Werk is de nieuwe kerk

We streven allemaal naar een succesvol leven, maar waarom eigenlijk? Het is een hoop gedoe. En ligt het geluk niet in het immateriële en in de omarming van het alledaagse? Een filosofische rondgang. ‘Werk is de nieuwe kerk.’

Wat omvat ‘succes’ in het moderne leven? Veel, heel veel. We willen, we eisen zelfs zo ongeveer, dat we gezond zijn en blijven, oud worden, onze kinderen zien opgroeien. Die kinderen zijn natuurlijk getalenteerde voetballers, muzikanten, kunstenaars, gaan ook allemaal naar het vwo of zitten in de plusklas. Hoe dan ook verdienen ze reeds op jonge leeftijd het dubbele van het salaris dat jij verdient. Zelf blijven we werken tot aan het pensioen, schrijven in de tussentijd eindelijk de bestseller waarvan we een leven lang dromen. Tegen de tijd dat we een stapje minder kunnen zetten, is het huis afbetaald, of in elk geval zijn de woonlasten tot redelijke proporties teruggebracht, en lacht het leven zijn gulste lach.

In die nimmer aflatende race naar succes lopen we onszelf vaak voorbij en vergeten we de meest simpele vraag te stellen: waarom willen wij eigenlijk succesvol zijn? Gevraagd om een antwoord, reageert trendwatcher Adjiedj Bakas (1963) uit Amsterdam: “Heb je even?” Nu, dat hebben we en dan begint Bakas uiteen te zetten dat de succeshonger een sociaal-maatschappelijke oorsprong kent die dateert uit de jaren zestig en zeventig.

“Joop den Uyl liet de kinderen van de arbeiders naar de universiteiten gaan. Maatschappelijk succes was synoniem aan opleiding, en hoe hoger het niveau dat was afgerond, hoe beter de baan en hoe hoger het aanzien. Daar waren we Den Uyl dankbaar voor, maar er is sindsdien wel een kloof ontstaan tussen laag- en hoogopgeleiden die tot op de dag van vandaag voortduurt. Ga maar na: iedereen wil liever dat zijn kind jurist wordt dan loodgieter, toch?

Frans van Deijl