In memoriam: Ton Vorstenbosch (1947-2017)

Dinsdag overleed toneelschrijver Ton Vorstenbosch. De veelgeprezen Vorstenbosch werd 69 jaar. Hij stond bekend als een kunstenaar die zich stoorde aan gemakzucht. 

Ton Vorstenbosch (1947-2017)

Hoofdredacteur Tom Kellerhuis herinnert: ‘Hij werd vooral bejubeld om zijn koninginnedrama’s en de vele maatschappijkritische toneelstukken die hij deels samen met zijn in 1998 overleden levensgezel Guus Vleugel schreef. Toneelschrijver Ton Vorstenbosch bewoonde nog steeds de bovenste etages van het statige herenhuis van wijlen zijn geliefde, op steenworp afstand van stamcafé Welling, in de Concertgebouwbuurt in Amsterdam. Ik ben er met een tussenpoze van zo’n twintig jaar twee keer eerder geweest, de tijd leek hier te hebben stilgestaan. Zijn nog immer bruisende werkplek waar wel het karpet tien jaar later ernstig versleten was, de vergeelde muren met boekenkasten en rekken vol dvd’s. En natuurlijk het in 1998 ingerichte altaar met ingelijste foto’s en schilderijtjes met beeltenissen van zijn grote liefde Guus Vleugel. De zoete lucht van sigaretten deed bij binnenkomst vermoeden dat hier nog flink gepaft werd, hetgeen tot de laatste snik het geval was. Het destijds – we schrijven begin 2015 – afgenomen interview voor Het Parool begon als volgt:

Hoe is het nou om de beste toneelschrijver van Nederland te zijn?
“Ik de beste toneelschrijver van Nederland? Dat zou ik nooit over mezelf zeggen.”
U heeft meer dan dertig toneelstukken geschreven, maar niet voor de eeuwigheid, zegt u er meteen bij. Is dat niet een vorm van valse bescheidenheid?
“Helemaal niet. Ik ben onzettend doordrongen geraakt van de enorme vergankelijkheid van de mens, incluis mijzelve. Ik heb dus helemaal geen last van dat hele eeuwigsheidsidee.”
En niet onsterfelijk tot het tegendeel is bewezen?
“Ik weet dat mensen met dat soort ideeën spelen, maar ik heb er niks mee. Het eerste stuk dat ik schreef komt uit 1974 en ging over een semi-particulier bejaardenhuis waar iedereen tegen het einde aanzat. Dat had toen mijn fascinatie. Dat het leven en daarmee ook zoiets als roem eindig is, dat er daarna weer anderen komen, dat wist ik toen al en die overtuiging heb ik nog steeds.”

Lieve Ton, ik hoop toch dat we elkaar nog een keer elders tegenkomen, rust zacht!”

Eerder verscheen Vorstenbosch in HP/De Tijd in de interviewrubriek het Zelfportret in gesprek met Martin Bons.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Tussen bedroefd en vrolijk in. Nog pas heb ik de dood van mijn allerbeste vriend overleefd en dat ervaar ik bijna als een verdienste. Tegelijkertijd heb ik daardoor een aantal mensen ontmoet met wie ik enorm kan lachen.

Wie zijn uw helden?
De schrijfster Isak Dinesen (Karen Blixen); niet vanwege Out of Africa, maar om haar meesterlijke verhalen, producten van haar totale illusieloosheid en superbe ironie.

Aan wie ergert u zich?
Aan mensen die vals sentiment cultiveren en tot wie blijkbaar niet is doorgedrongen dat agressiviteit en sentimentaliteit in elkaars verlengde liggen; ze zijn uit op zelfmedelijden. Ik vind het verachtelijk; het resulteert geregeld in het soort populisme waar we de afgelopen tijd getuige van zij geweest.

Lijkt u op u moeder?
Ja, ze babbelt ook veel, ze heeft een soort wellevendheid, en als ze wordt geconfronteerd met pijn en verdriet besluit ze onmiddellijk: die moet ik aankunnen.

