Le Pen zal regeren als reaguurder, terwijl over Macron geen twijfels bestaan

Eén dag nog kijkt de wereld met gespannen blik naar Frankrijk. Deze Franse verkiezingen worden er eentje voor de geschiedenisboeken.

Dat begon deze week al op woensdag. Eigenlijk wilde ik die avond voetbal kijken. In een opwelling van oude clubliefde zocht ik naar kanalen waarop ik Ajax-Olympique Lyon kon zien, maar ik vond ze niet. Om negen uur besloot ik Monaco-Juventus te laten schieten voor die andere halve finale, het verkiezingsdebat tussen Marine Le Pen en Emmanuel Macron. De halve finale tegen het verkeerde populisme dus, die vandaag definitief beslist wordt.

Na dat debat, ruim tweeënhalf uur later, was ik buiten adem, alsof ik al die tijd onafgebroken gevoetbald had met een serie strafschoppen er achteraan. Twee hulpeloze presentatoren zaten er wat bedremmeld bij en waren de regie over het debat al lang kwijt. Ik ben dan getuige geweest van een stukje verbaal vrij worstelen dat zijn weerga niet kent in de recente politieke geschiedenis.

Wat maakt dat debat zo bijzonder? Niet de vechtsfeer waarin het zich afspeelt, of het gebrek aan decorum, dat past wel een beetje in deze tijd. Evenmin het optreden van Marine Le Pen. Zij is zichzelf, hooguit nog wat gepolijst door zorgvuldige mediatraining. Ze forceert een glimlach die ranzige denkbeelden moet verdoezelen. Ze heeft zich al lang losgerukt uit de te innige omhelzing van haar vader.

De pas benoemde voorzitter Jean-François Jalkh heeft ze direct weer weggebonjourd toen er negationistische opmerkingen van hem uit het verleden opdoken. Nee, historisch is pas het huzarenstukje dat Macron die avond levert, een retorische prestatie van formaat die onderbelicht blijft in de nabeschouwingen. Hij geeft die avond  een masterclass debatteren en laat zien hoe je in een debat afrekent met demagogen.

Gewone man

Daarbij is Marine Le Pen een geducht tegenstander. Zij, de rijkeluisdochter, is de onwaarschijnlijke voorvechtster van de gewone man, maar ze speelt die rol met verve. Ze gebruikt korte zinnen, kreten en blinkt weliswaar niet uit door dossierkennis, maar ook dat is eerder een pre voor haar trouwe achterban.

Aan alles kun je zien dat Marine Le Pen geschoold is als advocate. Een advocaat die een zaak hopeloos vindt, of moeilijk, of allebei, zal proberen maximale verwarring te stichten. Zo gaat ook Le Pen te werk. Ze schiet uit de losse heup en nog voordat het antwoord komt vuurt ze al een volgende pijl af in een andere richting.

Reaguurder

Le Pen debatteert als een reaguurder die een recept voor appeltaart op internet nog kan laten ontaarden in een misselijkmakende scheldpartij over eender wat dan ook. Of, als je het klassieker wilt zeggen: Le Pen debatteert als een sofist, zij het ontdaan van de fraaie stijl. De objectieve waarheid bestaat niet, het gaat erom wie het best kan scoren met leuzen.

Le Monde betrapt haar op 19 fouten, en daar zitten ludieke bij, zoals de vaste overtuiging dat de euro voor 2002 al tien jaar een algemeen aanvaard betaalmiddel voor bedrijven was.  Maar dat is van geen enkel belang, ze gaat gewoon verder. Standpunten zijn voortdurend in beweging. Zo kan het gebeuren dat ergens in dat debat Le Pen zich positioneert als verdediger van homo’s en joden, twee bevolkingsgroepen die verrast opgekeken zullen hebben.

