Terroristenvrienden een podium bieden: noodzakelijk of terrorisme-pr?

Twee jaar na Charlie Hebdo, grofweg een jaar na Parijs en Brussel, maken twee betrokkenen bij de terroristische aanslagen hun opwachting in de Vlaamse en Franse media. Critici zijn niet te spreken over hun media-optredens. “Het is een provocatie richting de slachtoffers van islamistisch terrorisme,” stelden twee Franse senatoren over een interview met de voormalige mentor van gebroeders Kouachi. Ze dienden een klacht in bij het Franse commissariaat voor de media.

Precies twee jaar na de aanslag op Charlie Hebdo (7 januari 2015) brengt de voormalige mentor van de gebroerders Kouachi een boek uit over radicalisering en inkeer genaamd Mon djihad, itinéraire d’un repenti (Mijn jihad, traject van een spijtoptant). Terwijl Frankrijk het bloedbad op de redactie van het satirische blad en in een Parijse supermarkt herdenkt, verschijnt de 35-jarige Benyettou op de Franse tv-zender C8. Hij verklaart zichzelf de emir van de broers Chérif en Saïd Kouachi, en vertelt over de salafistische lessen die hij hun gaf. Samen hielpen ze andere jongeren naar Irak af te reizen om zich aan te sluiten bij Al-Qaida.

Benyettou vertelt over zijn bekering: een half jaar na de aanslagen zou hij de omstreden deradicaliseringsexpert Dounia Bouzar hebben benaderd. Zij nam hem in dienst om jongeren af te houden van een vertrek naar het kalifaat. Zijn boek heeft hij samen met haar geschreven en biedt volgens haar een ‘boodschap van hoop’. Nabestaanden zien dat anders, schrijft NRC Handelsblad vandaag. “Alsof je een sigarettenmerk vraagt zich te ontfermen over antitabaksreclames,” stelt Charlie Hebdo-medewerker Patrick Pelloux.

Benyettou is een merkwaardige verschijning in C8, in een leren jasje en met zonnebril op doet hij zijn verhaal. De man, die eerder begin twintig dan midden dertig lijkt, laat een onaangenaam onderbuikgevoel achter. (Het interview kunt u hier bekijken.) Het publiek reageerde argwanend op de aanwezigheid van de omstreden – naar eigen zeggen voormalige – moslimextremist.

Benyettou was niet de enige (voormalige) jihad-sympathisant die de schijnwerpers van de media op zich gericht kreeg: Brahim Farasi, de 28-jarige man die betrokken was bij de aanslagen in Brussel afgelopen maart, kreeg van het Belgische medium De Morgen de kans om zijn zegje te doen.

In een interview dat drie dagen geleden gepubliceerd werd, vertelt Farasi, die volgens Belgische autoriteiten nog steeds wordt gezien als betrokkene bij de aanslagen in Brussel: “Op woensdag 23 maart, de dag na de aanslagen dus, heeft Smaïl (de broer van Brahim Farasi – red.) mij gevraagd of ik hem kon helpen wat spullen te verhuizen”, vertelde Farasi. “Het was dringend, zei hij. Vanwege de huisbaas die maar bleef bellen. Hij stond onder druk, wachtte al zo lang op het moment dat hij eindelijk dat flatje kon leegmaken. Hij was volgens mij alleen daarmee bezig. Meer met die sleutel dan met de aanslagen. Ik kan begrijpen dat de speurders het allemaal heel raar vonden, dat het leek alsof wij een rol hadden in de aanslagen, door sporen te wissen. Maar als dat zo was, dan ga je jezelf toch niet aangeven bij de politie?” Farasi spendeerde zeven maanden tussen de zwaar geradicaliseerden in de Brusselse gevangenis in Vorst. Inmiddels is hij dus weer op vrije voeten.

Voormalige terroristen en terroristenvrienden een podium bieden: noodzakelijke berichtgeving of onverantwoorde terrorisme-pr? Amerikaanse onderzoek uit 2016 concludeerde dat berichtgeving over mass shootings in de VS een besmettelijke effect hebben. Of dat effect ook opgaat in het geval van religieus terrorisme?

Le Monde-hoofdredacteur Jérôme Hamel maakte afgelopen juli in een commentaar bekend dat de Franse krant geen propagandamateriaal van terreurgroepen of beelden van aanslagplegers van terreurbewegingen meer toont. Le Monde wil verhinderen dat daders na hun daad worden vereerd. Hamel staat er niet alleen voor, meerdere Franse media willen geen beelden van terroristen meer tonen. De chef bij de Franse nieuwssite BFMTV, Hervé Béroud, maakte dinsdagavond ook bekend te stoppen met het tonen van aanslagplegers.

Slachtoffers noemen het optreden van Benyettou ‘nauwelijks verhuld eerherstel’ voor de mentor van de broers Kouachi. ‘Onacceptabel’. Benyettou heeft vanwege alle ophef laten weten van verdere mediaoptredens af te zien. Zijn eerste optreden heeft in elk geval een onuitwisbare indruk gemaakt.