Donald Trump moet afkijken bij Bill Clinton

De eerste dagen van Bill Clinton waren ook verre van rustig

Een chaos in het Witte Huis, bloeddorstige pers en een ongedisciplineerde president; het presidentsjaar 1993 lijkt verdacht veel op dat van 2017. Wat kan Trump leren van zijn voorganger als president Bill Clinton, de man die hij tijdens de verkiezingsrace zo aanviel?

De eerste honderd dagen van Trumps presidentstermijn zijn op z’n zachtst gezegd geen succes. Uit het Witte Huis komen verhalen over een chaotische werksfeer, verwarring en onderlinge strijd tussen de leden van de kabinet-Trump. Het lijkt allemaal niet zo vlot te lopen in Washington D.C.

Al claimt Trump dat er niets aan de hand is:

Bijna dagelijks lekken er nieuwtjes uit de kring rond Trump. Volgens een tot dusver anonieme bron is Trump zijn eigen ergste vijand. “Hij is snel afgeleid, geobsedeerd met kleinigheden en ongeïnteresseerd in bijbrengen van orde in zijn regering.” Zijn kabinet kent de fijne kneepjes van het vak niet, en dat zou – volgens de bron –  zichtbaar zijn. Er zijn gelijkenissen te vinden tussen het begin van het presidentschap van Trump en dat van Bill Clinton.

Clinton als president

Voor Clinton gaat het begin van zijn presidentschap ook niet bepaald over rozen, maar er is één duidelijke verschil tussen Clinton en Trump. Na een valse start zet Clinton zijn zinnen volledig op het uit het slop trekken van zijn presidentschap. Trump lijkt andere prioriteiten te hebben en niet in te zien dat hij op een dunne lijn aan het balanceren is. Hij wil naar eigen zeggen alles doen om het land uit het slop te trekken. De infrastructuur gaat op de schop en hij gaat ‘jobs, jobs, jobs’ creëren. Over de Russische zaak, over zijn afluisterbeschuldiging in de richting van zijn voorganger Obama of over zijn mislukte Trumpcare praat hij liever niet.

De eerste problemen van de regering-Clinton beginnen al voordat hij überhaupt als president  aantreedt. In tegenstelling tot de gebruikelijke gang van zaken – het opstellen van schaduwlijsten met potentiële ministerskandidaten en adviseurs – is Clinton erg terughoudend in het bekijken van de mogelijkheden voor potentiële adviseurs. Hij wil de huid niet verkopen voor de beer geschoten is. Na de verkiezingen kiest Clinton ervoor om zich meteen te richten op de vorming van zijn kabinet in plaats van zijn adviseurs in het Witte Huis.

Clinton benoemt zijn stafchef pas midden december. Trump doet dat met de aanstelling van Reince Priebus één maand eerder. Volgens Clintons uiteindelijke stafchef Thomas McLarty zat er één groot voordeel aan de late benoeming: Clinton had het voor elkaar gespeeld om bijna zijn hele kabinet rond te hebben voor zijn inauguratie. Iets wat Trump, Obama en George W. Bush absoluut niet gelukt is.

Vriendjespolitiek

Het nadeel van het gebrek aan aandacht voor de regering binnen het Witte Huis is iets waar zowel Clinton als Trump moeite mee hebben (gehad): de leden van het Witte Huis hebben weinig ervaring in de hoogste flanken van de Amerikaanse politiek. “Dat de nadruk lag op het samenstellen van het kabinet zorgde ervoor dat de staf in het Witte Huis te laat samengesteld werd. De samenstelling gebeurde hierdoor te vluchtig, bijna gebruikmakend van restjes mensen die nog interessant waren voor de president,”  verklaarde één van de toenmalige Clintons adviseurs, Bill Galston, in een interview met Miller Center.

Volgens Clinton stafchef McLarty is het eerste jaar van een presidentschap altijd moeilijk, of het nou gaat om Trump of Clinton. “Je moet een start maken, er zijn altijd wel een paar beginnersfouten. Wij hebben die ook absoluut gehad,” merkt hij op tijdens een interview met The Atlantic.

Eén van de opvallendste fouten die zowel Trump als Clinton maakten aan het begin van hun presidentstermijn is dat ze politiek beleid omzetten naar vriendjespolitiek. Clinton nam een deel van zijn hulpjes mee uit Little Rock, Arkanas, waar hij woonde en werkte als gouverneur. Het resultaat was dat een aantal ijzersterke ondernemers – zoals McLarty – in de Washington D.C. belandde, met weinig politieke ervaring en vaardigheid.