Wat zijn uw dagdromen?
Die zijn met name seksueel van aard. Maar ik hou niet van Menno Buch, dus daar laat ik het bij.

Wat is uw grootste angst?
Ik heb vele angsten, maar mijn superfobie is: wakker worden naast Andries Knevel.

Bidt u wel eens?
Veel. Vooral schietgebedjes uit mijn katholieke jeugd: Heilige Antonius, goede vrind, zorg dat ik mijn sleutelbosje vind.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Tijdens een licht LSD-tripje jaren geleden. Ik vond iedereen geweldig en geil en wou met ongeveer de hele wereld naar bed.

Bent u aantrekkelijk?
Dat wisselt per dag. Vandaag gaat het geloof ik wel.

Wat is uw definitie van geluk?
Een idee krijgen voor een toneelstuk waarvan je zeker weet: dit klopt. Bij Srebrenica wist ik meteen dat het goed zat.

Waar schaamt u zich voor?
Dat ik nooit een rijbewijs heb gehaald. Ik heb het geprobeerd – na het versieren van een rijschoolhouder, want dan werd het goedkoper – maar hij zei na twee keer: jij moet er nooit aan beginnen; dat wordt zelfmoord en genocide tegelijk. Nu vliegen de taxikosten soms de pan uit.

Ben u monogaam?
Als het om seks gaat, van geen kant. Ik hou er wel van om een langdurige relatie met iemand te hebben, maar dat is trouw van een andere orde.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Onlangs nog. Ik kreeg een foto van de pas overleden vriend, met zijn hond. Een heel grappige kiek, en juist daarom.

Lijkt u op uw vrienden?
Gelukkig niet. Al mijn vrienden zijn onderling totaal verschillend en dat vind ik erg plezierig. Ik zoek aanvulling, geen bevestiging.

Hoe moedig bent u?
Moedig genoeg om de komende kerst en nieuwjaar te overleven. Te weinig moedig om een cursus karate te volgen zodat je kunt ingrijpen als er iemand in elkaar wordt geslagen.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Van mijn vader. Hij was een ongelukkige man die in het leven bijna alles verkeerd deed. Het tegenovergestelde proberen is dus een leidraad.

Wat is uw grootste ondeugd?
De neiging erop in te hakken als iemand naar mijn mening een domme opmerking maakt.

Wanneer was u het ongelukkigst?
Toen een verbouwing in het buurhuis, gepaard met hels lawaai, eindelijk klaar was.

Welke eigenschappen waardeert u in een man?
Gevoel voor humor.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Gebrek aan hysterie.

Als u iets aan u zelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Te veel om op te noemen, daarom denk ik geregeld: het moet maar zo.

Hoe ontspant u zich?
Lang borrelen.

Wie is uw grootste liefde?
Toen hij nog leefde Guus Vleugel. Nu denk ik soms: João Varela. Mocht ik een politieke partij beginnen, dan wordt hij zeker de tweede man.

Van wie houdt u het meest?
Erik Satie.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Mijn tweede toneelstuk: De andere wereld. Gelukkig dat niemand daar meer van weet.

Gelooft u in God?
Als het over Hem gaat, raak ik altijd erg geïrriteerd.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Ik ben ooit bij mijn huiswerkleraar weggelopen; hij pikte dat niet en toen ben ik met mijn snelbinders gaan meppen. Zijn wraak was groot: ik werd van school verwijderd.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Aan het lezen van The New York Review of Books en The Times Literary Supplement. Als ik dat niet meer kan, hoeft het niet meer.

Wat is de beste plek om te wonen?
Amsterdam; daar zie je toch als eerste de nieuwe trends, de mode en mentaliteitsverandering, wat zinvol is voor mijn vak.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Een rechercheur van de zedenpolitie in Den Haag. Ik was jong en had iets met een oudere man. Mijn vader kwam er achter, ging naar de zedenpolitie, en die rechercheur ging me op een afschuwelijke manier chanteren om mijn vriend z’n naam te weten te komen. Ik haat hem nog.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Door te leven als een huisvrouw met pleinvrees.

Wat is uw advies?
J’y suis, j’y reste.