Hogeschool Windesheim maakt zich schuldig aan struisvogeljournalistiek

Constructieve journalistiek riekt naar propaganda

Ooit, in een antracietgrijs verleden, studeerde ik er zelf: op de opleiding Journalistiek aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle, toen nog in Kampen gevestigd en – hoe kan het ook anders – Christelijke Academie voor de Journalistiek geheten. Dat was in de tijd waarin Jan Blokker scholen voor de journalistiek graag wegzette als de journalistenmavo’s. Christelijke journalistiek was volgens Blokker eveneens een gotspe. In beide gevallen had de Volkskrant-journalist, die in zijn nadagen naar de NRC verhuisde, groot gelijk.

Aan die studie bewaar ik goede herinneringen. Oké, het curriculum was in de beginjaren nog niet helemaal uitgekristalliseerd en de faciliteiten waren niet bepaald state of art. De studiolampen kwamen volgens mij nog uit Studio Irene, de voormalige kerk in Bussum van waaruit de NTS in 1951 het allereerste landelijke televisieprogramma uitzond. Maar het was er gezellig en – nog veel belangrijker – ik heb er toch het nodige geleerd.

Groot was mijn schrik toen eind 2011 bekend werd dat de Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO), verantwoordelijk voor de accreditaties in het hbo, de opleiding ondermaats vond. Tal van studenten hadden ten onrechte hun diploma gekregen. Alleen door een ingrijpend herstelplan kon de opleiding haar accreditatie behouden.

De storm waaide over. Tenminste, vooralsnog. Met de introductie van een nieuwe loot aan de stam dreigt de opleiding zich opnieuw te vergalopperen. Constructieve Journalistiek heet dit novum. In 2015 is de hbo-opleiding er al voorzichtig mee begonnen. De komend verkiezingen zijn een mooie kapstok om te laten zien wat deze stroming zoal vermag. Althans, dat betoogt Catherine Gyldenstedt, directeur constructieve journalistiek aan de hogeschool op de website Villamedia van de Nederlandse Vereniging van Journalisten.

Haar vertoog, kort gezegd: we leven in een sterk gepolariseerde wereld. De keuze van de Britse kiezers voor een Brexit en die van de Amerikanen voor Donald Trump zijn daarvan de jongste exponenten. Als de Nederlandse pers niets doet wacht Nederland op 15 maart eenzelfde lot. Ze doelt op een grote overwinning voor Wilders. Als dat gebeurt moet de journalistiek volgens Gyldenstedt de hand in eigen boezem steken. In de hang naar sensatie geeft het journaille teveel ruimte aan de ‘duwers’, degenen aan de uiteinden van het politieke spectrum en hun ‘volgers’ – lees: de PVV en SP en hun aanhang. Die aandacht gooit olie op het vuur. Daarvan is de journalistiek de ‘ontsteker’.

De remedie? De constructieve journalistiek. Een journalistieke methode met ‘kritische reflectie over waar de journalistiek aan bijdraagt’, die aandacht besteed aan ‘de daadwerkelijke problemen en zorgen van burgers op een manier die verder gaat dan de ‘we houden niet van vluchtelingen en buitenlanders die onze banen inpikken’ retoriek’.

Met het oog op de verkiezingen biedt Gyldenstedt politieke verslaggevers in het stuk een handleiding om ‘een verschil te maken’:

  1. Bestrijd polarisatie
  2. Vraag andere vragen
  3. Gebruik “The Rosling”

Oftewel BVG.

Hoe de polarisatie te Bestrijden? Door niet steeds de ‘duwers’ of ‘volgers’ te laten leeglopen, maar te focussen op de ‘stillen’, de grote zwijgende middengroep. In Denemarken wordt daar volgens Gyldenstedt, zelf Deens, al met succes mee geëxperimenteerd.

Andere Vragen stellen – Waar ben je op uit? Wil je verschillen benadrukken of laten zien waar we overeenkomsten hebben ? – of mensen in contact te brengen met mensen met andere denkbeelden, zorgt voor meer begrip en brengt opponenten volgens haar dichter bij elkaar.

Met Gebruik “The Rosling” refereert de Windesheim-directeur aan Hans Rosling, een recent overleden Zweedse statisticus en professor, die aan de hand van data afkomstig uit langdurig onderzoek liet zien dat de wereld er op het gebied van gezondheid, armoede, onderwijs en corruptie veel beter voor stond dan de media ons willen doen geloven.

Dat klinkt prachtig. Maar tegelijkertijd paternalistisch, moraliserend en naïef. Alleen dat ‘constructieve’ al; daarmee kwalificeert Gyldenstedt de traditionele journalistiek impliciet als destructief. Dat is onjuist: het is niet de journalist die destructie en polarisatie in de hand werkt, maar de geïnterviewde politicus en verbolgen kiezer. De journalistiek is er om mensen te informeren over hetgeen er in de wereld gebeurt. De journalist is slechts de boodschapper. Hoe graag hij of zij dat soms ook zou willen, een oorlogsverslaggever draagt aan het front doorgaans ook geen brancard.

Juist wie in de aanloop naar 15 maart via de BVG-methode constructieve journalistiek bedrijft, werkt polarisatie in de hand. Want waarom stemmen er zoveel mensen op partijen als de PVV en – momenteel in iets mindere mate – de SP? Omdat zij zich niet gehoord voelen. Als de journalistiek die mensen vervolgens ook nog eens negeert en zich masse richt op het politieke middenveld, worden die gevoelens alleen maar versterkt.

Bovendien ziet Gyldenstedt een belangrijk ding over het hoofd: populisten als Trump en Wilders en hun kiezers hebben het journaille helemaal niet nodig. Die hebben met Twitter en Facebook zo hun eigen communicatiekanalen. Die hebben hen ver gebracht. Daar komt geen journalist meer aan te pas.

Constructieve journalistiek staat gelijk aan struisvogeljournalistiek en riekt naar propaganda. Met waarheidsvinding en informeren, echte journalistiek, heeft het weinig van doen. Voor wie mensen met sterk tegengestelde opvattingen dichter bij elkaar wil brengen: misschien biedt een opleiding tot mediator soelaas.