De balans na negen jaar: 321 miljard aan bankenboetes

Wie dacht dat de bankenwereld zich na de crash van 2008 weet te reguleren, lijkt van een koude kermis thuis te komen. Wereldwijd hebben banken de afgelopen jaren liefst 321 miljard dollar moeten betalen aan boetes na een overvloed aan misstappen.

Banken associeer je normaal gesproken niet met witwaspraktijken, marktmanipulatie en het financieren van terroristische organisaties. Toch hebben Amerikaanse, Aziatische en Europese economische waakhonden, volgens onderzoeksbureau Boston Consulting Group, onder meer voor dit soort praktijken voor in totaal 321 miljard dollar aan boetes uitgeschreven.

Boetes

Na de bankencrash in 2008 – die bijna de economische markt verwoestte – werden veel banken genationaliseerd, gestraft of gereguleerd. Zo kwamen ING en ABN AMRO in ons land onder staatstoezicht. In 2015 kreeg de ABN, toen voor de helft staatsbank-af, een boete van 2 miljoen euro van de toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM). De boete werd opgelegd omdat de bank de gegevens over rentederivaten aan het midden- en kleinbedrijf (mkb) niet goed bijhield.

Internationaal gezien is dit bedrag klein bier. Eind 2016 krijgen de banken HSBC, JP Morgan en Crédite Agricole een boete van 485 miljoen euro van de EU, na kartelvorming en hun aandeel in het beïnvloeden van de prijs van rentederivaten.

42 miljard dollar

Over 2016 alleen betaalden de banken omgerekend aan 42 miljard dollar aan boetes, een stijging van 68 procent na een relatief boetevrij 2015.

Amerikaanse analisten schrijven het hoge aantal boetes toe aan het herstel van de bankenwereld na 2008. Daar zijn ze inmiddels bijna negen jaar mee bezig. Hoelang moet dit herstel nog duren?