Hoe Justin Kluivert nog heel even Heel Jong bleef

Gistermiddag liep ik langs de Galgenwaard, die er doodstil bij lag. Achter het stadion, als de achtertuin van de reusachtige villa van een blinde drugsbaron, strekken zich een aantal grasvelden uit. Voetbalvelden zijn het, van clubs met namen als Sterrenwijk en Odin. Allemaal velden waar ik op speel op foto’s die zelfs in gedigitaliseerde vorm beginnen te vergelen. Achter die velden loopt het spoor, en daarachter eindigt de beschaving (en begint Houten).
Het was nog stil op die velden. Goddank.
Altijd als ik langs voetbalvelden loop, zuigt de heimwee zacht aan mijn gemoed. Ik voetbal al lang niet meer, in mijn laatste seizoen strompelde ik elke zondag als een kreupele brugwachter over het veld. Hoe ouder ik word, hoe banger ik word dat voetballen in wezen toebehoort aan mensen die jonger zijn dan ik. Je kunt natuurlijk voetballen tot je tachtigste – alles kan – maar denk niet dat het er niet vreemd uitziet. Dat doet het wel. Veel mannen van een zekere leeftijd komen als verzachtende omstandigheid voor hun kromgetrokken oudemannenstokjes in korte broek aanzetten met een citaat van Stanley Matthews: ‘Je stopt niet met voetballen omdat je oud wordt, je wordt oud omdat je stopt met voetballen.’ Ik zou daar een citaat van een andere ouwe zeeman op de rechterflank (Frank Heinen) tegenover willen zetten: ‘Je wordt niet oud omdat je met citaten van ouwe Britten gaat strooien, want als je dat doet, ben je het al.’

Vrienden krijgen geen kinderen
Bij ieder debuut van een voetballer jonger dan jezelf sterf je een beetje. Ik ben 31, dus bij mij zit er wat dat betreft schot in. Nu zijn wij allemaal stervende, de hele dag, maar wanneer de zoon van iemand die je nog hebt zien debuteren debuteert, voel je even echt hoe de tijd je met haar deegroller op de hielen zit.
Je kunt jezelf lang in de luren leggen, geloven dat het zo’n vaart niet loopt met die ouderdom. De eerste spelers van mijn leeftijd beginnen nu zo’n beetje aan hun betaalde uitbuiksessie in de Chinese competitie. Een enkeling is op die leeftijd al trainer, normaal gesproken een functie voor Leobeenhakkerachtige kerels met dunne sigaartjes. Die omstandigheid is geen bezwaar. Met trainers van je eigen leeftijd hoef je je niet te vergelijken. Trainers zijn mannen die eeuwig 58 blijven – ook als ze eigenlijk dertig jaar jonger zijn. In werkelijkheid zijn trainers omgekeerde en ondersteboven hangende Benjamin Buttons: de tijd schrijdt voort, maar zij blijven 58.
Nee, uitbuikende voetballers van 31 doen me niet veel, en met trainers van mijn leeftijd voel ik geen enkele gemeenschappelijkheid. Als ik een trainer van 31 zie, zie ik iemand die mijn vader zou kunnen zijn.
De klap kwam gisteren. In Zwolle speelde Justin Kluivert voor het eerst voor Ajax 1. Een zwarte dag voor iedereen die bij hoge uitzondering mocht opblijven voor de Kluivertteenfinale van ‘95. Je kunt niet kijken naar het debuut van de zoon van iemand van wie je het debuut nog haarscherp voor de geest kunt halen zonder te denken: dit was het. Het was leuk zolang het duurde. Zelfs in gedachten ben je geen voetballer meer. Vanaf nu hoor je bij de vaders, voor altijd, tot je bij de opa’s hoort en geen enkel citaat van Stanley Matthews je nog kan helpen.
Vergelijk het met vrienden die opeens kinderen krijgen. Slaat ook nergens op. Je vrienden krijgen geen kinderen, ze zijn het. Vind ik dan.

Na afloop van zijn geslaagde wedstrijd stond Justin Kluivert alle aanwezige journalisten te woord. Hij zag eruit als zijn vader, hij sprak als zijn vader. Vooral het woord ‘belangrijkste’ (in de zinsnede ‘da’s het belangrijkste’) was identiek aan die van Patrick: ‘Ik hou me niet bezig met Milan. Presteren met Oranje, da’s het belangrijkste.’
Zes keer hoorde ik Justin Kluivert gisteren het appje van zijn vader voorlezen. Kluivert senior, die zelf ook nog altijd oogt als een junior, schreef: ‘Heel goed gespeeld. Inderdaad, je officiële debuut schat.’
‘Schat.’ Tegen een voetballer. Van Ajax.

Schat
Schat.
Wat een opluchting. Ooit word ik door een voetballer definitief de ouderdom ingedribbeld. Door de zoon van Robin van Persie, of door de dochter van Ron Vlaar. Misschien door mijn eigen kind. In elk geval niet door Justin Kluivert. Want gisteren begreep ik dat ik niet plots Heel Oud geworden was; het was vooral Justin Kluivert die nog heel even Heel Jong bleef.