We zijn een on-Nederlands volk wanneer we voor twee panda’s zwichten

“Doe toch effe normaal, man.” Die, inmiddels historische opmerking van demissionair premier Rutte, spookt door mijn hoofd sinds die twee panda’s poot hebben gezet op Nederlandse bodem.

Menig staatshoofd zou jaloers zijn geweest op zo’n ontvangst. Het hele land was getuige van hoe het vliegtuig, onder escorte, over de landingsbaan taxiede en binnen in de hangar moesten Wu Wen en Xing Ya een (b)ere-rondje doen voor de verzamelde pers en een lading opgetrommelde schoolkinderen. Bij Pauw werd zelfs live geschakeld naar de aankomst van de vrachtwagens in Rhenen, waar zo te zien ook al de panda-pleuris was uitgebroken.

Ik heb met stijgende verbazing en plaatsvervangende schaamte gekeken naar dit volk dat voor twee panda’s zwicht: de (volwassen) dames met hun knuffelberen op Schiphol, de drommen mensen langs de weg bij Rhenen, het mediacircus dat weer eens trouw aan de leiband van de marketing- en pr-afdeling liep, de bakker die nu panda-broodjes verkoopt.

Wat is er in hemelnaam aan de hand met dit land? Kennelijk zijn we in deze onzekere, donkere tijden zo behoeftig naar een sprankje positiviteit en gemeenschapszin dat we met zijn allen helemaal losgaan bij de komst van een paar panda’s.

Nederlandse identiteit

Hoe verhoudt dit alles zich tot een begrip als de Nederlandse identiteit? Ik begin zo ondertussen bijna te geloven dat koningin Máxima gelijk had toen ze jaren geleden zei dat de Nederlandse identiteit niet bestaat. “Doe toch effe normaal man,” die uitspraak vat de Nederlandse identiteit wat mij betreft in een zin krachtig samen.

De Nederlander is een nuchter mens en denkt praktisch. Een zeker opportunisme is hem niet vreemd. Het ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ is hier toch nog steeds de norm.

Desondanks laten we ons steeds vaker meeslepen in een zee van keiharde commercie en staan we als een stel demente bejaarden met pluche panda’s langs de kant van de weg. Het is al bijna gewoon geworden, na jaren van VVD-beleid waarin de commercie ruim baan kreeg.

Massahysterie

Zo bezien is die panda-gekte het bijproduct van de commercialisering van onze samenleving Of het dan gaat om die twee bamboe-vretende beesten, The Passion – waarvoor vanavond in Leeuwarden twintigduizend bezoekers worden verwacht – of de hysterische aandacht voor wijlen Octopus Paul (die het voetbal kon voorspellen). Het is allemaal van hetzelfde laken een pak. Het is door marketing gereguleerde massahysterie: in wezen heel on-Nederlands. En we beginnen er zo langzamerhand aan verslaafd te raken: de commerciële hypes volgen elkaar in steeds sneller tempo op.

Waarom stoor ik mij er eigenlijk zo aan? Omdat de panda-gekte de hypocrisie van onze samenleving zo perfect zichtbaar maakt. We gaan door het lint voor twee pandaberen, maar serveren ’s avonds wel plofkip. We stellen een verbod in op circusdieren, maar staan te juichen voor twee ‘lease-beren’ die als een soort reizende attractie langs internationale dierentuinen worden verscheept.

Commercieel systeem

Onze dierenliefde blijkt buitengewoon selectief. Achter de jolige panda-gekte schuilt een uiterst bedenkelijk commercieel systeem, waarbij dieren worden verhuurd voor forse bedragen aan internationale dierentuinen. De vraag is hoe ethisch dat eigenlijk is, maar voor het antwoord op die vraag hadden de pandaberen-zwaaiende dames achter het hek op Schiphol even geen tijd.

De eigenaar van Ouwehands (miljonair Marcel Boekhoorn) heeft er 16 jaar voor moeten lobbyen. Pas na een bezoekje van Máxima en Willem-Alexander kwam de deal rond. Nederland krijgt de beren voor 15 jaar gratis en voor nop in bruikleen. Nou ja…gratis: het dierenpark moet de Chinezen vijftien jaar lang 1 miljoen dollar doneren. Raar concept van gratis hebben die Chinezen.