‘Je kreeg eerder je Trabant in Oost-Duitsland dan een biertje op het Boekenbal’

Tijdens de Boekenweek mag de schrijver van het Boekenweekgeschenk als een rockster op tournee. Connie Palmen deed het in 1999 en schreef dit jaar het Boekenweekessay. Tommy Wieringa was drie jaar geleden aan de beurt. Samen praten ze Herman Koch bij, aan wie dit jaar de eer ten deel valt en die het Bal opent. ‘Ik denk dat hij het heel leuk gaat vinden.’

Wat komt er allemaal over je heen als je het Boekenweekgeschenk schrijft?
Connie Palmen: “Ongeloofijk veel.”
Herman Koch: “Ja, het is heel veel. En dan heb ik nog niet eens het einde meegemaakt, zoals jullie.”
Tommy Wieringa: “Het is een fantastische exercitie. Ik beschouw de literatuur als een soort parcours. Als het als schrijver een beetje lukt, word je gaandeweg langs een aantal haltes geleid. En dit was wel mijn leukste halte tot nu toe.”

Wat is er zo leuk aan?
Wieringa: “Alles. Vooral ook omdat ik me er al heel lang op had verheugd. Waarom vragen ze me nou niet een keer, dacht ik al een tijdje. Een paar jaar daarvoor had ik gezien hoe Bernlef als een soort stervende farao langs al die podia werd gedragen en hoopte ik dat ze bij mij niet zo lang zouden wachten.”
Koch: “Er schiet me opeens te binnen dat jij bij DWDD zei: ‘Wat ben ik laat in het jaar gevraagd. Waarschijnlijk heeft Her- man Koch afgezegd.’”
Wieringa: “Jajaja. Ik vond dat het verzoek wel heel laat binnenkwam.”
Palmen: “Dat verzoek komt altijd laat. Ik wilde me onmiddellijk laten opnemen in een gekkenhuis, zo erg raakte ik in paniek dat ik in negen maanden een boek moest schrijven.”

 

Nathalie Huigsloot