgekomen. Zijn tranen waren nog niet droog of hij koos voor Marokko. Toen huilden de Nederlandse voetballiefhebbers en gaven zij de schuld aan de nieuwe bondscoach Danny Blind. Diens te zure, typisch-Nederlandse gereserveerdheid zou er de oorzaak van zijn dat ‘wij’ nooit meer konden rekenen op de verrukkelijke dribbels en passjes van Ziyech. De linkspoot leek de ideale creatieve middenvelder voor het Oranje van de toekomst en met een interland voor Marokko achter zijn naam was dat uitgesloten.

En kijk eens: Ziyechs keuze voor Marokko had niets met Blind van doen. In het tv-programma Bureau Vooroordeel zei hij sowieso voor Marokko te hebben gekozen. En in VI: ‘Ik voel me in Marokko gewoon beter. Bij mij stroomt Marokkaans bloed door de aderen.’

Kennelijk is er vorig jaar zomer een knop in Ziyech omgegaan, of misschien hoopte hij achter zijn tranen in Zeist al stiekem voor ‘zijn land’ te kunnen spelen. Ook voor de betrokkenen lijkt zo’n keuze vaak nogal ingewikkeld te liggen, maar afgaande op het interview met Ziyech heeft ook de polarisatie in Nederland een rol gespeeld. Navraag onder Nederlands-Marokkaanse voetbalkenners leerde mij dat velen er zo over denken: ze voetballen in groteren getale dan ooit in de eredivisie, maar de gevoelens over Nederland zijn verre van positief.

De roep om minder, minder Marokkanen zou aldus hebben bijgedragen aan een klimaat waarin minder, minder Marokkanen zich tot Oranje aangetrokken voelen. ‘Ik denk dat de meeste Marokkaanse Nederlanders gevoelsmatig nu voor Marokko zouden kiezen,’ vertelde zaakwaarnemer Hakim Slimani mij. Net als bij Ziyech oefenen familie en vrienden druk uit om de blik op de Leeuwen van de Atlas te richten. En nu de organisatie rond het Marokkaanse nationale elftal zeker zo goed en zo luxueus is geworden als in Nederland, zijn er nog minder, minder redenen om voor Oranje te kiezen.

Nog niet zo lang geleden leken internationals als Khalid Boulahrouz en Ibrahim Afellay een nieuw multicultureel tijdperk voor Oranje in te luiden. Na de Surinaamse zou er een Marokkaanse golf komen. Die komt er niet, de keuze van bijvoorbeeld Anwar el Ghazi voor Oranje ten spijt. Bij de meesten klopt het hart voor ‘mijn land’. Dat is in vele opzichten jammer: zoals zo vaak weerspiegelt het voetbal de tijd waarin wij leven.