De sociaaldemocratie is volgens minister Plasterk slachtoffer van eigen succes

‘Ik ben een man van het volk’

Dezer dagen blikt minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk vooruit op de verkiezingen van 15 maart. Kan het tij voor de PvdA nog keren? Ook reflecteert hij op zijn eigen functioneren en op de wereldwijde terugval van links. “De sociaaldemocratie is slachtoffer van haar eigen succes.”

U werd vorig jaar zomer aan uw hart geopereerd. Daarover zei u later in De Telegraaf dat voor hartpatiënten het besef dat anderen aan hun hart hebben gezeten, het hebben vastgepakt, zeer ingrijpend kan zijn. Wat merkt u intussen daarvan?
“Het was ingrijpend, natuurlijk, maar ik heb ook geluk gehad. Tijdens de revalidatie kwam ik mensen tegen die een hartaanval hadden gehad. Die zijn zich dus echt rot geschrokken. Bij mij is het zover niet gekomen; er moest een hartklep worden gerepareerd. Je zou kunnen zeggen dat ik ben geraakt, maar niet zo diep als die mensen. Het ging bij mij allemaal erg snel. Tussen diagnose en begin van de revalidatie zit een goeie week. Die episode is een soort droom, een roes en die heb ik op het balkon geparkeerd.”

Hier spreekt de bètaman.
“Het is een mind game van loslaten en vasthouden tegelijk. Je moet je leven verder niet verknopen met je ziekte. Je moet door. Vrolijk voorwaarts. Ik heb nog één pilletje en daar ben ik binnenkort ook vanaf. Dan ben ik geen patiënt meer.”

Een minister werkt doorgaans een uur of zestig. Doet u dat nog steeds?
“Ja. De doktoren zeggen: als je het aankan, doe het. Waarom niet? Natuurlijk ken ik al die stoere verhalen van politici die beweren dat ze zo veel uren maken. Maar die uren zijn appels en peren. Je maakt vaak veel uren, dat is waar, maar die zijn niet allemaal gevuld met intensief werken of met vlammen in de Kamer. Je geeft ook weleens een interview of je neemt iets in ontvangst, opent iets, bent onderweg, dat soort dingen.”

Frans van Deijl