De bitterzoete patstelling tussen Europa en het ‘bloedsuiker’ uit Cambodja

Met steun van de EU heeft de Cambodjaanse suikerindustrie het afgelopen decennium een vlucht genomen. De mensenrechtensituatie is er daar echter allesbehalve beter van geworden.

De afgelopen tien jaar is de Cambodjaanse suikerindustrie uitgegroeid tot een commerciële onderneming waar miljoenen in omgaan. Mede dankzij de EBA-richtlijn (wat staat voor: Everything But Arms) van de Europese Unie is een voorheen vrijwel non-existente handel uit de grond geschoten. Deze richtlijn staat ‘s werelds minst ontwikkelde landen toe om belastingvrije en onbeperkte toegang tot de Europese markt te hebben voor vrijwel alle producten. Daarmee moet de economie van die landen worden gestimuleerd.

De Cambodjaanse suikerproducenten zijn hier gretig op ingesprongen en maken aantrekkelijke winsten. Maar tegen een prijs, die de gewone bevolking betaalt. Mensenrechtenschendingen en milieuschade zijn schering en inslag in de Cambodjaanse suikerindustrie. Mensen worden gedwongen hun huizen te verlaten, zodat daar suikerriet kan worden verbouwd. Kinderen vanaf 12 jaar moeten het riet vervolgens oogsten. Mensenrechtengroeperingen als Just Trade wijzen er dan ook op dat het Europese handelsbeleid de mensenrechten ernstige schade toebrengt.

Suikerindustrie
Door de suikerindustrie ontheemde Cambodjanen protesteren voor het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Onteigening

De Cambodjaanse suikerplantages bevinden zich grotendeels op zogenoemde ELC’s, economische landconcessies. Dit zijn grote stukken land die door de overheid verhuurd worden aan agrarische bedrijven. Meestal gebeurt dat voor een fractie van de eigenlijke marktprijs. Om dit mogelijk te kunnen maken werden de bewoners van de ELC’s op grote schaal onteigend en verdreven. Volgens schattingen van het Europees Parlement uit 2012 zijn in het afgelopen decennium zeker 400.000 Cambodjanen op deze wijze ontheemd geraakt.

Senator

Voor mensenrechtenorganisaties en lokale waakhonden als Open Developement Cambodia is vooral één persoon verantwoordelijk voor de wantoestanden rondom de suikerhandel in het Aziatische land: Ly Yong Phat, een senator van de regerende Cambodjaanse Volkspartij. De senator en zakenman bezit al sinds de opkomst van de suikerhandel in Cambodja belangen in plantages. Bij circa een derde van het met suikerriet bebouwde areaal is hij financieel betrokken.

De wereldwijde export van de Cambodjaanse suiker piekte in 2013 en vertegenwoordigde een marktwaarde van 38 miljoen euro.

Zijn slechte staat van dienst heeft hij te danken aan de vermenging van zakelijke belangen en politieke interesses. Al in 2007 stuurde de Amerikaanse ambassade een telegram uit waarin ze waarschuwde dat Phat zijn invloed gebruikt om Cambodjaanse militairen erop uit te sturen om dorpelingen te verdrijven, hun land af te pakken en gewassen en bomen af te branden om zo plaats te maken voor suikerplantages.

Goudmijn

Volgens gegevens van de VN bedroeg de waarde van door Cambodja geëxporteerde suiker in 2007 nog maar 66.000 dollar. Daarvan was een hoeveelheid met een waarde van 61.000 dollar voor de EU bestemd. In 2011 ging het al om respectievelijk 14 miljoen dollar aan totaalproductie en 13 miljoen dollar voor Europa. De wereldwijde export van de Cambodjaanse suiker piekte in 2013 en vertegenwoordigde een marktwaarde van 38 miljoen euro.

Vanwege de massale mensenrechtenschendingen in Cambodja kwamen verschillende Ngo’s vanaf dat jaar in actie met grote bewustwordingscampagnes die importeurs moest bewegen af te zien van de aankoop van Cambodjaanse suiker. Met succes, want over 2015 had de Europese invoer nog slechts een waarde van een kleine twee miljoen euro. Mede daardoor is inmiddels nog maar 15 procent van ‘s lands productie bedoeld voor de Europese markt. Alleen is daarmee de door de EU in het leven geroepen mensenrechtensituatie in Cambodja evenwel nog niet ongedaan gemaakt. Er worden nog steeds landeigenaren en boeren in Cambodja van hun land gezet.

Patstelling

Volgens bronnen in Brussel durft de EU ook geen actie te ondernemen omdat ze vreest dat vrijhandelsakkoorden, die nog in onderhandeling zijn, onder druk komen te staan. Op dit moment lopen gesprekken met verschillende buurlanden van Cambodja, zoals Vietnam en Myanmar, waar het qua arbeidsomstandigheden en mensenrechten in veel opzichten veel slechter is gesteld.

Voor Brussel blijft het officiële credo dan ook dan het EBA-systeem goed is om economische groei te stimuleren. Het stuurt ook sinds 2014 waarnemers naar de Cambodjaanse suikerplantages om de mensenrechtensituatie te monitoren. Maar sancties zijn nog ver weg.  Zeker ook omdat deze sancties, als het beperken van ontwikkelingshulp, alleen burgers zullen treffen en niet de suikerindustrie zelf.

Al houdt het niets doen een pijnlijke patstelling in stand.