Van Basten heeft gelijk: weg met die buitenspelregel

Voor de zoveelste keer kwam Marco van Basten deze week met het voorstel de buitenspelval af te schaffen. De eerste keer dat hij dit vergaande idee poneerde was naar mijn weten in 2002 en ook in 2010 maakte hij al eens kenbaar deze negentiende-eeuwse overtreding het liefste in de prullenbak te zien verdwijnen. Ditmaal poneerde Van Basten zijn stelling in Bild-Zeitung: een sensationeel plan in een sensatiekrant. En dat niet alleen, hij deed het in zijn functie van Chief Officer for Technical Development bij de FIFA.

Op de andere ideeën die de klassespits van vroeger naar voren bracht in Bild werd welwillend gereageerd. Van shoot-outs in plaats van penalty’s, tot tijdstraffen als vervanger van schorsingen voor de volgende wedstrijd: deskundigen vinden dat daar best iets in zit. Maar van de buitenspel moet de sinds 1 oktober functionerende vernieuwingsmanager afblijven, aldus onder anderen Arsène Wenger. De vraag is waarom. De belangrijkste reden voor de Arsenaltrainer om voor handhaving te zijn, lijkt mij eerder een goede reden om tegen te zijn.

‘Ik denk dat buitenspel het team bij elkaar brengt,’ zei Wenger. En dat is nu juist wat voetbal voor de neutrale kijker vaak vervelend maakt als kijkspel: te veel ‘bij elkaar’. Trainers gebruiken de buitenspelregel om de verdediging ver naar voren te laten spelen, waardoor de speelruimte voor de tegenstander klein wordt. En aangezien de trainer van de tegenpartij hetzelfde doet, zit je vaak te kijken naar twee elftallen die aan de hand van de coach op een klein speelveld dicht op elkaar lopen te priegelen. Het gevolg is vaak dat de bal als een dolle heen en weer gaat op het middenveld en dat ploegen nauwelijks in staat zijn de bal meer dan twee keer achter elkaar bij een medespeler te krijgen.

De teams zijn ‘bij elkaar’, maar het spel is een rommeltje. In zulke wedstrijden lijkt het of er in een kleine ruimte sneller moet worden gehandeld dan de voetballers aankunnen.

Zonder de buitenspelregel kan een team aanvallers ver op de vijandelijke helft laten lopen, zodat het andere team verdedigers achterin moet houden en het speelveld vanzelf groter blijft. Daardoor zullen de spelers meer tijd en ruimte hebben om de bal te controleren en initiatief te nemen. Ze zullen minder afhankelijk zijn van de looplijnen die hun coach voor ze bedenkt. De bal zal veel vaker bij het vijandelijke doel te bewonderen zijn. Al dat gedoe met pressing zal afnemen. Pressing, door onze eigen helden in de jaren zeventig tot kunst verheven, klinkt spannend, en soms is het ook opwindend om te zien, maar nu elk elftal bezig is de ruimte voor de tegenpartij te minimaliseren en het normaal is om ‘af te jagen’ is rommelvoetbal het gevolg.

Er zitten vast nadelen aan afschaffen van buitenspel, maar de voordelen zijn te interessant om er niet serieus naar te kijken. Voetbal is inderdaad slimmer geworden, maar niet aantrekkelijker. De charme is juist altijd de eenvoud geweest. Kijken naar spelers die hun eigen problemen oplossen, daar gaat niets boven.