De ondeelbare teleurstelling van de ware Feyenoord-fan

Pierre van Hooijdonk twitterde een foto. Vanaf Stadion Woudestein. Op die foto zat een jongen met een spijkerbroek en een zwart jack. Gympen. Platte pet op het hoofd. Om hem heen: leeggedronken en weggesmeten plastic bierbekers.

 Pierre had het gezien en gedacht: dat is ‘m, het verhaal van vandaag. Of, zoals hij het noemde, ‘the story of today’. Dan ben je gezegend met een kennersoog. Dan ben je de Robert Capa onder de ex-buikschuifkanonniers. Dan ben je, ja, een grote. Zonde eigenlijk dat Pierre zo vaak op televisie is. Hij zou door de wereld moeten trekken met een knapzak op zijn rug en een camera op zijn buik. Iedere dag het verhaal van die dag terugbrengen tot dat ene beeld, zo’n beeld waarvan je denkt: ja, dat is het. Een springende zalm, een beurse kiwi, drie Duitsers in een Canta; als Pierre het vastlegt, voel je direct: verhaal van de dag. Alles klopte, op die foto van Woudestein. Hoe die jongen erbij hing. In de verte keek. De vervlogen hoop die nu in de vorm van een hoopje plasticafval naast hem lag, klaar om weggeveegd te worden. En even verderop een paar Excelsior-officials, opgetogen met drie punten en een stadionnetje dat het verdriet van en hele stad had doorstaan.

World Press Pierre

Ik keek naar dat beeld en plotseling stroomde de teleurstelling plaatsvervangend door mijn leden. Ik ben niet voor een voetbalclub. Echt niet. Heel erg veel mensen wel. Heel erg veel mensen laten hun geluk afhangen van de prestaties ‘hun’ club. Een succes van ie club is het succes van al die tien-, nee, honderdduizenden. Ik snap daar niet veel van, maar ik weet dat het zo is. Dat is voldoende.
Ik hoef geen fan te zijn om te weten wat teleurstelling is. Ik weet wat teleurstelling is, echt. Ook ik heb wel eens een trein gehaald die nog op het spoor stond maar waarvan de deuren al automatisch vergrendeld waren, ook ik ken de pijn van het kiezen van de bonbon met de verkeerde vulling (noga, of asbest) en ook ik heb wel eens vrienden (die ik hield voor verstandige, zelfbewuste, sociaal bewogen mensen) een vlammetje van een borrelschaal zien pakken terwijl er op diezelfde schaal nog meerdere bitterballen lagen te glunderen.

Nee, leer mij teleurstelling kennen.

En wat ik daar zag, op die snapshot van World Press Pierre, dat was pure, onversneden teleurstelling. Hardcore. Er zat eenzaamheid in die plaat, die jongen zat daar in een universum waarin maar twee zaken bestonden: verbijstering en teleurstelling. En die twee gemoedstoestanden waren druk bezig te versmelten tot een slijmerig stukje snot dat je – eenmaal ingedroogd – aan de onderkant van je herinnering kon smeren. Hoe ik weet dat die teleurstelling op die foto de ware teleurstelling was? Hoe ik weet dat het in teamverband vernielen van winkels en bushokjes niet de vrucht is van een diepere, meer wezenlijke teleurstelling? Hoe ik dat weet? Teleurgesteld ben je alleen. Verdriet kun je prima in gezelschap een kopje kleiner maken, maar teleurstelling verwerk je solo. Met zijn vijftigduizenden tegelijk, maar toch: alleen. Het is een emotie die, in het allereerste begin, ondeelbaar is.

Nog eens naar die foto gekeken. Eerst zag ik nog gewoon een jongen die zich na achttien jaar weer eens op een verjaardag dacht te kunnen vertonen, zonder de meewarige blikken van vrienden en bekenden, een man die na duizend grappen en duizend keer beleefd meelachen zeker dacht te weten dat hij nu eens aan de beurt was, die een investering van achttien jaar in een klap (met rente) leek te krijgen uitbetaald. Maar al snel zag ik hem niet meer. In zijn plaats kwam de marathonloper die honderd meter voor de streep kramp krijgt. In zijn plaats de vrouw die na vijftig jaar trouw meespelen eindelijk de jackpot wint, tot ze zich realiseert dat ze juist vorige week, ter ere van de geboorte van haar kleinkind, voor een keertje haar vaste getal heeft aangepast. In haar plaats kwam het kind dat zijn complete knikkerbezit verliest aan de valsspeler van de overkant, en met zijn laatste gewoontjesbonk de hele zaak terug lijkt terug te winnen, ware het niet dat de wind net op tijd opsteekt en… Allemaal mensen die je beter even met rust kunt laten.

Mensen die voor Feyenoord supporteren weten dat je nooit te veel moet verwachten. Alles is veel voor wie niets verwacht, en slechts wie veel verwacht, tekent in op toekomstige teleurstellingen. Levenslesje that comes with the seizoenkaart. Maar wie iets wil in het leven iets wil worden of iemand wil zijn, wie vooruit wil, zal op een goed moment dingen moeten gaan hopen. Van hoop komen verwachtingen en van verwachtingen onvermijdelijk teleurstellingen.

bot-te-ghin bot-te-ghin
Ik keek naar de foto en ik zag hem zitten, die jongen. Die hand hangend voor zijn gezicht, alsof hij hem net pas voor zijn ogen had durven weghalen, alsof hij nu pas de teleurstelling in al zijn gruwelijkheid onder ogen kon komen. Misschien zocht die hand een hand van een nu nog onzichtbare ander, iemand die hem van het beton zou vissen en hem zou over zijn platte pet zou aaien en hem zachtjes ‘bot-te-ghin bot-te-ghin’ zou toefluisteren, tot hij in slaap zou vallen, om pas na de 5-0 tegen Heracles van aanstaande zondag wakker te worden en te merken dat de teleurstelling die nu over hem heen gedonderd was op Victor Midsiaanse wijze in onmetelijk geluk en sloten vrolijkheid zou zijn veranderd, en het gedeukte plastic naast hem in glazen pils die nooit leegraken.

Die jongen, hij heet Peter. Als u hem vandaag tegenkomt, zeg dan maar even niks.