Waarom genieten we zo moeizaam van Ajax?

Afgelopen donderdag wervelde Ajax langs Lyon. De omgedoopte Arena was uitzinnig, de kranten lyrisch. En terecht. Het vertoonde spel was prachtig. Voor het eerst in 15 jaar kan een Nederlandse club een Europese finale bereiken, terwijl het voor Ajax alweer 21 jaar geleden is. En ondanks alle lovende woorden daags na de wedstrijd, lijken we moeizaam in staat om te genieten van het succes.

Zo waren de – toch vaak van bravoure betichte – Ajax-fans terughoudend met het kopen van kaartjes voor de uitwedstrijd tegen Lyon. Pas donderdagnacht na de heenwedstrijd verkocht het uitvak in Lyon uit. Was het de angst voor een oorwassing in de heenwedstrijd? Of lag het aan het feit dat Lyon-uit, zeker naar de rellen bij Lyon-Besiktas, niet per se als een gezellig uitje wordt gezien?

Groots en onbekommerd

En vanwaar de neiging om het grootste Nederlandse clubvoetbalsucces in jaren af te zwakken? In Trouw werd twee dagen na de wedstrijd opgetekend dat ‘de crisis in het Nederlandse voetbal niet voorbij is’. Natuurlijk, die ene zwaluw maakt geen zomer. En ja, Lyon was de eerste twintig minuten de bovenliggende ploeg. En ja, die lange slungel in de verdediging van de Fransen had niet zijn beste dag. En nee, ‘we’ zijn nog niet in Stockholm. Maar wat weerhoudt ons van groots en onbekommerd genieten van het leuke voetbal dat op de mat wordt gelegd?

Ophemelen

Na de eerste wedstrijd van Ajax tegen Schalke 04 schreef Auke Kok op deze plek dat de hoofdstedelingen worden opgehemeld na een paar potjes voetbal. ‘Alsof er in de Kuip niet energiek wordt aangevallen en er daar geen jonge leuke voetballers rondlopen.’ Die lopen er zeker en dat wordt volgens mij door niemand ontkend, maar wat is het probleem met ophemelen? Van Kok moeten we ‘eerst prijzen winnen, dan pas juichen en ophemelen’. Tja, met zo’n redenering mag je pas juichen als het seizoen voorbij is. Of in het geval van Feyenoord in de laatste thuiswedstrijd tegen Heracles Almelo.

De tekst gaat verder onder deze link.

Waarom wordt Ajax altijd weer zo opgehemeld?

Laten we juist groots genieten van mooie wedstrijden, strijd, jonge frivole spelers en onverwachte overwinningen. Wat hebben we eraan om bij elke winstpot te benadrukken dat de tegenstander eigenlijk maar een matige middenmotor in een misschien toch wel overschatte competitie is? Waarom zou je eeuwigdurend wijzen op de gemiste kansen en blessures van de tegenstander? Waarom geniet je niet van het frisse spel dat een stel millennials, uh tieners en twintigers, aan de dag leggen? Waarom zou je alleen cynisch wijzen op hun hoge salarissen? Of de matige wedstrijden in gedachte brengen?

Sport is te mooi om verzuurd te aanschouwen. Zeker van de zeldzame momenten waarop het in het Nederlandse voetbal goed gaat. Vanaf deze plek dan ook alvast de felicitaties van deze Ajacied aan Feyenoord voor het terecht behaalde kampioenschap. En de finale in Stockholm? Daar ben ik zeker nog niet gerust op, want dat Lyon kan toch best ballen. Maar zoals een gemiddelde bedrijfsbabbelgoeroe zou zeggen: positiviteit is een keuze.

Daarom heb ik alvast een hotel in Stockholm geboekt. Schijnt een leuke stad te zijn. Dus mocht het misgaan met Ajax, dan wordt het zuur- en duurbetaald genieten.