Referendummascotte Jan Roos legt per ongeluk het probleem van referenda uit

Het kenmerkende hoedje waarmee toenmalig Powned-verslaggever Jan Roos het gezicht werd van het Oekraïne-referendum heeft hij afgezworen nu hij een serieuze lijstrekker is. Het referendum-ideaal nog niet, daar pleit ook zijn partij VNL voor. Hoewel de meerderheid van de partijen een vorm van een bindend referendum in haar programma heeft staan, zijn er ook de nodige haken en ogen aan het principe. Dat uitgerekend Jan Roos dit pijnlijk aan het licht brengt, moet zelfs hem verbazen.

Vanmorgen stond Roos met een uitgebreid interview in de gratis krant Metro. Aan duidelijke stellingnamen lijkt in eerste instantie geen gebrek. Geen kabinet Roos; wel het uithangbord van zijn partij. Geen cultuurrelativisme; wel Zwarte Piet. Het dragen van klompen is optioneel. Niet alles is namelijk zwart-wit bij Roos.

EU-referendum

Aangekomen bij het onderwerp Europese Unie wordt het gecompliceerder. VNL is namelijk voor een Nexit-referendum met als simpele vraag: ‘Wilt u in of uit de EU?’ Geen hogere wiskunde, zo lijkt het. De mening van mister #GeenPeil – het referendum, niet de partij – komt echter niet overeen met één van de twee antwoorden. Roos wil ‘erin blijven, maar alleen op het moment dat de Europese Unie teruggaat naar waar het moet zijn.’ De ideale EU van de VNL-lijsttrekker is een unie gericht op handel en niet op ‘hoe krom de bananen moeten zijn.’

Toch zou Roos bij een mogelijk referendum, ondanks dat hij de voordelen van Europese samenwerking ziet, stemmen voor een Nederlands vertrek uit de EU. Dat is precies wat referenda dreigen te doen. Ze geven een extreem simpel beeld van de werkelijkheid. De manier waarop de Europese Unie functioneert en de rol van Nederland binnen dit samenwerkingsverband zijn op een oneindig aantal genuanceerde manieren in te vullen. Op een stembiljet staan er echter maar twee. Het kan niet zo zijn dat de gemiddelde menukaart meer opties biedt dan (inter-)nationale politiek.

Lokaal

Het eerste landelijke referendum in Nederland ging over de Europese Grondwet. Onder de uiteindelijke meerderheid van tegenstemmers bevonden zich zowel felle eurosceptici als verstopte voorstanders die simpelweg vonden dat de grondwet ‘niet ver genoeg ging’. Ook dat onderwerp bleek veel te genuanceerd.

Dit terwijl jaren eerder lokaal het goede voorbeeld werd gegeven. In de stad Groningen konden de inwoners in 1994 stemmen of zij auto’s in het Noorderplantsoen wilden toestaan. De burger stemde tegen, en zo geschiedde. Ruim tien jaar later werd de Groningers weer om hun mening gevraagd. Men koos ditmaal vóór de bouw van het Groninger Forum, een cultureel complex vlak naast de Grote Markt. Hoewel de opkomstdrempel niet werd gehaald, kreeg de meerderheid aan voorstanders toch zijn zin. De Groningers mochten vervolgens uit een voorselectie ook hun favoriete ontwerp kiezen, heerlijk die democratie. Onderwerpen die behapbaar genoeg zijn voor een volkskeuze bestaan dus wel degelijk, maar op beperkte schaal.

Nuance

Maar als de vraagstukken serieuzer worden, neemt ook de vereiste nuance toe. Jan Roos vindt de vluchtelingencrisis een probleem dat Europees opgelost moet worden, maar de Turkijedeal vindt hij een slechte oplossing. Dat is absoluut een geldige zienswijze, want er zijn nou eenmaal vele manieren waarop politieke vraagstukken van een antwoord kunnen worden voorzien. De wereld is niet in of uit de EU, Zwarte Piet of Witte Piet, wel of geen eigen risico en meer of minder Marokkanen. Deze stellingen zijn schijntegenstellingen. Er bestaan vele opties daartussenin en de overgrote meerderheid van de Nederlanders heeft op al deze kwesties een genuanceerdere mening.

We hebben legers aan beroepspolitici om al deze nuances voor ons te verkennen. De representatieve democratie zoals wij die hebben is in feite het eerlijk toegeven dat het besturen van een land, te genuanceerd is om aan Jan en alleman voor te leggen in een ‘ja of nee’-vorm.