Weinig ervaring

Sounds familiar? Dat kan kloppen. Ook Trump maakt de fout door het samenstellen van een, op het oog, eclectische, excentrieke mix van adviseurs samen om hem te assisteren in het Witte Huis, die – net als hemzelf – weinig tot geen ervaring hebben. Onder de adviseurs bevinden zich vertrouwelingen uit Trumps bedrijfsleven als zijn schoonzoon Jared Kushner en Steve Bannon, de voormalige voorzitter van Breitbart News. Raadgever en spindoctor Kellyanne Conway werkt al langere tijd in Washington, maar heeft geen ervaring in de West Wing. Stephen Miller, de 32-jarige senior adviseur van Trump heeft veel aangezien verworven sinds zijn aanstelling, maar wordt ook met de nek aangekeken.

Analisten stellen dat Miller in elke andere Republikeinse regering ‘geluk zou hebben met een tweederangs baan bij een derderangs agentschap.’ De eerder genoemde Priebus runde het Republikeinse Nationale Comité, maar heeft net als de rest van Trumps adviseurs geen ervaring met het organiseren van een federale overheid.

Gemiste kans

Trump had een voorsprong kunnen hebben. Hij had de problematiek in het Witte Huis kunnen voorkomen als hij zich had verdiept in de ervaringen van de voorgaande presidenten.  Zowat alle Amerikaanse presidenten hebben mensen meegenomen uit hun privé-kring naar het Witte Huis. Het verschil ligt ‘m in hoeverre deze mensen passen in de Amerikaanse regering. Bij Trump en Clinton was het vrijwel meteen duidelijk dat dit meer ging om een vriendendienst in plaats van een gunstige zet voor het land.

Volgens Clintons stafchef McLarty trok Clinton zijn fouten recht door een relatief simpele aanpassing: “Elke president moet de omslag maken van het voeren van een hevige campagne naar het besturen van het land. Dat is waar de eerste honderd dagen in het Witte Huis om gaan en waar naar mijn mening het succes van een president ligt. Het is cruciaal dat de president zich realiseert dat ze zich in een ander landschap bevinden, dat bleef uit bij de eerste honderd dagen van zowel Clinton als Trump.”

Cruciale les

Die cruciale les overbrengen naar Clinton was geen makkelijke taak, vertelt Clintons toenmalige binnenland beleidsadviseur Bruce Reed in 2004: “Het was ontzettend chaotisch, niemand had de leiding. Ik denk dat Clinton dat ook wel leuk vond. Hij wist dat hij zijn eigen beste strateeg was. Hij hield er van om zelf alle keuzes te maken, dus maakte hij zich geen zorgen dat zijn adviseurs het niet eens konden worden.” Clinton leerde deze les langzaam maar zeker, waardoor hij in de loop van zijn eerste jaar meer vertrouwde op zijn adviseurs en een stabiel kabinet neerzette. Trump, daarentegen, lijkt te genieten van de chaos.

Het resultaat is dat Trump tot op de dag van vandaag nog niet alle kabinetsposten heeft verdeeld. Het lukt zijn West Wing maar niet om prettig met elkaar samen te werken. Veel van de kopstukken die zich in het Witte Huis hebben gevochten, komen rechtstreeks uit de verkiezingsoorlog van Trump. Dat is merkbaar. De adviseurs zitten nog in de verdediging, terwijl ze druk bezig zouden moeten zijn met het creëren van mogelijkheden.

Clinton kreeg het voor elkaar om zijn eerder zo chaotische White House staff om te vormen tot een relatief succes: na Clintons eerste jaar kreeg de 42ste president de steun van 57 procent van de Amerikanen achter zich, terwijl hij met 43 procent van het aantal stemmen kreeg bij zijn uitverkiezing.

Les

Trump benadert zijn presidentschap, op aanraden van Steve Bannon, als een campagne. Dat ziet de wereld keer op keer. Hij moet lering trekken uit de valkuilen van oud-president Bill Clinton. Dat betekent dat hij de chaos moet laten wegebben en gaan voor een rustigere lijn. Om dat te bewerkstelligen bleek in Clintons geval een sterke stafchef onmisbaar. Het is te hopen dat Trump goed gaat luisteren naar Reince Preibus en het roer recht houdt.