Waarom Kenny Tete niet deugt, maar wel moet blijven

Ik ga niet alles wat Kenny Tete verkeerd heeft gedaan hier zitten goedpraten.

Dat incident in Amsterdam-Centrum bijvoorbeeld was fout, helemaal verkeerd — als je betrokken raakt bij vechtpartijen dan klopt er iets niet. Ook had Ajaxverdediger Tete zich destijds, tijdens zijn arrestatie in december 2015, niet mogen verzetten. Nog minder had zich vervolgens in het arrestantenbusje deze dialoog mogen voltrekken:
Agent: ‘Daar zit je dan met je bloedneus.’
Tete: ‘Ik verdien miljoenen en jij bent een kankerlijer.’

Dat was absoluut niet netjes van Tete, die deze toedracht — zoals beschreven door de politie — trouwens ontkende. Wel kreeg hij een geldboete en een taakstraf. Wat er ook van waar is: de 21-jarige Tete is geen lieverdje, maar hij is wel een Amsterdamse lefgozer en het lukt Ajax opvallend weinig om zulke gasten binnenboord te houden. Sinds het jaar dat Jeremain Lens én Nordin Amrabat én Eljero Elia werden weggestuurd (2002), werd de één na de andere straatjongen als te lastig beoordeeld.

Brutaal en opstandig zijn kennelijk geen eigenschappen die als passend bij ‘Wij zijn Ajax’ worden beschouwd. Je vraagt je af hoe lang dat ene straatschoffie, je weet wel, die kleine magere uit Betondorp, de meest disciplinair gestrafte Ajacied uit de jaren zestig, hoe lang die in de moderne tijd gehandhaafd zou zijn. Best kans dat ‘Jopie’ met zijn grote waffel het eerste team niet zou hebben gehaald. Onaangepast? Weg ermee.

Misschien was het daarom geen toeval dat Ajax donderdag in Warschau aantrad met een Kameroener, een Colombiaan, twee Denen, een Libanese Duitser, een Burkinees en vijf Nederlanders van wie er één geboren is en opgroeide in Amsterdam, namelijk Kenny Tete. En dat de club het in laatstgenoemde, zoals hij zelf na afloop zei, ‘niet ziet zitten’. Wat nu weer?

Tete lacht de lach van de lefgozer, hij stelt zich autonoom op en gedijt niet zo eenvoudig in een cultuur van ideale schoonzoons à la Davy Klaassen. Terwijl Tete vanaf zijn tiende het rood-en-wit draagt en hij donderdag in zijn eentje de historische band tussen club en stad vertegenwoordigde. (In de tweede helft mocht Justin Kluivert ook nog even meedoen.) Een jongen van het volk, zo praat en gedraagt Kenny zich. Zijn vader was tot z’n hersenbloeding vorig jaar uitsmijter van The Bulldog op het Leidseplein, een reus van een kerel, een ex-kampioen kickboksen uit Mozambique maar met de tongval van oud-Amsterdam.

Mogelijk gaf trainer Peter Bosz dit seizoen terecht de voorkeur aan (de nu zieke) Joël Veltman als rechtsback. Maar zeker als Veltman straks vertrekt, waar hij openlijk over speculeert, dan moet Tete natuurlijk blijven. Kwestie van zijn temperament in goede banen leiden, zodat hij geen onnodige kaarten krijgt, zoals tegen Legia. En dan maar met zijn allen genieten van de knokker uit de binnenstad, van de nooit verzakende, soms onaangepaste back die laat zien dat voetbal een volkssport is.