Dit wordt een afschuwelijke oudevrouwencolumn

Want ik ga nu schrijven dat ik heel erg val voor Theodor Holman, vermoedelijk binnenkort niet meer van Het Parool.

Vroeger schreef hij begenadigde, soms schitterende epistels voor voornoemd dagblad. Tegenwoordig zijn het veelal senielseniore herhaalcolumns met een xenofobe ondertoon. Gekke demente koortsdromen waarin hij catastrofes verzint die hij vervolgens zelf gaat geloven, of als je het nog slechter treft, erbarmelijk pathetische lichtgedichten 

Freud schijnt eens beweerd te hebben dat de eerste man die je ziet, ook je eerste grote liefde is. En dat je later in al je mannen iets zult zoeken van die ene. Nou dat treft bij mij enorm, want dat was mijn volkomen demente opa.
Heel mijn leven val ik al op mannen als hij. Het was ooit een geweldige man. Briljant, geestig en scherp, maar op latere leeftijd radicaliseerde hij totaal. Ik vermoed dat het een combinatie van eenzaamheid, paranoia en hersenverkalking was.

Zo rond zijn 64e ging hij iedereen waarschuwen voor het gevaar van ‘de buitenlander’, ‘de ander’. Ik persoonlijk vond dat enorm opwindend. Mijn vagina werd er helemaal vochtig van. Ik sprak haar vaak bestraffend toe. ‘Foei, vagijn,’ zei ik dan. ‘Dat is toch onbetamelijk, je opa zo als lustobject zien?’ Maar dan suste ze me en zei dat ik de boel moest relativeren.

Toen hij uiteindelijk zijn beroep niet meer kon uitoefenen en in een verzorgingstehuis terecht kwam, kreeg hij er nog een trekje bij wat mijn hart harder deed kloppen van verliefdheid; hij begon aan decorumverlies te lijden. Seks werd zijn favoriete onderwerp. “NEUKEUU,” riep hij dan over de lange, lege gangen. Het hardst schreeuwde hij meestal naar 22-jarige verpleegstertjes. Het had iets aandoenlijks: treurig en vertederend tegelijk.

Niemand nam er aanstoot aan. Hij was een oudere, geprivilegieerde man, daarvan zijn we eigenlijk wel gewend dat ze te pas en te onpas wereldkundig maken met wíe ze allemaal wát willen doen. Dat ze geil zijn kunnen ze natuurlijk niet helpen, gebeurt de beste van ons, maar het is wel wonderlijk hoe boeiend ze denken dat dat voor anderen is. Het opvallende bij mijn opa was vooral dat het bijna alleen maar onwitte mensen betrof. Maar dat hoor je vaker, de grootste vermeende racisten belanden uiteindelijk in bed met de, in hun ogen, vreemdste vreemdelingen.

Migrantenhaters zijn ook bijna altijd  getrouwd met een migrant. Geertje, natuurlijk, Trumpie. Thierry schijnt als nieuwe pick-up tactiek moslima’s op straat aan te houden en ze te vragen of ze niet even lekker homeopathisch met hem willen vermengen, mutadis mutandis (er zijn nog plekken voor de cursus).

Het is het onheil dat opgeilt. Het grote gevaar waar dit soort heren hun hele leven voor waarschuwt. Na verloop van tijd gebeurt dan onherroepelijk het verschrikkelijke. Ze koesteren zo’n haat tegen alles wat anders is en wat ze als een bedreiging voor de wereldvrede ervaren, dat ze er opeens mee in bed belanden.

Ik denk dat Holman daar ook last van heeft. Dat al zijn columns eigenlijk een omslachtige manier zijn om keihard ‘neuken’ over de lange, lege  gang te roepen. Een verkapt verbaal verzoek om een potje rifgerelateerd rampetampen, zoals Hiddema het vast zou noemen.

Die laatste is ook buitenlander overigens, een Fries. Als hij wil geef ik hem een goede kans bij mijn opa Holman, maar ik zou mezelf bij hem toch ook beleefd willen aanbevelen.