Europees anti-terrorismebeleid: een olifant in de porseleinkast

Vergaande nieuwe anti-terrorismewetten brengen Europa in een gevaarlijke situatie van toenemende overheidscontrole en beperking van de vrijheid van burgers. Het hedendaagse anti-terrorismebeleid manoeuvreert als een olifant in de porseleinkast.

In verschillende EU-lidstaten is de afgelopen twee jaar een verschuiving opgetreden. Burgers worden in toenemende mate geconfronteerd met een inperking van hun rechten door hun overheid, om ze te beschermen. Volgens een rapport van Amnesty International wordt Europa in een toestand van toenemende overheidscontrole en beperking van de vrijheid van burgers gebracht door nieuwe anti-terrorismewetten.

De verschillende aanslagen die Europa over de afgelopen jaren hebben getroffen hebben regeringen over het hele continent bewogen om met gezwinde spoed wetten aan te nemen die het doel hebben om terrorisme tegen te gaan. Zo kan opvallende belangstelling voor bepaalde objecten of evenementen resulteren in een gebiedsverbod – eventueel met een enkelband – om te voorkomen dat iemand ten prooi valt aan radicalisering. De nieuwe wetten tasten de rechten aan die ons beschermen. “Ze hollen de rechtstaat uit, geven de uitvoerende macht vergaande bevoegdheden, beperken juridische controle alsmede de vrije meningsuiting en onderwerpen burgers aan ongecontroleerde controle door de regering,” aldus Amnesty.

De verontrustende lijst van buitenproportionele anti-terrorismemaatregelen in Europa die Amnesty publiceert is lang: terrorismeverdachten kunnen in Polen veertien dagen worden vastgehouden zonder aanklacht en in Frankrijk zijn honderden mensen aangeklaagd, ook kinderen, voor niet meer dan wat graffiti op een toilet. Het Oostenrijkse vluchtelingenbeleid raakt steeds meer vervlochten met anti-terrorismewetten, daarmee het asielrecht afbrekend, terwijl het rapport van Amnesty laat zien hoe een Hongaarse rechtbank een Syriër die stenen naar de politie had gegooid veroordeelde tot tien jaar cel. Het Verenigd Koninkrijk voert massale surveillance uit en in Bulgarije is het mogelijk onder huisarrest geplaatst te worden zonder tussenkomst van een rechter. In Spanje werden poppenspelers vervolgd omdat ze in hun voorstelling een slogan gebruikten die leek op een strijdkreet van de Baskische ETA. Met het strafbaar maken van meningen en het preventief beperken van de bewegingsvrijheid betreden we dus gevaarlijk terrein.

Europa bevindt zich in een tijd van afbreuk van verworven rechten en het verdwijnen van checks and balances in het politieke systeem, zo laat het rapport van Amnesty zien. Nieuwe wetgeving wordt met spoed door het parlement gejaagd in de nasleep van een terroristische aanslag of dreiging. Een vertoon van daadkracht – zeker – maar met weinig aandacht voor de gevolgen. Het nieuwe Europese veiligheidsbeleid tornt aan fundamentele rechten en vrijheden.

Neem het recht op vrije meningsuiting, een basisrecht van elke mens en een fundament van onze samenleving. Veel landen gaan voor wetgeving die het aanzetten tot terrorisme strafbaar stelt. Begrijpelijk, als er rechtstreeks wordt opgeroepen tot het plegen van terrorisme én als er een reëel risico bestaat dat de mening ook tot een effectieve terrorismedaad zal leiden. De meeste nieuwe of voorgestelde wetgeving is echter vooral vaag.

Neem ons wetsvoorstel betreffende het strafbaar stellen van verheerlijken van terrorisme. Daarvan is volstrekt onduidelijk wanneer er werkelijk sprake is van verheerlijking, wanneer van oproepen tot terrorisme en wanneer slechts van meningsuiting. De rechtspraak begeeft zich hier op een gevaarlijk hellend vlak, omdat deze zeer rekbare wetgeving de vrijheid van meningsuiting buiten proportie inperkt. Met het strafbaar stellen van het goedpraten van terrorisme – zonder het aanzetten tot terrorisme – wordt dus automatisch ook het uiten van een mening strafbaar.

Ook noodwetten en het uitroepen van de noodtoestand brengen mensenrechten in de verdrukking. In Frankrijk is de noodtoestand verlengd tot na de verkiezingen. En veiligheidsdiensten speuren overal naar huidige en potentiële terroristen. In plaats van gericht te zijn op een terugkeer naar het normale leven, worden uitzonderlijke bevoegdheden van politie en uitvoerende macht de standaard. In hun streven de burger weer een gevoel van veiligheid te kunnen bieden, worden in sneltreinvaart verworven rechten en vrijheden van burgers door overheden aan banden gelegd. Als de politie terrorisme ruikt, kan ze bijvoorbeeld zonder bevel van de rechter huiszoekingen uitvoeren en daar wordt gretig gebruik van gemaakt. Zonder veel resultaat. Zo deed de Franse politie meer dan 3000 huiszoekingen tussen november 2015 en februari 2016. Maar nog geen procent leidde tot een aanklacht gerelateerd aan terrorisme, zo stelt Amnesty.

Ook Nederland is niet immuun voor deze Europese dynamiek en dreigt de mensenrechten te schenden met twee nieuwe antiterrorisme-wetsvoorstellen. Met het wetsvoorstel betreffende het intrekken van het Nederlanderschap – inclusief reisdocumenten – zonder voorafgaande strafrechtelijke veroordeling en een wetsvoorstel aangaande het preventief opleggen van vrijheidsbeperkende maatregelen komen de bewegingsvrijheid, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op een eerlijke procesgang in het gedrang.

Deze wetsontwerpen, waarover op 31 januari 2017 wordt gestemd in de Eerste Kamer, bevatten volgens Amnesty vage criteria en bieden onvoldoende rechtsbescherming. Volgens Amnesty moeten we dan ook waken dat ons land zich niet verder laat meesleuren door de aanpak van andere lidstaten van de Europese Unie. Want hoewel we een anti-terrorismebeleid nodig hebben, zijn het juist onze eigen overheden die dreigen onze mensenrechten en de rechtsstaat te ondermijnen.