Nederland moet het optreden in Nederlands-Indië in historisch perspectief plaatsen

Maar we stellen onszelf wel eindelijk de koloniale schuldvraag

Eindelijk stelt Nederland zichzelf de koloniale schuldvraag en gaat het zijn rol als koloniale macht tot op de bodem uitzoeken. In 2016 stemde minister-president Mark Rutte in met een groot onderzoek rond het Nederlandse optreden in Nederlands-Indië dat in september 2017 gaat beginnen en 4.1 miljoen euro gaat kosten. Een belangrijke aanleiding was de verschijning van het boek De brandende kampongs van Generaal Spoor waarin auteur Remy Limpach het optreden van het Nederlandse leger betitelt als ‘structureel’ geweld. Verder zou er in Nederland sprake zijn van een doofpotcultuur en van een ontkenning van de koloniale schuldvraag.

Het is echter zeer de vraag of deze voorstelling van zaken wel klopt, zeker als Limpach zich waagt aan een vergelijking met de Algerijnse vrijheidsstrijd. Dit lijkt op spelen met vuur aangezien deze strijd allerwegen bekend staat als de smerigste aller koloniale oorlogen. Een simpele vergelijking van aantallen slachtoffers maakt veel duidelijk. In Nederlandse-Indië ging het om ruim 100.000 inheemse doden op een bevolking van 72 miljoen zielen. Ofwel 0.2 procent. Maar in Algerije om 400.000 doden op een bevolking van slechts tien miljoen zielen in de periode 1954-1962, 4 procent.

Ook het aantal ingezette militairen verschilde structureel, namelijk 140.000 Nederlanders in Nederlands-Indië tegenover 1.7 miljoen Fransen in Algerije. Dat het nog erger kan laat de Amerikaanse historica Caroline Elkins zien in haar boek Imperial Reckening. Hierin beschrijft ze de opstand van het Kenyaanse Kikuyuvolk  tegen de Engelse kolonisator (1952-1960). In deze Mau Mau vielen zeker 100.000 slachtoffers op een totale bevolking van 1.5 miljoen zielen.

Deze enorme verschillen hangen direct samen met de structuur van de koloniale samenleving. In Algerije en Kenya waren de inheemsen van hun land gezet en met allerlei middelen gedwongen tot arbeid voor de boeren. Deze boeren vormden de ruggengraat van de koloniale strijd.

Nederland liet daarentegen in het Cultuurstelsel op Java de lokale samenleving van boeren en vorsten intact, terwijl Nederlandse planters vooral actief waren in de Buitengewesten. Deze planters zouden geen rol spelen in het Nederlandse leger. Dit leger was niet meer dan een samenraapsel van soldaten van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en van Nederlandse vrijwilligers en dienstplichtigen. Deze groepen waren niet alleen slecht voorbereid maar hadden geen enkele ideologie gemeen, zo beschrijft Limpach in detail. Hoe anders was het in Kenya.

Mau Mau-opstand

Daar werkten alle geledingen van de koloniale samenleving nauw samen om de Kikuyu in een wurggreep te nemen. Dit volk bewoonde de hoogvlaktes nabij Nairobi alvorens ze door de Engelsen van hun land werden gezet. Zo ontstonden de White Highlands. De Kikuyu werden opgesloten in overbevolkte reservaten om ze tot arbeid aan de blanken te dwingen. Na de moord op enkele blanke boeren in 1952 liet de Engelse gouverneur Baring alle 100.000 Kikuyu uit de White Highlands deporteren evenals ongeveer 20.000 Kikuyu uit de hoofdstad Nairobi. De mannen werden heropgevoed in honderd kampen die waren omgeven met prikkeldraad en wachttorens.

Een gebrek aan water en toiletten en overvolle emmers pis en stront zorgden voor het uitbreken van besmettelijke ziekten. In deze kampen speelden de blanke boeren een hoofdrol en Elkins spreekt zelfs van de Keniaans/Britse SS. Vrouwen, kinderen en ouden van dagen werden bijeengedreven in 800 dorpen die veranderden in begraafplaatsen. In 1963 leidde de Mau Mau-opstand tot de onafhankelijkheid van Kenya, waarbij wrang genoeg de Kikuyu-collaborateur Jomo Kenyatta president werd.

