Het Oranje-debacle in historisch perspectief

Tijdens opgravingen in de Zeister Bossen hebben archeologen een bizarre vondst gedaan. In de archieven van de ‘Koninklijke Nederlandsche Voetbal Bond’ zijn documenten gevonden die onmiskenbaar duiden op wat in verschillende contemporaine bronnen ‘een plan’ wordt genoemd.

Onderzoekers vermoeden dat dit ‘plan’ mogelijk onderdeel is geweest van een veel omvangrijker ‘visie’ – dat was in die periode wel vaker het geval – maar het plan is vooralsnog het eerste stukje plan dat is teruggevonden. Eerste onderzoekingen – bijvoorbeeld met behulp van de datering van enkele ontslagbrieven – bevestigen dat de vondst stamt uit het fin de siècle van het Nederlands Elftal, een soort nationaal sportteam waarin alleen sporters met de Nederlandse nationaliteit speelden. En dat is een vondst met grote historische waarde, want tot nog toe is altijd aangenomen dat het gebruik van plannen en visie als een vorm van onsportiviteit werd beschouwd.

Voetbalhistoricus Zacharias Endt: “Ik ben zeer opgewonden! We kunnen het ons nu niet meer voorstellen, maar het Nederlands Elftal – of ‘Oranje’, zoals de mensen het in die tijd noemden, vanwege de kleur van een deel van het tenue – nam destijds een centrale plaats in het openbare leven in. Als het Nederlands Elftal op een groot toernooi speelde, keken miljoenen mensen op televisie naar de gebeurtenissen op het veld. Daar werd ‘voetbal’ gespeeld, een soort voorloper van ons graskluiven. Bij dat voetbal moesten twee teams van elf jonge mannen een neutraal, vermoedelijk rond object in het ‘doel’ krijgen, zonder daarbij hand of arm te gebruiken. Dat de populariteit van dat ‘Oranje’ geen grenzen kende, wisten we al enige tijd, toen tijdens opgravingen in Amersfoort aan Zee een reuze-Wuppie werd opgegraven, een primitief hoofddeksel dat een signaalfunctie had. Droeg iemand die reuze-Wup, dan wist iedereen: die is niet goed. Maar dat er rondom het Nederlands Elftal sprake was van plannen, mogelijk zelfs van serieus overleg, dat is nieuw.”

Het ‘Oranje’, waar Endt over spreekt, was gedurende de twintigste en het begin van de 21ste eeuw een van de succesvolste voetbalteams van de wereld, hoewel het geen enkele maal de beste van de wereld was. Veel landgenoten ontleenden een deel van hun identiteit aan het onevenredig grote succes van het team. In de vorig jaar verschenen studie Oranje: een oer-Hollandse love story toonde sporthistoricus Dani van der Vooren al aan dat het Nederlands Elftal vermoedelijk in 2017 moet zijn opgedoekt, als een van de eerste nationale teams ter wereld. Directe aanleiding, betoogde Van der Vooren, was een relatief onschuldige wedstrijd tegen het Bulgaarse elftal, een wedstrijd die, volgens de bronnen, ‘kansloos’ verloren ging.

Verschillende beroemde ‘voetballers’ uit die tijd – zoals Wesley Sneijder en de latere minister-president Georginio Wijnaldum – gooiden na deze wedstrijd het bijltje erbij neer en keerden terug in de maatschappij. Van der Vooren suggereerde in zijn proefschrift zelfs dat de geruchtmakende verbanning van staatsvijand Danny B. naar Mururoa (het verhaal waarop de verfilmde avonturenroman Expeditie Niet-zien gebaseerd was) direct samenhing met de opheffing van Oranje, maar die these kreeg Van der Vooren (inmiddels hoogleraar Sport & Spel aan de Universiteit van Mönchengladbach) niet helemaal rond, met name omdat alle digitale en geschreven bronnen over deze donkere tijd in 2021 door woedende liefhebbers werden vernietigd.

Een ‘idee’

De enige overlevende uit deze periode, de heer De Ligt uit Leiderdorp, weigert al 163 jaar categorisch over de gebeurtenissen van destijds te spreken. Meneer De Ligt was destijds een jongeman en een van de meest veelbelovende Nederlandse voetbalspelers, maar nu natuurlijk vooral bekend als een van de succesvolste graskluivers uit de Nederlandse geschiedenis. Volgens Johan Derksen, al twee eeuwen een van de belangrijkste graskluifanalisten van het land, viel het met de populariteit van dat voetbal overigens wel mee. “We moeten nu niet gaan doen alsof het iets heel belangrijks was, het was gewoon een janboerenlullenbezigheid, hoor.”

Of er in Zeist nog meerdere ontdekkingen worden gedaan, durft voetbalhistoricus Endt niet te voorspellen. “Het zou fantastisch zijn als we ook nog een ‘idee’ zouden vinden. Dat zou alles wat we altijd over het Nederlands Elftal hebben aangenomen in een volkomen nieuw licht plaatsen.”