Komt een homo van de progressieve pers bij de SGP op Urk

Tussen de oranje stropdassen en zwarte pakken

Als biblebelthomo voelt de SGP-bijeenkomst op Urk voor mij als een thuiswedstrijd. Ik ken Urk alleen van de visserij en de door-God-verboden-middelenproblematiek onder de kerksgezinde jeugd. Die bonst enthousiast op de ruiten van het ouderlijk huis met flesjes Heineken in de hand — het is kwart over drie ’s middags — als ik richting het zalencentrum stiefel.

Die zaterdagochtend plaatst het Reformatorisch Dagblad een ingezonden brief van een Urker homo die een lans breekt voor de SGP. De Staats Gereformeerde Partij mag dan een eigen, afwijkende mening hebben over homoseksualiteit en vrouwenrechten, maar gooit geen levende homo’s van torens, in tegenstelling tot landen waarin de islam dominant is. Dixit de brievenschrijver. Hij was in Urk nog nooit in elkaar geschopt, nog nooit opgepakt, nog nooit vervolgd. Des te blijmoediger loop ik ’s middags zalencentrum Irene binnen.

In het Veluwse Harderwijk, waar ik opgroeide, worden ook geen homo’s van torens gegooid. Ik in elk geval niet. De gereformeerde kerk en het Heilige Boek ken ik bovendien van binnen en buiten. (Noem een psalmnummer en ik begin te zingen.) Ik werd er gedoopt en leerde er van mijn grootouders dat het niet bon ton is om geld uit de collectezakken te halen. Bij mijn ouders thuis hoefde slechts gebeden te worden voor de nasi en mochten mijn zusje en ik Zijn naam natuurlijk niet misbruiken.

Rond mijn puberteit ontkerkelijkte de thuissituatie gezwind. Zo kon ik ‘Djiezus’ zeggen als me iets niet zinde. Op mijn christelijke middelbare school liep naar mijn weten één openlijke homo rond. Meneer Venema. Tussen de kluisjes werd deze docent Nederlands steevast meneer Gaynema genoemd, een armzalig woordgrapje, docht me, zelfs voor havisten, en een grove belediging voor het vak dat hij met zoveel bevlogenheid doceerde.

Het SGP-circus is neergestreken in het noordelijkste puntje Bijbelgordel: het ingepolderde Urk. Ook de PVV en ChristenUnie zijn hier in trek. Tijdens zijn campagne in 2012 bracht Wilders een bezoekje aan de lokale visveiling. Dit jaar geen Geert Wilders en wel Kees van der Staaij.
Andere bekende refobolwerken staan nog op de agenda. De partijstrategie is er een van koesteren, al vindt voorlichter Cornel van Beek (23) dat een groot woord. “Blijf bij je achterban. Wij willen niet de fout maken om onze eigen, trouwe achterban te vergeten.”

Geen zwarte kous te zien, noch rolletjes kingpepermunt en wikkels coke.

Ik neem plaats tussen de zwarte pakken en oranje stropdassen, uitgerekend aan tafel bij de Urker fractievoorzitter Jan Willem Bakker. Er gaan dienbladen met kopjes koffie op schoteltjes rond. Ik draag als een van de weinigen geen trouwring. In de zaal zitten grijze en minder grijze mannen met hun vrouwen en kinderen. Geen zwarte kous te zien, noch rolletjes kingpepermunt en wikkels coke. Senator Diederik van Dijk uit de Eerste Kamer is er. Er is ook pers. Ik. HP/De Tijd geldt hier als ‘de progressieve pers’. Achterin zetelt een groepje geestelijk gehandicapten en vooraan een doventolk met een rode maillot, tegenover twee dove of slechthorende mannen op de eerste rij. Kees van der Staaij heet hen persoonlijk welkom via de tolk.

De bijeenkomst begint met een psalm, het gebed en Matthëus 4:1-11; Jezus wordt na een veertigdaagse woestijntocht op de proef gesteld door Satan. Ik herinner me Jeroen Krabbé in driedelig pak en met vetkuif als Satan in de miniserie Jesus uit 1999.

Kees van der Staaij, hier in de Waalse kerk in Den Haag.

Het visserijdrama staat vandaag centraal. Dit ambacht is zorgvuldig doorgegeven van vader op zoon en dreigt ‘door regeltjes uit Brussel’ juridisch te worden beknot. Het eurosceptische Britse UKIP wil de Britten ‘hun zeeën’ teruggeven en na de Brexit dreigen de Urkers een stukje Noordzee te verliezen. In de voormalige Zuiderzee zelf schijn je geen fatsoenlijke boterham bij elkaar te vissen.
Kees van der Staaij, zijn Vlaardingse accent valt op tussen al het Urks, wordt met alle egards ontvangen. Hij vindt het fijn om op Urk te zijn en het doet hem goed dat op Urk veel voor de SGP wordt gebeden, zo werd hem verteld.
Het hoofdthema van dit verkiezingsjaar is leven want ‘elk mensenleven telt’. Van der Staaij bekritiseert de NIPT, een test die het downsyndroom detecteert bij ongeboren kinderen. Een meisje achterin de zaal laat van zich horen.
Andere punten zijn: de islam mag niet verder groeien en vluchtelingen moeten worden opgevangen in de regio. Medemenselijkheid is immers een christenplicht.