De Britse Labourpartij stelde wel vragen in het House of Parliament, maar de Colonial Office voerde een politiek van keiharde ontkenning. Engeland was verarmd uit de Tweede Wereldoorlog gekomen en hield krampachtig vast aan haar wereldrijk. Verder had gouverneur Baring in 1955 totale amnestie verleent aan het kamppersoneel terwijl bijna alle archieven werden vernietigd. Alleen door bijzonder vasthoudend speurwerk kon Elkins stukjes en beetjes terugvinden. Dit boek was de aanleiding voor een compensatieregeling aan de Kikuyu, ter grootte van 19.9 miljoen pond in 2013 uitgekeerd aan 5600 Kikuyu. Maar de Engelse regering weigert halsstarrig verantwoordelijkheid te nemen voor de gewelddadigheden in haar kolonie.

Algerije en het Front National

De Algerijnse vrijheidsstrijd sloeg zelfs over naar het moederland en zou Frankrijk politiek verscheuren. Vanaf 1830 werd Algerije intensief gekoloniseerd en uiteindelijk bezaten een miljoen Fransen er het beste land. Verarmde Algerijnen trokken van het platteland naar de bidonvilles in de Algerijnse hoofdstad Algiers of naar de banlieues in de Franse steden. In 1954 werden in Setiffe een aantal colons (Franse kolonisten, red.) vermoord, wat leidde tot harde maatregelen. De grens met Marokko werd afgezet met prikkeldraad om de opstandelingen te isoleren en hele dorpen kwamen terecht in concentratiekampen. Vele Franse auteurs spraken van Nazimethoden. De strijd bleek niet te winnen.

Vanaf 1960 werkte de Franse president Charles de Gaulle toe naar Algerijnse onafhankelijkheid, wat tot enorme protesten leidde. Generaals en colons in Algiers probeerden een staatsgreep te plegen terwijl De Gaulle diverse aanslagen op zijn leven te verduren kreeg. De strijd verbreidde zich naar Frankrijk waar in de banlieus het Front National aanhang begon te krijgen, onder leiding van Jean-Marie Le Pen die in Algerije als officier had gewerkt. Op 17 oktober 1961 sneuvelden in Parijs zelfs 107 Algerijnen door toedoen van een oproerpolitie bestaande uit Algerije-veteranen onder leiding van de beruchte politiechef Maurice Papon. Deze slachtpartij ontzette heel intellectueel Frankrijk waaronder Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir.

In 1962 werd Algerije onafhankelijk, maar de uittocht verliep dramatisch. Tekenend is het lot van de 200.000 Harki’s (inheemse bedoeïenen, red.) die het equivalent was van de KNIL. Zij werden opgesloten in kampen, ontwapend en tot hun verbijstering plots door de Fransen in de steek gelaten. De Algerijnen namen wraak en slachtten vele tienduizenden Harki’s af, maar mogelijk zelfs 100.000. De Franse psycholoog Frantz Fanon schreef in De Verworpenen der Aarde dat de enige remedie voor de totale ontmenselijking van de gekoloniseerde Algerijn lag in de moord op de Franse kolonisator.

Militaire standrecht in Nederlands-Indië

Hoe anders was het in Nederlands-Indië. In de gehele periode bleef een onafhankelijke rechtsspraak in stand, wat blijkt uit paginalange verslagen over het optreden van de beruchte kapitein Raymond Westerling, die uitging van militaire standrecht. Gouverneur Huib van Mook en procureur Feldhof in Batavia en minister-president Willem Drees besloten in februari 1947 om dit noodrecht niet meer toe te staan. Verder blijkt dat een groot deel van de 100.000 Indonesische slachtoffers het gevolg was van inheems geweld, vooral tussen communisten en Islamieten.

Deze chaos verklaarde mede het ingrijpen van Nederland in Nederlands-Indië, ook na de Bersiap die aan duizenden Nederlanders het leven kostte. Volgens professor Gert Oostindie is deze onderlinge strijd zelfs een van de redenen waarom Indonesië weinig interesse heeft in het in september van dit jaar te starten onderzoek. Hij gaat als directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) een rol spelen in het onderzoek, zodat Nederland eindelijk haar eigen koloniale schuldvraag in Nederlands-Indië kan gaan beantwoorden of verwerpen.

Dit opiniestuk is geschreven door Martien Hoogland, publicist en voormalig beleidsmaker van de stichting Both ENDS.

Martien Hoogland