Moet Obama zijn gerespecteerde mening gebruiken voor betaalde speeches?

Barack Obama, de voormalige Amerikaanse president, gaat 400.000 dollar krijgen om te komen speechen bij een bedrijf op Wall Street. Moet hij zijn gerespecteerde mening verkopen aan de commercie, net als een groot deel van zijn (democratische) voorgangers?

Deze week heeft de wereld twee post-presidentiele kanten van Barack Obama gezien. Allereerst tijdens een speech – zijn eerste sinds zijn aftreden –  in Chicago als de bevlogen volksmenner met het hart op de juiste plek, waar hij stelde dat zijn waarden niet veel verschilden van het studentenpubliek.

Al lekte er ook een nieuwtje uit over een in september te houden speech bij een New Yorks investeringsbedrijf.

400.000 dollar

Obama gaat liefst 400.000 dollar opstrijken voor een praatje bij de stropdassen van Cantor Fitzgerald, een beleggingsonderneming die met buitensporige financiële constructies medeschuldig is voor de crisis van 2008.  Obama lijkt in zijn post-presidentschap definitief lid te zijn geworden van de 1% van de rijksten van het land.

Hij heeft tijdens zijn periode als president van the free world per jaar gemiddeld 400.000 dollar salaris, exclusief reis-, verblijf- en personeelskosten, gekregen. Daar komt nu een pensioen van 205.700 dollar per jaar bij. Niet gek voor een jonge gepensioneerde van 55 jaar. Daarnaast stijgt dit pensioen mee met de inflatie en krijgt hij extra’s om toekomstige personeelskosten en kantoorhuur te dekken. Ook zijn de boekrechten van een te verschijnen biografie van de Obama’s verkocht voor meer dan 60 miljoen dollar.

Cashen

Het is niet gek dat de Obama’s kunnen cashen. Voormalige presidenten krijgen nu eenmaal lucratieve aanbiedingen. Ronald Reagan speechte voor 2 miljoen per toespraak en George W. Bush gaf 200 betaalde speeches. Klein bier in vergelijking met de Clintons. Bill – tussen 1993 en 2001 president uit het de democratische kamp – en Hillary spannen de kroon door liefst 158 miljoen binnen te babbelen.

Moreel failliet

Tijdens de afgelopen presidentsrace werd Hillary hier regelmatig op aangevallen door haar democratische tegenkandidaat Bernie Sanders. Ze diende hem van repliek door te stellen dat het geld ‘haar gewoon aangeboden werd’. Volgens Sanders en veel van zijn aanhangers tekende het speechgedrag van de Clintons en andere partijcoryfeeën het morele failliet van de democratische partij.

Sanders heeft gelijk dat de democratische partij te veel een partij is geworden van miljardairs in plaats van de working class hero. Barack Obama zou, charismatisch als hij is, op moeten staan om de partij bij de hand te nemen en het partijplan om te zetten naar de wensen van de gewone Amerikaan. Alleen doet hij dat niet genoeg – ook zijn speech in Chicago bevatte geen woord over de huidige regering van Donald Trump.

Docentschap

Daarnaast zijn er positieve mogelijkheden te over. Hij kan zijn baan als lector aan de rechtenuniversiteit in Chicago, waar hij tussen 1992 en 2004 doceerde, weer oppakken. Of een altruïst worden zonder compensatie. In 2012 hint Obama in een interview met The View naar een rol als gemeenschapsactivist: “Tijdens mijn post-presidentschap zal ik de meeste voldoening halen uit het helpen van kinderen en hen op verschillende manieren mogelijkheden geven om echt iets te maken van hun levens.”

Een nobel streven waar helaas nog te weinig van terecht is gekomen, maar wel wat de wereld nodig heeft van haar Obama. Het wordt tijd voor hem om zich uit te spreken.

Spreek, Obama, spreek. Alleen niet voor het geld.