De hele verkiezingscampagne van Le Pen zie je in gecondenseerde vorm in het debat. Haar strategie is duidelijk. Ze zet Macron neer als iemand die het Franse belang verkwanselt, die een marionet is van de EU en van het grote, globale geld. Brutaal als de beul gaat ze in de aanval op terreinen waar ze kwetsbaar is. Ze insinueert dat hij een bankrekening op de Bahama’s heeft. Alsof hij, en niet zij, onder de loep ligt van de fiscus voor ondergewaardeerd privé-vermogen. Alsof hij, en niet zij, van fraude beschuldigd wordt. Ze noemt hem Angela Merkel’s schoothondje. Alsof hij, en niet zij, aan de leiband van een buitenlands politicus loopt.

Zoete koek

Wat stelt Marine Le Pen zelf voor? Wat heeft haar Front National te bieden? Ze belooft een verlaging van de pensioenleeftijd naar 60, bovendien hogere pensioenen, lagere belastingen, minder werkloosheid, meer veiligheid, betere gezondheidszorg tegen lagere kosten. Het geld daarvoor moet op miraculeuze wijze komen uit besparingen op buitenlanders,  uittreding uit de EU en een niet gespecificeerde importheffing op alle goederen die van buiten Frankrijk komen.

Haar aanhangers slikken het als zoete koek. Dat het gevaarlijke onzin is – uittreding uit de EU kost geld, Theresa May kan ervan meepraten – lijkt er weinig toe te doen. Het programma van Front National hangt van chaotische, slecht gefundeerde ideeën aan elkaar  waar je geen chocola van kunt maken. Maar dat hoeft ook niet.

Economische plannen en programma’s zijn in haar ogen immers intellectuele gewichtigdoenerij van de elite. Front National is de tegenpartij, anti-alles, die ermee kan volstaan twijfel en angst te zaaien.  Pijnlijk duidelijk wordt dat aan het einde van het debat als beide kandidaten carte blanche krijgen om een onderwerp van hun keuze te bespreken.  Ze heeft geen onderwerp gekozen.

Hollande-Macron

Al met al lijkt haar strategie te werken, zoals ze de hele campagne erin geslaagd is voldoende gevoelige snaren te raken. Slechts op één punt gaat ze opzichtig de fout in.

Dat ze de link tussen François Hollande en Macron, gedurende twee jaar diens minister van economische zaken, wil onderstrepen is logisch. Maar waarom ze tegen het einde van het debat herhaaldelijk sissend, haast denigrerend de term socialisten uitspreekt is een raadsel.  In de eerste ronde haalde het Front National 21,4% van de stemmen.

Voor de tweede ronde kan ze rekenen op de steun van de kiezers van Debout la France van Nicolas Dupont-Aignan (4.7%). Maar dan is het meest voor de hand liggende doelwit de kiezers van de uiterst linkse partij van Jean-Luc Mélenchon, La France insoumise. Zou ze die allemaal binnen halen komt ze aan 46%, en dan moet ze links en rechts nog wat stemmen lospeuteren. Het lijkt haar enige kans op een meerderheid in deze tweede ronde.

Socialisme

Waarom schoffeert ze dan juist deze potentiële kiezers, mensen voor wie socialisme geen vies woord is? Het is op zijn minst vreemd. Maar wat als Le Pen helemaal geen president wil worden? Dat lijkt me nog niet zo’n gekke gedachte. Stel dat ze gekozen wordt tot presidente. Aan het einde van de rit, als ze die helemaal uitzit, is ze 53. Ze zal Frankrijk de afgrond ingeduwd hebben, de koopkracht van de gewone man zal verdampt zijn, ze zal dan genadeloos afgerekend worden op haar holle beloftes.

53 is te jong om uitgerangeerd te zijn. Ze heeft er alle baat bij vijf, liever nog tien jaar gewoon parlementariër te zijn, profiteren van onschendbaarheid, de hand op te houden bij twijfelachtige regimes, de EU een poot uit te draaien, en dan kan ze altijd nog vijf jaar afbouwen in het Élysée.

