Limburgs carnavallen voor dummies. Les één: zeg nooit carnaval

5 tips voor de Limburgse ‘vastelaovend’

In de opmaat naar carnaval worden we ieder jaar doodgegooid met stukjes die dit prachtige anarchistische volksfestijn moeten duiden aan de importvierder van boven de rivieren. Leuk en vermakelijk, maar vaak komen deze stukjes in landelijke media niet verder dan Kielegat, Lampegat of Kruikenstad. En dat is jammer, en voor een beroepslimburger nogal pijnlijk.

Want onder deze steden zit nog een gehele provincie die zich het carnaval vieren meester heeft gemaakt. De Limburgers kunnen er ook aardig wat van, maar zullen zichzelf nooit identificeren met de manier van feestvieren in Brabant (en vice versa). En hoewel het voor de buitenstaander misschien allemaal één pot nat is, zijn de twee verschillende vormen van hetzelfde feest wetenschappelijk benoemd. In Noord-Brabant, Gelderland en katholiek Zeeuws-Vlaanderen wordt het Bourgondisch Carnaval gevierd, terwijl in Limburg en de Duitse grensstreek (tot aan Keulen) het Rijnlands carnaval aangehouden wordt. De verschillen zijn subtiel, maar belangrijk genoeg om eens te benoemen.

Dus bij deze: een aantal tips voor de écht avontuurlijke carnavalist die zich de komende dagen heel ver onder de rivieren durft te wagen.

Noem het vooral geen carnaval

Me ten volle bewust zijnde van de hypocrisie in bovenstaande alinea’s – en van het feit dat ik nu het reële risico loop met toortsen en rieken mijn geboortestreek uitgejaagd te worden – is er een heel belangrijke regel in Limburg: carnaval bestaat niet. Het woord dat je zoekt is vastelaovend (van vastenavond, de avond voor het vasten). Nog tenenkrommender is de verwerkwoordisering van het woord: ‘carnavallen’, doe maar niet. Vas-te-lao-vend dus, vanaf nu.

Schmink je gezicht

De importvierders op het Maastrichtse Vrijthof haal je er zo uit. Frisse, uitgeslapen gezichtjes die verstoken zijn van een laagje schmink. Verf dus je (gehele) gezicht, en ben vooral niet zuinig. Het maakt ook niet uit hoe het eruitziet of wat het voor moet stellen, na een paar uur (0f enkele dagen) bier knoeien, zweten en krabben loopt iedereen er toch even belabberd bij. Doet ook wonderen voor je huid. Maskers zie je heel weinig, dat vinden we een beetje eng. Daarnaast drinkt het ook ontzettend lastig.

Ga niet voor sexy, ga voor warm

Een sexy verpleegsterspakje of nonnengewaad is iets waar je op het Halloweenfeest van je jaarclub in Leiden misschien hoge ogen mee gooit, met vastelaovend kun je dan net zo goed een neonbord met ‘Hollander’ om je nek hangen. Maar ook om praktische redenen zul je toch een klein beetje meer kleding aan moeten trekken. De meeste feesten spelen zich buiten af, en dan is het wel zo fijn om wat laagjes aan te hebben. We mogen dan wel dichter bij de evenaar liggen: in Limburg schijnt ook niet altijd de zon. Trek dus vooral die door de ratten besnuffelde bontjas van je overgrootoma uit de mottenballen en je zult zien dat je het veel langer volhoudt.

Een klein beetje research gaat ver

Hoewel wij Limburgers soms een chauvinistisch volkje kunnen zijn, is iedereen van harte welkom om onze vastelaovend te komen vieren. Sterker nog: de plaatselijke horeca kijkt ieder jaar handenwringend uit naar de meest lucratieve dagen van het jaar. Dus voel je thuis en drink veel pils of sjoes (bier met een wolkje donker), maar doe wel een klein beetje research. We snappen dat je door het jaar heen waarschijnlijk niet vaak in Limburg komt, maar we zeggen hier echt geen ‘houdoe’, (het is ‘hojje’ of ‘hajje’). In die zin worden herkauwde quotes uit de New Kids-films niet gewaardeerd. Een goede gespreksstarter is ‘enne?’ (kan, afhangend van intonatie, in iedere mogelijke context gebruikt worden).

Wil je het ijs breken en beginnen over een bekende Limburger? Dan is Max Verstappen tegenwoordig een veel betere optie dan die blonde kerel uit Venlo. Over blonde mannen uit Venlo gesproken: de prins van de Jocus (de oudste vastelaovesvereniging van Nederland, uit 1842!) is dit jaar 3FM-dj Lex Uiting, en die heeft onderstaand liedje gemaakt dat iedere Limburger doet glunderen van trots. Leren dus: zeker als je naar ‘ut stedje van lol en plezeer’ (Venlo) afreist.

Tekst gaat verder onder de video.

Niet te zuinig

De tijden van verzuiling zijn – gelukkig maar – een donkere herinnering, en de verschillen tussen het katholieke zuiden en de Hollanders in de rest van het land zijn tegenwoordig miniem. Maar tijdens vastelaovend worden deze, aangewakkerd door genoemd chauvinisme, graag een beetje uitvergroot door de lokale bevolking. Voel je vooral niet beledigd, de rest van het jaar vindt de rest van het land ons maar een beetje vreemd.

Je zult biertjes en versnaperingen aangeboden krijgen, er eentje teruggeven is dan een goed begin van een waardevolle interprovinciale vriendschap die op zijn minst een paar uur standhoudt. Ook versla je zo het stereotype zuinige Hollander, hetgeen je streekgenoten in de toekomst alleen maar goed doet.

Maar de belangrijkste tip is er een van grote eenvoud: wees welkom en geniet. Drink, dans, zing en lach. En op Aswoensdag mag er best een traantje vloeien. Wie zich eenmaal zo ver onder de rivieren heeft gewaagd, wil het volgende jaar niet anders meer.

Idderein unne sjoene vastelaovend!