Regimes grijpen naar de doodstraf uit angst voor nieuwe Arabische Lente

De Golfstaten, Jordanië, Koeweit en Bahrein voeren in 2017 massaal executies uit. Dat is opmerkelijk, want de afgelopen jaren werd de doodstraf in deze landen niet uitgesproken. De landen treffen deze maatregelen in het kielzog van nieuwe protesten.

Het jaar 2017 is nog jong, maar nu al hebben de beulen in het Midden-Oosten het maar wat druk. Op 15 januari liet het koninkrijk Bahrein drie mannen executeren. Dat waren de eerste executies van het land sinds 2010. Tien dagen later liet Koeweit, waar de laatste doodstraf werd volstrekt in 2013, zeven mannen ophangen. En op de vroege ochtend van 4 maart werden in Jordanië maar liefst 15 mannen tegelijk naar de galg geleid. Daarmee was de Jordaanse executie de grootste eendaagse terechtstelling sinds 2014.

De terechtgestelden kwamen uit uiteenlopende lagen van de bevolking. Een van hen was zelfs een Koeweitse prins. Ook de aanklachten tegen de geëxecuteerden varieerden van terrorisme tot verkrachting en moord. Ondanks deze verschillen zien mensenrechtenorganisaties echter een nieuwe, brede repressieve trend in deze golf van executies in de regio.

Repressie

De oorzaak voor de massale herintroductie van de doodstraf ligt volgens hen in de angst voor islamitisch extremisme. Met name in de Golfstaten en Jordanië vreest men dat de oorlogen in Jemen en Syrië naar hen over zouden kunnen slaan. Eerder al beducht op een mogelijke heropleving van de Arabische Lente van 2011, laten deze landen – waar mensenrechten geen hoge prioriteit kennen – de afgelopen maanden zowel aanhangers van de oppositie als ook extremistische elementen van het toneel verdwijnen.

Volgens mensenrechtenorganisaties bekommeren regeringen in de betreffende landen zich minder om mensenrechten in een poging het hoofd te bieden aan zaken als nationale veiligheid en het uitschakelen van ongewenste dissidenten. De hausse in executies dit jaar komt na een soortgelijke, maar veel grotere golf in Saoedi-Arabië afgelopen jaar. Op 2 januari 2016 liet het koninkrijk 47 mensen op één dag ter dood brengen; het grootste aantal op een dag sinds 1980. Alle mannen waren ter dood veroordeeld wegens terrorisme. Ze zouden militanten van Al-Qaeda zijn.

Tot de veroordeelden behoorde ook Sheikh Nimr al-Nimr, een sjiitische geestelijke die een vreedzame oppositie tegen ‘s lands heersende klasse bepleitte. Het grote aantal executies dat Saoedi-Arabië heeft uitgevoerd – meer dan 300 in de afgelopen twee jaar – en het feit dat dit gepaard ging met relatief weinig internationaal protest, heeft ertoe geleid dat ook buurlanden van het Saoedische koninkrijk hun toevlucht durven nemen tot massa-executies.

Saoedi-Arabië

Maar de invloed van Saoedi-Arabië en andere zwaargewichten in de Golf gaat verder dan het geven van een voorbeeld dat door de kleinere landen wordt gevolgd. Na de Arabische lente staken de vier rijkste Golfstaten, waaronder Saoedi-Arabië, miljarden dollars in Bahrein, Jordanië, Oman en Marokko in een poging de constitutionele monarchieën in de regio’s te stabiliseren. Het resultaat was een zogenaamde Arabische Winter, een periode van wijdverbreide onderdrukking die de revoluties opvolgde.

Als onderdeel van deze ‘winter’ is er sprake van ‘een gecoördineerde inspanning van vrijwel alle monarchieën van de Arabische wereld om constitutionele hervormingen of uitbreidingen van de macht van het volk te blokkeren’, zo stelt Human Rights Watch. ‘Ze treden hard op tegen eigen burgers die kritiek uiten op omliggende monarchieën. Ze bespioneren en overwaken hun eigen burgers in een zeer uitgebreide mate, schenden het recht van verdachten op een eerlijk proces en ze stellen geweldloze dissidentie strafbaar.”

Nu de Golfstaten steeds meer samenvloeien tot een verenigd blok, ervaren bepaalde landen de druk mee te gaan in het executie-circus. Zo kregen de drie mannen die in januari in Bahrein werden gedood hun straf op nadrukkelijk aandringen van de Verenigde Arabische Emigranten (VAE). De mannen waren, naar verluidt, verantwoordelijk voor een bomaanslag in 2014. Bij die aanslag kwamen drie agenten om, waarvan er één afkomstig was uit de VAE.

Aanslagen

Hoewel de drie mannen beweerden dat Bahreinse ambtenaren hen hadden gedwongen te bekennen, zien de Golfstaten en Jordanië zich, volgens deskundigen, wel degelijk geconfronteerd met een zeer reële dreiging van islamitisch extremisme. Jordanië, Koeweit en Bahrein hebben allen te lijden onder recente aanslagen.

Op 19 december eiste een aanslag die uitgevoerd zou zijn door Islamitische Staat (ISIS) het leven aan tien mensen in de Jordaanse stad Karak. Koeweit ziet zich geconfronteerd met bedreigingen van zowel ISIS en Hezbollah, terwijl sjiitische militanten verschillende aanvallen in Bahrein hebben uitgevoerd. Zowel Jordanië, Koeweit als Bahrein maakt momenteel deel uit van de door Saoedi-Arabië geleide coalitie die de Jemenitische regering steunt in de burgeroorlog die in het land woedt. Ook de VS, het Verenigd Koninkrijk en diverse landen uit het Midden-Oosten zitten in deze coalitie.

Landen als Saoedi-Arabië en Bahrein weten dat ze de mensen kunnen beschuldigen van betrokkenheid bij gewelddadige terroristische daden en ter dood kunnen veroordelen, zo stellen mensenrechtenorganisaties. Ze weten dat ze ermee weg kunnen komen, zelfs als er in de rechtszaak tegen de verdachten sprake is van flagrante schendingen van het internationaal recht.

De westerse bondgenoten kunnen dit nauwelijks censureren, aangezien ze allemaal aan dezelfde kant staan in de War on Terror. Ook vandaag zitten tientallen mensen in de regio achter tralies, in afwachting van de doodstraf. De massa-executies zullen naar alle waarschijnlijkheid alleen maar in aantal toenemen, omdat de veiligheidssituatie in het Midden-Oosten precair blijft. Een gemeenschap van erg onzekere autocraten is meer dan ooit bereid hun kracht te demonstreren. En daar horen politiek beïnvloede massa-executies ook bij.