Presidentsaspiraties

Over de ambities van Macron kan geen twijfel bestaan. Je veux présider le pays, het is zijn laatste zin in een zinderend debat.  Tevoren werd gezegd dat hij vaag zou zijn. Maar woensdag was daar niets van te merken In het debat is Macron, nooit gekozen voor enige publieke functie en amper negenendertig jaar oud, degene met de presidentiële uitstraling, en niet zijn bijna tien jaar oudere tegenstreefster.  Dat kun je al een opmerkelijk succes noemen, al vraag je je af of dat niet prima in het straatje van Le Pen past, de anti-politica. Maar de werkelijke prestatie levert Macron in het debat.

Waar Le Pen op één front vecht – het onderuit halen van de tegenstander – moet Macron dat op drie fronten tegelijk doen. Hij moet zijn eigen ideeën begrijpelijk aan de man brengen, hij moet ingaan op de lukrake beschuldigingen van zijn opponent en hij moet tenslotte Le Pen aanvallen en ontmaskeren. En daar heeft hij dan steeds een paar minuten voor. Dat is een kolossale taak, die bovendien vol valkuile ligt.

Hij loopt het gevaar dat hij meegezogen wordt in de aanvallen van Le Pen, dat hij daarbij verzandt in details, wat haar dan alle kans geeft hem weg te zetten als de gevoelloze technocraat. Wonderwel slaagt hij echter op alle drie fronten met vlag en wimpel. Hij is concreet, ad rem, assertief en permanent op zijn qui-vive. Zo zet hij kort en helder zijn plannen voor belastingverlaging uiteen, en schuwt het daarbij niet om pijnlijkere besparingen te vermelden.

De aanvallen van Le Pen pareert hij meesterlijk. Als ze de privatisering van  de telecomfirma SFR, die geen privatisering is, verwart met de verkoop van de energieactiviteiten van Alstom legt hij haar genadeloos op de pijnbank.  En hij krijgt de geluidloze lachers op zijn hand als hij de zelfmoordterrorist schildert die siddert bij het vooruitzicht dat Le Pen hem zijn nationaliteit zal afnemen. Macron bedrijft die avond topsport. Hij is welsprekend.

Je ne veux pas des profiteurs de l’échec et des exploitants de la colère, la France mérite mieux que cela.

En hij is het zonder het plechtige of zelfvoldane van Mitterand, Giscard d’Estaing of zelfs Sarkozy.

Vandaag zou Frankrijk de keuze hebben uit twee kwaden. De pest of de cholera, volgens velen. Terwijl je je nog afvraagt af aan welk Russisch hackersbrein dat idee ontsproten is, wordt het overal al nagewauweld, inclusief op deze pagina’s waar Macron en Le Pen inwisselbaar zouden zijn. Inwisselbaar? Wat gaan we inwisselen? Lucht voor substantie? Oude franken voor euro’s? Chaos voor stabiliteit?

N’importe quoi!

De bookies schatten de kansen van Le Pen op 1 op 6, ze zal nog wat beter uit de bus komen bij een lage opkomst. Maar Le Pen heeft deze verkiezingen al gewonnen. Elk resultaat van meer dan 18%, het resultaat van haar vader tegen Jacques Chirac in 2002, is goed beschouwd winst. De kans dat zij dat resultaat nu verdubbelt is levensgroot aanwezig. Een verdubbeling in vijftien jaar tijd, en dat terwijl er ook in 2002 al geen Twin Towers meer waren en Chirac allerminst een kandidaat van onbesproken gedrag was: dat is zonder meer een eclatant en tegelijk verontrustend succes.

Macron zal deze Franse verkiezingen president worden. De peilingen geven hem inmiddels 62% en de barometer lijkt nog wat te stijgen. Maar of hij een goede president zal worden, of de parlementsverkiezingen van 11 en 18 juni hem voldoende armslag zullen geven om ook effectief beleid te voeren, wat hij al op zijn kerfstok heeft of nog zal krijgen, ik heb er geen idee van.  Wat ik wel weet is dat hij ons op woensdag 3 mei 2017 een onvergetelijk Socrates-moment heeft bezorgd, eentje voor de geschiedenisboeken.

Ricus van der Kwast