Na de toespraak komen trotse vissersvrouwen Maria (“Wacht even hoor, ik ben helemaal van m’n à propos”) en Alie naar voren. Ze wilden de thuisblijvers een gezicht geven, richtten een organisatie op en vragen om steun uit Den Haag. Ze zijn daar welkom. Als dank voor hun inzet krijgen ze een bos bloemen en een fles bier. “Als u dan straks minister-president bent, meneer Van der Staaij…” begint een van de vrouwen dan. Die wens wordt beantwoord met bulderend mannengelach. De prognose is dat de SGP dit jaar van 3 naar 4 zetels zal groeien.

Hier hoor je geen ‘pleur op’.

Er mogen korte vragen gesteld worden, dat wil zeggen: één zin, één komma en één vraagteken. Een van de geestelijk gehandicapten, een fanatiek dierenliefhebber, vraagt wat de SGP gaat doen voor bedreigde diersoorten zoals de chimpansee. Kamerlid Elbert Dijkgraaf verzekert hem dat hij op de steun van de SGP kan rekenen.
Een andere man maakt zich zorgen over de wereldwijde bevolkingsgroei en opdrogende hulpbronnen. Hij kan op begrip rekenen. Elbert Dijkgraaf schetst het contrast tussen Urk en de Randstad. “In de Amsterdamse grachtengordel denken ze: ik ga naar ah.nl en het komt wel.” Het zat dus heel anders.
Een vrouw vraagt waarom er geen vrouwen in de Tweede Kamer zitten. Opnieuw mannengebulder. “Ze hebben thuis al niks te zeggen,” mompelt iemand naar zijn buurman.
Gertjan van het mannenkoor (wist u dat er op Urk zo’n dertig koren zijn?) complimenteert Kees van der Staaij. Hij had Van der Staaij zien reageren na de terroristische aanslagen in Parijs in de Tweede Kamer. “In tegenstelling tot Wilders straalt u rust uit.” Daar was ik het helemaal mee eens. Hier hoor je geen ‘pleur op’. Hier worden geen valse kiezersbeloften verspreid.

Wilhelmus

Het einde is daar. Maar niet voor het Wilhelmus. Staand, want als je het Wilhelmus zingt, dan sta je. De progressieve pers dus ook. Na het gebed open ik Grindr — een app voor mannen zonder biologische gaydar. Kees van der Staaij zit niet op Grindr. In de nabije omgeving zijn precies nul homo’s online.

De SGP mag er dan ‘eigen, afwijkende meningen’ op nahouden (bij gebrek aan eufemismen), Kees van der Staaij is een vriendelijke, redelijke man. Zijn grootste uitspatting ooit waren de sjekkies die hij op zijn dertiende draaide. In de Volkskrant gaf hij toe te willen afrekenen met het imago van SGP’ers als ‘de ayatollahs van de Veluwe’. ‘We moeten zorgen dat we juist openheid geven, niet de ramen en deuren dichthouden. Daar wil ik me voor inzetten. Het is mooi dat bij SGP-congressen de media aanwezig zijn. Dan ervaren ze dat het meer is dan orgelspel.’

Na afloop vraag ik Kees van der Staaij of de SGP homo-onvriendelijk is. ‘Nee, ik vind van niet. Er zijn ook homo’s binnen de SGP die onze uitgangspunten delen. Iedereen die onze grondslag onderschrijft is welkom.’
Ook hij las vanochtend de ingezonden in het Reformatorisch Dagblad. “Ik vind fijn dat iemand uit zo’n gemeenschap zelf zegt: we hebben verschillende opvattingen zoals over het homohuwelijk, waar de SGP het niet mee eens is, maar bejegen elkaar wel op een gelijkwaardige en menselijke manier.”
Eén van zijn favoriete Bijbelverhalen is dat van Jezus en de overspel betrapte vrouw. Dat gaat nu juist over andersdenkenden. ‘Een vrouw ging vreemd en de Farizeeërs zaten haar op de hielen. Zij moest gestraft worden. En Jezus zei: wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Wel de norm hooghouden, maar de mens niet uit het oog verliezen: dat is de boodschap die mij persoonlijk heel erg aanspreekt.’

‘Iedere verslaafde is er een teveel’

Het Urker nachtleven breekt straks aan en ik ben razend nieuwsgierig naar die garageboxen vol kratten bier en kruiwagens coke. Ik vraag het de Urker SGP-fractievoorzitter, meneer Bakker. De problematiek is er nog wel, gebiedt eerlijkheid hem te zeggen. “Maar in mindere mate als vroeger. Er zijn burgerorganisaties als Waypoint en Moedige Ouders actief en op basisscholen vindt preventie plaats. Ieder weekend worden de jeugdhonken gecontroleerd door gemeentemedewerkers. De politie is aardig tevreden over de cijfers. Maar iedere verslaafde is er een teveel.”
Over de visserij is hij minder optimistisch. “De landbouw en visserij hangen erbij in Den Haag. Dat moet veranderen. Voor veel Urkers is de SGP hét aanspreekpunt om iets te bereiken in Den Haag.”

Ik loop terug door de haven, langs de aangemeerde kotters en zie de zon ondergaan boven wat ooit de Zuiderzee was — en wordt ontzettend melancholiek.
Op Grindr zijn nieuwe gezichten actief. Eén op 266 meter afstand! Ik vraag hem hoe het is, als homo op Urk.
“Ja het went.”
“Je hebt sommige mensen die inderdaad met de nek aankijken maar daar sta ik boven.”
“Hier op Grindr zitten ook gewoon getrouwde mannen hoor van Urk.”

Even overweeg ik op de SGP te stemmen.