De vriendin kiest voor technische hulpmiddelen

“Je ligt op mijn helft,” slaapmompelt de vriendin.
“Nee hoor,” blaf ik terug.
“Laten we even naar de beelden kijken,” zegt de vriendin en ze houdt me haar polshorloge voor. Verdomd: ik lig voor zeven procent op haar helft.”
“Excuses aanvaard,” zegt ze, draait zich om en zet het op een ronken.
Hier ging iets aan vooraf. Dit, namelijk:

De loopgravenoorlog was al een paar weken aan de gang. De vriendin – de in-house John van den Brom – voelde zich de hele tijd bestolen. Ik voel me bestolen, zei de vriendin (niet volkomen ten onrechte: een paar maanden eerder had ik nog met een vijfje uit haar portemonnee ene Jantje Beton uit wieberen gestuurd), en ik voelde me beschuldigd. Zo had zij het gevoel dat ik de regels van ons tweekamerpaleisje overtrad als zij even niet keek. En ze verdacht me er ook van dat ik me er met wat halfslachtig geveeg van afmaakte tijdens mijn beurten in onze oneindige afwasestafette, terwijl ik vond dat zij bezig was de charme van het samenwonen te ondermijnen door alles te reguleren.

“Dat doe ik niet!”
“Doe doe je wel!”

(Wist u trouwens dat onze debatten mede mogelijk gemaakt worden door RTL, BNR, Tony Chocolonely, Nespresso, Elsevier en Haribo? En door onszelf.)

“Luister dan naar wat ik net zei!” Bleek ze al onze dagelijkse bezigheden te hebben opgenomen met een karnemelkpakgrote Xenos-microfoon in onze hipster-sanseveria. Tamelijk blikkerig hoorde ik mezelf haar beschuldigen van het ondermijnen van de charme van het samenwonen door alles te reguleren. “Dat doe ik niet!” antwoordde ze. “Dat doe je wel!” zei ik dan weer. Het laatste wat we hoorden, was ‘Luister dan naar wat ik net zei!’ en wat gekraak.

“Zie je wel?” zei de vriendin, terwijl ze de microfoon weer in de bloempot drukte.
“Het lijkt hier verdomme de Trump Tower wel,” zei ik.
“Los van het uitzicht dan.”
“Maar,” zei ik, “als je me wilt laten schorsen, moet je wel met wat beters komen.”

Semafoor

Ik weet natuurlijk niet wat er daarna exact is gebeurd. Daar zou ik de camerabeelden nog eens rustig voor moeten terugkijken, maar hier volgt een slag in de lucht: de vriendin moet naar de FIFA hebben gebeld en naar Herr Von Basten hebben gevraagd. Vervolgens moet ze zich tot in detail laten voorlichten over de nieuwste technische snufjes en tenslotte is ze met een lijstje naar de Mediamarkt vertrokken. Gok ik, hoor, ik was er niet. Ik zat elders in het land, op een geheime plek in het bos. Kunst te scheppen en ongebrande noten te eten.

Bij thuiskomst was er van alles veranderd. Overal in huis klonk het zachte gezoem van werkelijkheid geworden paranoia en op de bank zat de vriendin: headset op het hoofd, kermishorloge om de pols.

“Waar komt dat gezoem vandaan?” vroeg ik.

“Laten we eerst even op het balkon gaan kijken,” zei de vriendin, op de toon van de man die tijdens het vriendinnenweekend van zijn echtgenote een paar kernkoppen in de tuin heeft begraven.

Op het balkon – ook wel: het met boobytraps betegelde dakje van de onderburen, die bezig zijn stinkend rijk te worden in de yoghurtbranche – stond een hokje. Een smal, langwerpig houten kermishuisje van waaruit normaal gesproken kaartjes voor de waarzegster worden verkocht door de vrouw met de baard – of vice versa.

In dat hokje zat een man in het zwart. Een referee. Een fluitist. Het was Kevin Blom, het fluitekruid van het Nederlands scheidsrechtersgilde.

“Hallo,” zei Kevin Blom. “Ik ben Kevin Blom.”

Daarna floot hij drie keer hard op zijn fluitje. Het deed me denken aan de agent die altijd door de tekenfilms rond het disfunctionele koppel Dommel & Semafoor draaft. (Wist u trouwens dat een semafoor eigenlijk een soort optische telegraaf is? Whatever that may be.)

“Kevin is onze video-arbiter,” zei de vriendin. “Videoarbiters.marktplaats.nl.”

“Dit is mijn arendsnest.” Kevin Blom maakte een weids gebaar en stootte zijn hand aan zijn hokje.

“Bij iedere twijfelachtige verkeringssituatie kan Kevin onmiddellijk de beelden opnieuw bekijken.”

Kevin Blom knikte. Zijn haar bewoog niet. Ik voelde me een politicus die ieder moment door Diana Matroos als een hard Spaans worstje in mootjes kon worden gehakt. Over eten gesproken: die avond aten we met Kevin Blom. Noedels met fantasiewok, geloof ik. We mochten niet door elkaar spreken, want dan sloegen de microfoons op hol. Na het eten deden we de afwas. (We = ik.) Lakmoesproefje: werd er eerst nog wel eens een afwasje goedgekeurd terwijl later bleek dat er nog resten tomatensaus aan de borden zaten, dat soort misstanden waren met de komst van Kevin Blom voltooid verleden tijd. Kevin scande, vanaf het balkon, al het afgewassen servies met een soort infraroodcamera.

“Wat heeft dit allemaal wel niet gekost?” vroeg ik, een eierdopje schrobbend.

“Een lieve duit,” zei de vriendin, terwijl ze op haar horloge keek. “Maar een gevoel van rechtvaardigheid is onbeta- Ho! Terug! Niet schoon, zegt Kevin. Stukje on-field review.”

Beelden

Later die avond keken we The Wire.

De vriendin – Zooey Deschanel-pyjama, skisokken, bakje dadels binnen handbereik: ‘Seizoen vier, aflevering drie, let’s go!’
Kevin Blom droeg een zwart huispak. “Wat is er tot nu toe gebeurd?” vroeg hij.
“Leg jij het effe uit,” zei de vriendin tegen mij.
“Laat maar,” zei Kevin Blom. “Ik kijk straks wel even de beelden terug.” Daarna blies hij doordringend op zijn fluitje.