Weg met ons!

Ik ben geen Nederlander, heette het schrijnende stuk dat Nadia Ezzeroili in januari 2016 voor de Volkskrant schreef. Ongeveer heel Nederland viel over haar heen na de publicatie. Ze was ondankbaar, een elitetrutje met luxeproblemen, een huilie-boeboe slachtoffer, omgekeerde racist en zo voort en zo verder.

In het stuk schrijft ze over haar verlangen om te horen bij het land waar ze geboren is. Over haar soms wanhopige pogingen haar loyaliteit te bewijzen, die toch altijd weer met twijfel en wantrouwen beantwoord zullen worden. Daardoor is ze zich terug gaan trekken. Ze is voor haar gevoel geen Nederlandse meer. Als ze in Marokko op vakantie is, treft ze een oude man die zegt dat het een mooie dag is, omdat zij weer thuis is gekomen. Zoveel liefde had ze van haar geboorteland nog niet gekregen.

In Trouw vertelde Seada Nourhussen gisteren een  soortgelijk verhaal. Zij is hier niet geboren en legt uit dat aan het migrantzijn eigenlijk nooit een einde komt. Aan de integratie-universiteit studeer je nooit af. Altijd zal je te horen krijgen dat je je moet invechten, dat je dankbaar moet zijn of op moet pleuren naar je eigen land. Wat ze ook zal doen om te laten zien dat ze van Nederland houdt of zich Nederlandse voelt, ze zal altijd een nieuwkomer blijven. Hoe groter die krampachtige nadruk op de Nederlandse identiteit, in de media en de politiek, hoe verder zij ervan vervreemd raakt.

Wilhelmusgegroetjes

De ‘Nederlandse identiteit’. Het buzzbegrip van de afgelopen tijd. Populistische gekwaak in een steeds enger wordend kikkerlandje. Ik herken mijn land er niet meer in terug. Terwijl ik vroeger zo trots was op de tolerantie, het nuchtere, het open karakter van onze maatschappij. Als het over onze identiteit ging, waren we altijd zo lekker relativerend. We mochten kritisch zijn op onszelf en anderen.

Ik had toen ik opgroeide echt het gevoel dat ik in het leukste, meest vrije land van allemaal woonde. Nu klampen we ons vast aan een boom met lichtjes. Pruttelen om een paar pathetische feestdagen. Zeggen ons dood te vechten voor een zwart fantasiefiguurtje. Wat zijn we voor een malle, rigide karikatuur geworden? Iedere dag tien Wilhelmusgegroetjes voor het stamppotontbijt. Met zijn vier miljoenen naar Boer Zoekt Vrouw kijken in plaats van naar het debat tussen onze volksvertegenwoordigers. En daarna janken dat we het slecht hebben.

Boer Bolke

Waarom zijn we zo potsierlijk nationalistisch geworden? Het liefst zouden we ons land afsluiten en de rest van de wereld laten creperen. Terwijl om ons heen de vlammen oplaaien, lekker kijken naar hoe boer Bolke zwijgend zijn aardappelen eet zonder een vork in zijn oog te steken. Onszelf de hele dag op de borst kloppen en feliciteren met onze geweldige waarden en normen, onze vrijheid voor homo’s en de gelijkheid tussen mannen en vrouwen die we al eeeeuwen geleden verworven hebben. En God daar ook nog even als een letterlijke deus ex machina bijhengelen. Alsof hij niet degene is die de vooruitgang heeft tegengehouden. Opeens mogen de Joden ook gezellig meedoen met onze superieure Judeo-christelijke cultuur.

Ik herken er allemaal niets van en zou er graag afstand van doen. Maar ik heb het omgekeerde probleem van Seada en Nadia. Zoals zij er nooit helemaal bij horen, zo kan ik me er nooit helemaal aan onttrekken. Ik met mijn Friese voorouders. Blond, blauw, Bergsma. Wat ik ook zal doen, ik krijg die weeïge spruitjesgeur nooit van mijn melkboerenhondenkont geschud. Ik zal nooit als ondankbaar worden gezien, zoals Quincy of Sylvana. Nee, ik ben een landverrader. Ik heul met de vijand. Ik ben een NSB-er. Of zoals Thierry B. dat zo lekker volks kan zeggen: een oikofoob. Een minder elitaire elitehater zou, denk ik, spreken van een ‘weg met ons’ mentaliteit.

Fuck Nederland

Dat vind ik inderdaad. Weg met ons. Fuck Nederland. Tot we onze luiken weer open kunnen zetten en die vieze angstzweetgeur kan verdwijnen. Tot er weer wat zuurstof naar binnen kan. Tot we weer kunnen ademen. Tot we weer in onze eigen grondwet geloven, die ons al jaren precies vertelt wat onze identiteit is. In ons rechtssysteem wat ons allang duidelijk maakt waar we voor staan. Anders ga ik zelf weg. Zonder uitzwaaipagina. Ook ik voel me vervreemd.

Ik wil me uitvechten. Uit deze kleinburgerlijke, benepen, polderpanische, zielige, hebberige, boerentruttige, benauwende, egoïstische, moralistische, ontevreden, superverwende micromentaliteit. Dan maar een verrader. Ik ben duizend keer liever een migrant dan te horen bij dit land. Liever wereldburger of allochtoon. Ik zoek mijn geluk wel in een ander land. En dan kan ik alleen maar hopen dat ik gastvrij word ontvangen en dat een oude man tegen me zal zeggen dat het een mooie dag is vandaag, omdat ik thuis ben gekomen.