Het allang weer vergeten, maar onverminderd actuele Cruijff-incident van Ajax-Feyenoord

Dagen later waren de Feyenoorders nog steeds boos. Ze voelden zich gepakt — ook toen al. Het idee van Rotterdam als de eeuwige ontvanger van het nadeel van de twijfel zat er toen, in april 1970, al goed in. Die vervloekte Amsterdammers kregen altijd weer het voordeel en dat was acht minuten voor tijd op die overigens schitterende zondagmiddag zeker het geval.

Ajax-Feyenoord had iedereen vanaf de eerste minuut geboeid en 010, toen nog gewoon ‘Rotterdam’, was een klasse beter geweest. Ook Ajax-trainer Rinus Michels vond dat. De tussenstand van 2-3 deed het krachtsverschil geen recht. Wim van Hanegem strooide superieur van passjes. Meer dan Johan Cruijff, om maar iemand te noemen.

Intuïtie van Cruijff: wie onzeker is, zal eerder fouten maken.

En toen stond Cruijffie op. Niet door iets meeslepends te doen — bijvoorbeeld door zo’n sierlijke passeeractie te bedenken die je nu overal in slow motion voorbij ziet trekken, kijk: de Cruyff turn! — nee, door brutaal te zijn. Het was het moment niet voor sierlijk en meespelend. De winnaar in Cruijff — anders gezegd: de Cruijff die niet tegen zijn verlies kon — sprong op na een hoge, zoals wel vaker zwalkende voorzet van rechtsachter Wim Suurbier.

Geniepig

Sprong Cruijff netjes met de armen omlaag? Dacht het niet. Als hij dreigde te verliezen kon hij geniepiger zijn dan wie ook. Daar hoor je sinds zijn overlijden in 2016 niemand meer over, maar zo was het wel.

De net 23 jaar geworden Cruijff ging als een wilde omhoog en dat was niet zomaar. Het enige onzekere plekje in het verder uit roestvrijstaal opgetrokken Feyenoord was doelman Eddy Treijtel. De goalie — fijn klassiek woord — zat in een dip en had al een bal losgelaten waardoor Ajax onverdiend van 1-3 op 2-3 was gekomen. Woest en roekeloos ging de nog ouderwets met nummer negen spelende spits naar de doelmond, waar Treijtel wilde dat hij al thuis zat achter een kopje dampende thee, terugdenkend aan een fijne overwinning in De Meer.

Intuïtie van Cruijff: wie onzeker is, zal eerder fouten maken.

Tot zijn diepe ellende zag Treijtel dat geheel in blauw gehulde agressieve ventje op zich afvliegen. De goalie aarzelde en kwam daardoor net iets te laat van de grond. Toen hij in een laatste poging de bal wilde raken, voelde hij de puntige elleboog van Cruijff tegen zijn voortanden. Een geplaatste elleboog, want toeval bestaat niet. De bal van Suurbier dwarrelde in het net, naast de gevloerde Treijtel en de juichende Cruijff.

De weg terug naar de top is niet alleen geplaveid met klasse.

Overtreding, vond Feyenoord. Goal, vond de scheids. Zo eindigde een historische topper in 3-3. Kort daarop won Feyenoord de Europa Cup I door tegen Celtic net zo’n roestvrijstalen pot op de mat te leggen als op 26 april in De Meer. En met de oude rot Eddy Pieters Graafland op doel. Want hoe verbolgen Feyenoord ook was over die gelijkmaker, met zijn wilde sprong had Cruijff de kwetsbaarheid van Treijtel nog eens onderstreept.

Cruijff zou zeggen: ik heb Feyenoord de weg naar Europese glorie gewezen. Dat gold ook voor Ajax en dat geldt in feite nog steeds voor 010 en 020 en 040: de weg terug naar de top is niet alleen geplaveid met klasse; helaas ook met elleboogjes en geniepigheidjes.