Proeflezers zoeken racisme in literatuur: doorgeslagen correctheid?

De afgelopen jaren zijn auteurs die zich zorgen maken om de representatie van gemarginaliseerde groepen in hun romans, in toenemende mate gebruik gaan maken van ‘sensitivity readers’. Deze bètalezers behoren zelf tot een minderheid door bijvoorbeeld hun etnische achtergrond, medische beperking of seksuele voorkeur en moeten auteurs behoeden voor racistische, seksistische of anderszins beledigende uitingen. Slaat de correctheid door en heeft de literatuur geen factcheckers nodig, of moeten we blij zijn met het ‘goede’ voorbeeld?

Op de site Writing in the Margins, gelanceerd in 2012, staat een database met sensitivity readers en hun ‘expertise’. Auteurs en uitgevers kunnen voor een relatief laag bedrag (rond de 250 euro) een lezer inhuren om een manuscript te controleren. Sommige uitgeverijen beschikken zelf over sensitivity readers, met name waar literatuur voor jongvolwassenen wordt uitgebracht. Bij Lee & Low Books (een Amerikaanse kinderboekenuitgever met een multiculturele focus) behoort het tot de standaardprocedure om manuscripten te laten redigeren door iemand met ervaring in het onderwerp.

Becky Albertalli

Becky Albertalli, schrijfster van romans voor jongvolwassenen, liet voor haar tweede roman door maar liefst twaalf bètalezers naar haar manuscript kijken. Toen haar eerste boek, Simon vs. the Homo Sapiens Agenda, uitkwam had ze niet verwacht dat het als controversieel zou worden beschouwd. Volgens Slate voelde Albertalli zich verpletterd door het feit dat haar boek beledigend overkwam op de groep lezers die ze nou juist hoopte te bereiken. De sensibility readers hebben volgens de schrijfster weten te voorkomen dat ze bij The Upside of Unrequited dezelfde ‘fouten’ maakte.

Ook auteur Nic Stone is blij met de komst van sensitivity readers. Het hoeft volgens haar geen afbreuk te doen aan de verbeelding, maar het maakt het afbeelden van ‘de ander’ beter. Een authentiek boek hoeft nog geen (politiek) correct boek te zijn. De doelen stroken volgens Stone met die van goede kunst: een gelaagd en waarheidsgetrouw portret schetsen, wat al dan niet voor opschudding kan zorgen.

Fictie moet fictief blijven

Uiteraard is er ook commentaar en zou het inzetten van sensitivity readers misschien juist gevoeligheden uit de weg gaan. Dat Albertalli zich aangesproken voelde omdat de karakters in haar eerste roman beledigend zouden zijn is belachelijk volgens Katherie Timpf. In National Review schrijft ze: “Schrijven over ervaringen die jezelf nooit gehad hebt is letterlijk wat fictie is, en door dat te ontmoedigen, ontmoedig je de kunst.” Een auteur zou niet aangesproken mogen worden – of zich er in elk geval niet aangesproken door moeten voelen – op wat een fictief karakter doet of zegt. Timpf meent dat verhalen juist boosdoeners nodig hebben om voor een conflict te zorgen wat het interessant maakt.

Lionen Shriver, auteur van onder andere We Need to Talk About Kevin, beaamt die gedachte. In The Guardian schrijft ze: “Goede fictie is gewaagd – het neemt risico’s – en te veel hedendaagse fictie is al saai. De uitgeverswereld heeft niet meer poortwachters nodig om het werk af te vlakken en meer benepen te maken. De dag dat mijn romans naar een sensitivity reader worden gestuurd is de dag dat ik stop.”