Waarom ‘melkboer’ Dijsselbloem beter de eer aan zichzelf houdt

Mijn opa was melkboer. Mijn oom heeft hem opgevolgd en inmiddels tuft mijn neef Martin dagelijks met zijn rijdende winkel door het Groningse Westerkwartier. Stuk voor stuk harde werkers: iedere ochtend vroeg op, lange dagen en meesters in de smalltalk. Dat laatste is een conditio sine qua non sinds de verzorgingstehuizen alleen nog maar toegankelijk zijn voor ouderen die zo van het padje zijn dat ze zelfs de geraniums opeten.

Vanwaar deze ‘ontboezeming’? Jeroen Dijsselbloem, sinds 16 maart demissionair minister van Financiën, wil graag zijn gehele tweede termijn van 2,5 jaar uitzitten als voorzitter van de Eurogroep, het gremium binnen de Europese Unie waarin de lidstaten hun fiscale en economische beleid coördineren. Die termijn loopt tot 13 januari 2018. Maar binnen de groep gaan steeds meer stemmen op om hem te lozen zodra Nederland een nieuw kabinet heeft. Immers, dan is hij definitief minister af en weer gewoon Kamerlid.

De regels schrijven slechts voor dat leden van de groep een voorzitter kiezen. Het zou zelfs de melkboer op de hoek kunnen zijn.

Nonsens, vindt Dijsselbloem zelf. De regels schrijven slechts voor dat leden van de groep met gewone meerderheid een voorzitter kiezen, niet eens dat het iemand uit hun midden moet zijn. “Het zou zelfs de melkboer op de hoek kunnen zijn,” betoogde  hij oktober vorig jaar.

Dijsselbloem startte een charmeoffensief. Dat leek succesvol. Tot hij zich ruim een week geleden de woede van de zuidelijke eurolanden op de hals haalde met een uitspraak tijdens een interview met de Frankfurter Allgemeine. “Ik kan niet al mijn geld aan drank en vrouwen – ‘Schnaps und Frauen’ – uitgeven en vervolgens om uw hulp vragen,” sneerde hij, daarmee refererend aan de plichten die volgens hem verbonden zijn aan de financiële steun die crisislanden in de Europese Unie ontvangen.

Politici uit de Zuid-Europese landen in kwestie reageerden verbolgen – de Portugese premier Antonio Costa, de Spaanse minister van Economische Zaken Luis de Guindos en de Italiaan Gianni Pittela, leider van Dijsselbloems eigen sociaaldemocratische fractie in het Europese Parlement, voorop.

Het was niet voor het eerst dat de Nederlandse bewindsman zich vergaloppeerde. In 2014 noemde hij Jean-Claude Juncker, de Luxemburgse oud-premier en huidige voorzitter van de Europese Commissie, al eens een verstokte roker en drinker. Ook dit leidde tot veel commotie. Maar dat brandje was snel geblust.

Die verbale incontinentie van Dijsselbloem: het verdient geen schoonheidsprijs.

Dit keer lijkt de averij groter. Italië, Spanje, Portugal en Giekenland grijpen de uitspraak gretig aan om Dijsselbloem zijn harde lijn tijdens de schuldencrisis betaald te zetten. Hoe die koers de Grieken nog steeds als een graat in de keel zit werd een dag voor de publicatie in de Frankfurter Allgemeiner nog eens duidelijk toen in Athene acht bombrieven werden onderschept, waarvan er een aan hem was gericht.

Die verbale incontinentie van Dijsselbloem: het verdient geen schoonheidsprijs. In de wandelgangen en aan de borreltafel, soit. Maar en plein public op de nationale televisie (Knevel & Van den Brink) en een gezaghebbende krant als de Frankfurter Allgemeine dergelijke onparlementaire taal bezigen: Niet. Doen!

Dat weet Dijsselbloem ook. Hij heeft inmiddels spijt betuigd. Het heeft er alle schijn van dat hij daar dit keer niet mee weg komt. Afgelopen weekend bij een conferentie in China en tijdens een diner van Europese sociaal-democratische leiders in Rome bleek de geest nog steeds uit de fles. Politici uit Spanje, Italië en Portugal blijven aandringen op Dijsselbloems vertrek.

Door nu aan te kondigen dat hij opstapt wanneer er een nieuw kabinet is, kan Dijsselbloem zichzelf en Europa veel ellende besparen.

De demissionair bewindsman betreurt dit. Maar hij is niet van plan op te stappen. Hij wil zijn tweede termijn volledig uitzitten, ook wanneer hij helemaal minister af is. Doet hij daar goed aan? Nee. Dijsselbloem is aangeschoten wild. Zolang hij volhardt zullen de zuidelijke eurolanden iedere strohalm aangrijpen om hem te bashen. Door nu aan te kondigen dat hij opstapt wanneer er een nieuw kabinet is, kan hij zichzelf en Europa veel ellende besparen.

Een gewoon Kamerlid als voorzitter van een zo belangrijk gremium als de Eurogroep geeft geen pas. Laat staan de zuivelverkoper om de hoek. Die ontbreekt het daarvoor eenvoudig aan ervaring, kennis en – niet onbelangrijk – statuur.

Ik kan het weten, als telg uit een geslacht van melkboeren.