Hoelang blijf ik nog kijken naar het door opportunisme en egoïsme beheerste topvoetbal?

Steeds vaker spreek ik mensen die niet meer kijken. Mensen die ik altijd beschouwde als voetballiefhebbers en die nu wel iets beters te doen hebben dan hun tijd te verspillen aan iets waarvan ze zich de volgende dag vrijwel niets meer kunnen herinneren. Ik ben bang dat ik ook zo ga worden. Voorlopig niet. Zo kijk ik nu al uit naar AS Monaco tegen Manchester City van 15 maart. Echt waar.

De afhakers in mijn omgeving moet ik als een enthousiaste kleine jongen uitleggen hoe geweldig de heenwedstrijd op 21 februari was. Hoe bedwelmend het technisch vaardige, op en neer gaande aanvalsvoetbal van beide ploegen was. Met een krankzinnig scoreverloop, eindigend in 5-3, als een glanzende kers op een toch al zo verrukkelijke taart. Ze kijken mij dan aan alsof ik van een andere planeet kom.

Ik snap die blikken wel. De afhakers hebben genoeg gekregen van de door foute miljardairs opgetuigde teams met hun overijdele miljonairs op noppen. Ik heb er ook genoeg van. In het geglobaliseerde voetbal lijken te veel clubs op elkaar, de gehanteerde speelwijzen laat te weinig ruimte voor paradijsvogels, voor afwijkende persoonlijkheden die een wedstrijd op z’n kop kunnen zetten.

Te veel wedstrijden worden bepaald door elkaar opjagende, uitwisselbare spelers die er op het middenveld een opwindende flipperkast van maken waarvan je inderdaad maar weinig bij blijft. Maar toch: man, wat een pot voetbal was dat in Manchester, en nu is het nog maar tien dagen tot ik met bier en pinda’s klaar zit voor het beslissende treffen in Monaco. Benieuwd of de swingende loopjongens van Arabische sjeiks en een Russische miljardair mij opnieuw zullen benevelen als een drugsverslaafde.

Verstandige mensen pakken een boek; ik geniet van de verboden vrucht, van iets wat moreel gezien voornamelijk een achteruitgang is. De oneerlijke verdeling van de financiële middelen en de kapitaalsophoping bij de happy few maken veel van wat zo mooi is aan voetbal kapot.

Er zou een autoriteit moeten zijn die voor evenwicht zorgt, zoals in de VS, maar in ons voetbal hebben de afgoden Opportunisme en Egoïsme het voor het zeggen.

Neem alleen al Nederland: onze topclubs pleiten voor minder ongelijkheid in de Champions League, bijvoorbeeld inzake de televisierechten, maar intussen willen ze ook op dat vlak níet minder ongelijkheid in eigen land, omdat dat hun belangen zou schaden.

Zo gaat dat op alle niveaus en daarom zou ik moeten afhaken. Sport dient omlijst te worden met sportiviteit en die is in het voetbal ver te zoeken. Ik weet het. Met een inmiddels duidelijk hoorbaar knagend geweten kijk ik toch. Het smaakt te zoet, voorlopig nog wel – de corruptie van de bobo’s en het gemak waarmee de clubbestuurders hun ziel aan de duivel verkopen ten spijt. Nog tien dagen en AS Monaco-Manchester City begint.

Sorry, maar ik kan niet wachten.