Gaat een tekort aan zand voor nieuwe conflicten zorgen?

De vraag naar zand groeit ieder jaar met zeker vijf procent. Debet daaraan is de wereldwijde verstedelijking. Daardoor is in de afgelopen twintig jaar de wereldproductie van cement -waar zand voor nodig is- ook verdrievoudigd. Tegelijkertijd gebruiken we wereldwijd veel meer zand dan alle rivieren kunnen aanvoeren. Conflicten voortkomend uit een tekort aan zand liggen op de loer.

Dat zand op kan raken lijkt met het bestaan van woestijnen vreemd. Woestijnzand is echter ongeschikt voor de productie van cement. Doordat de wind genadeloos door de woestijn kan blazen, zijn de zandkorrels daar afgerond, zodat ze niet aan elkaar blijven plakken. Met het opraken van het landzand wordt steeds meer zand opgegraven uit de zee. Daarbij ligt om kostentechnische redenen de focus op kustgebieden en ondiepe zeeën. Dat wereldwijd de meerderheid van de stranden zand verliest, maakt het er niet makkelijker op.

Zoetwatertekort

Bovendien is zeezand verontreinigd met zout. Dat is een probleem omdat het zout, als het zand eenmaal is verwerkt tot cement, het metaal van constructies aan kan vreten. Daardoor is het noodzakelijk zeezand eerst schoon te wassen met zoet water. Ironisch genoeg draagt de schaarste aan zand daarmee dus bij aan een schaarste van zoet (drink)water, een ander feit waar de wereld in de komende decennia mee geconfronteerd zal worden.

China’s bouwdrift

De vraag naar zand (en de groei in de cementproductie) is bijzonder sterk op het Aziatische continent. China produceert nu bijna zestig procent van alle cement in de wereld. En dat is ook niet vreemd, want alleen al een stad als Shanghai bouwde in het afgelopen decennium meer wolkenkrabbers dan er in heel New York staan. China heeft daardoor een grote behoefte aan zand, maar de makkelijk te ontginnen voorraden op het vasteland zijn op. China ziet zich daardoor genoodzaakt zand in te voeren uit het buitenland en doet dat ook op grote schaal. Jaarlijks wordt en  miljard ton zand verscheept naar het Aziatische land. China heeft het zand hard nodig, maar wil tegelijkertijd niet afhankelijk zijn van buitenlandse leveringen. Daarom haalt het zijn zand steeds meer uit de ondiepe delen van de Zuid-Chinese zee. En dat verklaart op zijn beurt weer (ten dele) de agressieve focus die China op deze zee heeft meteen ook in een breder perspectief. Het gebied bevat namelijk grote hoeveelheden bruikbaar zand en is dus niet alleen vanuit het oogpunt van de aanwezigheid van olie en haar strategische ligging interessant.

Oorlogsdreiging

Hoewel China vooral druk is met het winnen van zand uit de Zuid-Chinese zee, is het daar tegelijkertijd ook bezig om met zand kunstmatige eilandjes te vormen, die fungeren als militaire steunpunten. Die tactiek moet de territoriale claim van China in de Zuid-Chinese zee versterken en het land helpen de om de eilandjes heen liggende zee op te kunnen eisen. Dat levert overigens spanningen op tussen China en andere landen die delen van dezelfde zee claimen. Niet enkel vanwege de zandvoorraad overigens. Ook de aanwezigheid van oliereserves onder de zeebodem heeft al gezorgd voor aanzienlijk militair machtsvertoon tussen landen als China en Vietnam. Maar ook de VS bemoeien zich ermee.

Traditioneel gezien hebben de VS al tientallen jaren de sterkste vloot van heel Azië in de Zuid-Chinese Zee. China is echter druk bezig zijn militaire aanwezigheid daar uit te breiden, wat tegen het zere been van Washington is. Dat ziet de voortvarende aanleg van eilanden met lede ogen aan en zou het liefst hebben dat China nooit toegang krijgt tot zijn nieuwe eilanden. De combinatie van aardoliebronnen, zand en de aantasting van de Amerikaanse hegemonie in de Zuid-Chinese zee door China vormen een gevaarlijke cocktail die explosief zou kunnen eindigen. Niet voor niets stelde Steve Bannon, strateeg in de regering van de VS, dat de VS en China binnen tien jaar in oorlog zullen zijn en dat die oorlog in de Zuid-Chinese Zee zal beginnen.